Kaulille

BOS+ stapt naar rechter tegen de plannen voor de zandontginning in Kaulille; “niet minder dan 80 hectare bos en natuur bedreigd”

BOS+ is in beroep gegaan tegen de beslissing van de gemeente Bocholt om de plannen voor de zandontginning in Kaulille goed te keuren. In totaal worden minstens 80 hectare bestaande bossen op korte termijn rechtstreeks bedreigd, hoofdzakelijk om de ontginning van zand (en grind als bijproduct) mogelijk te maken. Op langere termijn zou het zelfs om 100 hectare kunnen gaan. BOS+ verzet zich tegen dergelijke grootschalige natuurvernietiging, en stelt ernstige juridische vragen bij de gevolgde procedure waarmee men meerdere tientallen hectare bos en natuur zal vernietigen. Daarom stapt de vereniging naar de Raad van State.

Terwijl BOS+ een relatief kleine organisatie is, kost zo’n juridische procedure handenvol geld. Daarom beslisten we om een geldinzamelactie op te zetten om deze zaak te bekostigen. We roepen iedereen op om samen met ons de dreigende en desastreuze ontbossing in Kaulille te stoppen.

Steun BOS+ in haar strijd tegen de ontbossing in Kaulille

De ontbossingen die de komende jaren met de geplande zandwinning zouden gepaard gaan, zijn van zo een schaal dat ze voor BOS+ onaanvaardbaar zijn in tijden van alarmerend biodiversiteitsverlies en klimaatverandering. Verder ziet BOS+ ernstige tekortkomingen in de voorbereidende studies en de gevoerde procedure waarbij de gemeente Bocholt zowel rechter als betrokken partij is.

Tijdens het openbaar onderzoek was er al enorm veel protest met meer dan 4.000 ingediende bezwaarschriften tot gevolg. Ook BOS+ tekende bezwaar aan waarin we de gemeente Bocholt met aandrang vroegen om de plannen niet goed te keuren en grondig bij te stellen. "Tot onze grote spijt hebben we moeten vaststellen dat er te weinig rekening gehouden werd met onze bezwaren, waardoor we ons nu genoodzaakt zien om beroep aan te tekenen bij de Raad Van State,” zegt onze directeur Bert De Somviele. 

DSC09602.jpg

De deelgebieden

Op 9 juli werd het gemeentelijke RUP ‘zandcluster Kaulille’ (een deelgemeente van Bocholt) vastgesteld, dat de herbestemming moet regelen van in totaal zo’n 300 hectare plangebied waarbij het grootste deel van deze oppervlakte wordt herbestemd als ontginningsgebied voor zand en grind met nabestemming recreatie en natuur (en een klein gebied bedrijventerrein). De inschatting is dat bij uitvoering van dit RUP 70 tot 80 ha bos onmiddellijk bedreigd wordt, en bijkomend 19 ha op de langere termijn. Het RUP kent 3 deelgebieden (zie kaart).

Afbeelding1

  • 1. Achterste Hostie (Noord): Eigendom van zandwinningsbedrijf Winters, vandaag voor 77% bestaand uit bos en oude naaldbossen overgaand in gemengd loofbos. De zone ligt bijna volledig in vogelrichtlijngebied en werd in 2018 op een actualisatie van de biologische waarderingskaart grotendeels ingekleurd als ‘biologisch waardevol’ met een aantal fragmenten zelfs ‘biologisch zeer waardevol’ zoals een stukje eiken-berkenbos. Ze is op dit moment al bestemd (en beschermd) als natuurgebied, en bovendien schrijft het eigen Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan hierover dat dit gebied een belangrijk element is in de natuurlijke structuur van de gemeente. Bovendien is deze zone enkel ontsloten via lokale wegen, wat een problematische verkeersdruk zal teweegbrengen. Inschatting bosverlies: 
    • 18 ha zone-eigen bos in SBZ-V binnen ontginning Fase 1 en 2
      19 ha zone-eigen bos in SBZ-V binnen reservegebieden Fase 3 en 4

  • 2. Raekerheide en Groote Heide (Oost): Ook wel de PRB-site genoemd, een voormalige buskruitfabriek met omliggende (bos)gronden die na faillissement werd opgekocht door NV Kaulindus. Planologisch zijn deze gronden bestemd als industriegebied, maar sinds het faillissement in 1990 hebben zich hier bestanden gevormd van eiken-berkenbos, grove den, andere naaldbomen en populier. Het grootste deel van de ontginningszoekzones in dit deelgebied wordt beschouwd als ‘biologisch (zeer) waardevol’. Op deze site rust bovendien een saneringsnood, maar Kaulindus is zijn engagementen daartoe nooit nagekomen en lijkt met de zandwinning te hopen op een win-win oplossing. Het meest noordelijke deel (Groote Heide) is ingekleurd als bedrijventerrein maar wordt ook in belangrijke mate aangeduid als biologisch zeer waardevol, vooral de aan het water gelegen helft ervan waar eiken-berkenbossen en grove dennenbestanden voorkomen. Net deze waardevolle bossen moeten in het RUP gedeeltelijk plaatsmaken voor ontginning met nabestemming bedrijventerrein (een uitbreiding van de KMO-zone Kettingbrugweg). Daarmee dreigt een historische groene buffer, intussen uitgegroeid tot waardevol oud bos overgaand in moerasgebied, gebetonneerd en volgebouwd te worden. Inschatting bosverlies: 
    • 60 ha (+/- 10 ha) binnen ontginning, waarvan 35 ha Groote Heide en 25 ha Raekerheide

  • 3. Zuidelijk deelgebied (stippellijn): voormalige ontginningszone in landbouwgebruik, wordt nu bestemd als landbouw => geen bezwaren tegen.

