Kaulille

136 hectare bos op de helling voor geplande zandwinning in Kaulille: BOS+ en 4278 anderen tekenen bezwaar aan

In het Limburgse Kaulille, deelgemeente van Bocholt, ligt een Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP) voor dat de herbestemming moet regelen van in totaal zo’n 300 hectare plangebied, waaronder een voormalige buskruitfabriek met omliggende (bos)gronden, een bestaande KMO-zone, maar ook een inactieve zandontginningsplas en een aansluitend natuur- en bosgebied. Het grootste deel van deze oppervlakte zou nu worden herbestemd als ontginningsgebied voor zand en grind, waarmee het voortbestaan van meer dan een vierkante kilometer bos en natuur in het gedrang komt.

BOS+ sluit zich samen met Grootouders voor het Klimaat, Extinction Rebellion en Greenpeace aan bij het protest van het lokaal actiecomité PlanPRBeter in Kaulille.

Tijdens het openbaar onderzoek, dat afgelopen weekend werd afgesloten, deelde BOS+ de oproep van het lokale actiecomité Plan PRBeter tot het indienen van bezwaarschriften. Die oproep kreeg gevolg en ruim 4000 burgers lieten hun stem horen. Ook BOS+ zelf tekende bezwaar aan en vraagt de gemeente Bocholt met aandrang om het voorliggend RUP niet goed te keuren.

De ontbossingen die de komende decennia met de geplande zandwinning zouden gepaard gaan, zijn van zo een schaal dat ze voor BOS+ onaanvaardbaar zijn in tijden van alarmerend biodiversiteitsverlies en klimaatverandering. Verder stellen we ons ernstige vragen bij de gevoerde procedure, de scheve verhouding tussen maatschappelijke kosten en private baten, en de effecten op de lokale lucht- en leefkwaliteit. 

DSC09602.jpg

De deelgebieden

  • Het RUP bevat 3 belangrijke deelgebieden. De zone Achterste Hostie bestaat vandaag voor 77% uit bos: oude naaldbossen overgaand in gemengd loofbos, waaronder biologisch zeer waardevolle eiken-berkenbos fragmenten. Ze ligt bijna volledig in Vogelrichtlijngebied en is op dit moment al bestemd als natuurgebied. De gemeente Bocholt beschrijft het gebied in haar eigen Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan als een belangrijk element in de natuurlijke structuur van de gemeente. Dat zij nu zelf – tegen haar beleidslijn in – via dit RUP een (tijdelijke) vernietiging van deze natuur mogelijk wil maken, vinden we onbegrijpelijk 
  • Het deelgebied Groote Heide is ingekleurd als bedrijventerrein maar wordt ook in belangrijke mate aangeduid als biologisch zeer waardevol, vooral de aan het water gelegen helft ervan waar eiken-berken bossen en grove den bestanden voorkomen. Net deze waardevolle bossen moeten in het RUP plaatsmaken voor een uitbreiding van de KMO-zone Kettingbrugweg. Daarmee dreigt een historische groene buffer van meer dan 20 hectare, intussen uitgegroeid tot waardevol oud bos overgaand in moerasgebied, gebetonneerd en volgebouwd te worden. BOS+ gaat niet akkoord met die locatiekeuze, vraagt zich af of er voldoende andere locaties overwogen zijn voor deze uitbreiding, en of die uitbreiding – rekening houdend met vraag en aanbod van bedrijventerreinen in de regio –überhaupt wel noodzakelijk is.  

  • De zoneRaekerheide beslaat de gronden van de voormalige buskruitfabriek (PRB site). Planologisch zijn deze bestemd als industriegebied, maar sinds het faillissement in 1990 hebben zich hier bestanden gevormd van eiken-berken bos, grove den, andere naaldbomen en populier. Het grootste deel van de ontginningszoekzones in dit deelgebied worden beschouwd als ‘biologisch (zeer) waardevol’. Op deze site rust bovendien een saneringsnood. Ex-werknemers van de kruitfabriek getuigen van grootschalige vervuiling en het dumpen van afval. De huidige eigenaar is zijn engagementen daartoe nooit nagekomen en lijkt met de zandwinning te hopen op een win-win oplossing.  

  • (Voor de volledigheid: Een laatste deelgebied wordt herbestemd van ontginningszone tot landbouwgrond. Daarmee wordt het huidige gebruik enkel bevestigd en BOS+ verzet zich dan ook niet tegen dit onderdeel van het RUP.)

Hoge maatschappelijke kosten vs. private baten 

De bosgebieden binnen dit RUP hebben door hun oppervlakte, ruimtelijke consistentie en intrinsieke ecologische waarde, naar Vlaamse normen al een groot en bovenlokaal belang. De vele ecosysteemdiensten (waterhuishouding, klimaatmitigatie, bodemverbetering, verkoeling, enz.) die zij leveren, zijn belangrijke maatschappelijke baten die met de uitvoering van dit RUP zullen verdwijnen. En dit terwijl één van de deelgebieden zelfs al planologisch is vastgelegd.  Zo wordt er voor dit RUP een hoge maatschappelijke prijs betaald, terwijl de private, financiële baten voor de betrokken eigenaars – via planschade, ontginnings- en bouwrechten – buitensporig hoog zijn. Belangrijke randinformatie daarbij is dat het grootste deel van de gronden door hun huidige eigenaar (de NV Kaulindus) na het failliet van de buskruitfabriek in de jaren ’90 vér onder de marktprijs, met name voor 1 symbolische frank, konden aangekocht worden. Dat deze eigenaar vervolgens jarenlang haar verantwoordelijkheid tot sanering kon ontlopen en daar nu financieel voor beloond zou worden met interessante herbestemmingen en de mogelijkheid haar nalatigheid in saneringen om te buigen tot een winstgevende zandontginning, is niet alleen oneerlijk maar doet ook vragen rijzen of de principes van goed bestuur hier wel gerespecteerd zijn.  

Impact op de lokale lucht- en leefkwaliteit 

Ook de inwoners van Kaulille dreigen de dupe te worden van dit project, want de potentiële impact van de zandontginning en bijhorende transporten op de lokale lucht- en leefkwaliteit is enorm. En dat terwijl deze buurt - met de nabijheid van de luchtmachtbasis van Kleine-Brogel -  de gezonde, groene longen die deze bossen en natuur haar vandaag bieden,zeer goed kan gebruiken. De gemeente maakt zich sterk dat 80% van de aan- en afvoer van delfstoffen via het water zal verlopen, maar of ze dit ook kan waarmaken, is nog maar de vraag. Daarvoor zou namelijk nog een opwaardering van het kanaal Bocholt-Herentals tussen Lommel en de Zuid-Willemsvaart nodig zijn. Voor het deelgebied Achterste Hostie zou bovendien 90% van het transport via de weg zal verlopen. Het ontbreken van een duurzame aanvoerroute is voor deze zone dus nog een bijkomend argument tegen de zandontginning, bovenop de huidige bestemming als natuurgebied. Op welke manier deze hier, rekening houdend met het transport over de weg, nog economisch rendabel kan georganiseerd worden, is trouwens onduidelijk. 

Vragen bij de procedure

Ook de (woelige) voorgeschiedenis van dit dossier vraagt enige uitleg. Toen de eerste plannen voor een grootschalige ontginning van dit gebied in 2014 werden gemaakt, gebeurde dit op initiatief van de Vlaamse Regering. Na aangroeiend protest werd het plangebied dat vandaag voorligt voor een stuk opgenomen in de beschermingskaart voor zonevreemde bossen van toenmalig minister Joke Schauvliege. Daarmee werd een signaal gegeven over de maatschappelijk waarde van het gebied, maar ook over het bovenlokaal belang van dit dossier. Maar, later werd het dossier zonder duidelijke argumentatie alsnog overgeheveld naar het gemeentebestuur van Bocholt. Het feit dat dit kon gebeuren bij een dergelijk dossier - met een enorme impact op bovenlokale en maatschappelijke kwesties als klimaat, ruimtelijke ordening en biodiversiteit – is frappant en zorgwekkend voor de deskundige opvolging en afhandeling ervan. Als is het maaromdat deze aanpak het de facto onmogelijk maakt de bovenlokale impact van het project in rekening te laten brengen door de behandelende overheid. Ook de financiële baten die de gemeente Bocholt zelf zal ondervinden van de zandwinning doen minstens vragen rijzen bij de objectieve beoordeling ervan: door de overheveling naar het lokale niveau is de lokale overheid rechter en betrokken partij in dit dossier.  

Gepaster zou geweest zijn het dossier verder te behandelen volgens de procedure van de complexe projecten, die wordt gevoerd op Vlaams niveau én meer inspraak toelaat. Want ook de gevolgde inspraakprocedure roept vandaag vragen op. Hoewel het al jarenlang duidelijk is dat dit project veel weerstand en bezorgdheden oproept, bleven de mogelijkheden tot inspraak en feedback het voorbije jaar zeer beperktMet de talrijke online inspraaktools en alternatieven die we het laatste jaar hebben kunnen ontdekken, mogen COVID maatregelen geen excuus zijn voor het organiseren van echte participatie en een serieuze dialoog. 

Terug naar de tekentafel

BOS+ ziet hiermee meer dan genoeg redenen om het voorliggende RUP ‘Zandcluster Kaulille’ niet te bevestigen. We vragen daarentegen dat het planningsproces in zijn geheel opnieuw worden overgedragen aan de Vlaamse overheid en dat een aanvaardbare herbestemming wordt gezocht via de (eerlijkere) procedure van de complexe projecten, met bijzondere aandacht voor het veilig stellen van waardevolle bos- en natuurcomplexen. We willen dat de reeds bestaande natuurbestemming in de Achterste Hostie behouden blijft, en dat er voor de overige gebieden een aangepast plan wordt uitgewerkt dat rekening houdt met de maatschappelijke waarde van de bestaande natuur- en bosgebieden en de vele ecosysteemdiensten die zij leveren.