Definitief RUP: 70 tot 80 ha bos onmiddellijk bedreigd, bijkomend 19 ha op de langere termijn.

Hoge maatschappelijke kosten vs. private baten 

De bosgebieden binnen dit RUP hebben door hun oppervlakte, ruimtelijke consistentie en intrinsieke ecologische waarde, naar Vlaamse normen al een groot en bovenlokaal belang. De vele ecosysteemdiensten (waterhuishouding, klimaatmitigatie, bodemverbetering, verkoeling, enz.) die zij leveren, zijn belangrijke maatschappelijke baten die met de uitvoering van dit RUP zullen verdwijnen. En dit terwijl één van de deelgebieden zelfs al planologisch is vastgelegd.  Zo wordt er voor dit RUP een hoge maatschappelijke prijs betaald, terwijl de private, financiële baten voor de betrokken eigenaars – via planschade, ontginnings- en bouwrechten – buitensporig hoog zijn. Belangrijke randinformatie daarbij is dat het grootste deel van de gronden door hun huidige eigenaar (de NV Kaulindus) na het failliet van de buskruitfabriek in de jaren ’90 vér onder de marktprijs, met name voor 1 symbolische frank, konden aangekocht worden. Dat deze eigenaar vervolgens jarenlang haar verantwoordelijkheid tot sanering kon ontlopen en daar nu financieel voor beloond zou worden met interessante herbestemmingen en de mogelijkheid haar nalatigheid in saneringen om te buigen tot een winstgevende zandontginning, is niet alleen oneerlijk maar doet ook vragen rijzen of de principes van goed bestuur hier wel gerespecteerd zijn.  

Conclusie: de hoge kosten door bos- en natuurverlies wegen anno 2021 in volle klimaat- en biodiversiteitscirsis veel te zwaar door tegenover de hoofdzakelijk private baten voor de eigenaars - grootste delen van het plangebied zijn in handen van enkele eigenaars.

Impact op de lokale lucht- en leefkwaliteit 

Ook de inwoners van Kaulille dreigen de dupe te worden van dit project, want de potentiële impact van de zandontginning en bijhorende transporten op de lokale lucht- en leefkwaliteit is enorm. En dat terwijl deze buurt - met de nabijheid van de luchtmachtbasis van Kleine-Brogel -  de gezonde, groene longen die deze bossen en natuur haar vandaag bieden,zeer goed kan gebruiken. De gemeente maakt zich sterk dat 80% van de aan- en afvoer van delfstoffen via het water zal verlopen, maar of ze dit ook kan waarmaken, is nog maar de vraag. Daarvoor zou namelijk nog een opwaardering van het kanaal Bocholt-Herentals tussen Lommel en de Zuid-Willemsvaart nodig zijn. Voor het deelgebied Achterste Hostie zou bovendien 90% van het transport via de weg zal verlopen. Het ontbreken van een duurzame aanvoerroute is voor deze zone dus nog een bijkomend argument tegen de zandontginning, bovenop de huidige bestemming als natuurgebied. Op welke manier deze hier, rekening houdend met het transport over de weg, nog economisch rendabel kan georganiseerd worden, is trouwens onduidelijk. 

Vragen bij de procedure

Ook de (woelige) voorgeschiedenis van dit dossier vraagt enige uitleg. Toen de eerste plannen voor een grootschalige ontginning van dit gebied in 2014 werden gemaakt, gebeurde dit op initiatief van de Vlaamse Regering. Na aangroeiend protest werd het plangebied dat vandaag voorligt voor een stuk opgenomen in de beschermingskaart voor zonevreemde bossen van toenmalig minister Joke Schauvliege. Daarmee werd een signaal gegeven over de maatschappelijk waarde van het gebied, maar ook over het bovenlokaal belang van dit dossier. Maar, later werd het dossier zonder duidelijke argumentatie alsnog overgeheveld naar het gemeentebestuur van Bocholt. 

BOS+ hekelt ook de keuze van voormalig minister Schauvliege om in 2019 dit dossier zonder duidelijke en objectieve onderbouwing over te hevelen naar het gemeentebestuur van Bocholt. ”Het feit dat dit kon gebeuren bij een dergelijk dossier - met een overduidelijk grote impact op bovenlokale en maatschappelijke kwesties als klimaat, ruimtelijke ordening en biodiversiteit – is frappant en zorgwekkend voor de correcte opvolging en afhandeling ervan. De delegatie naar de lokale overheid van deze beslissing maakt het de facto onmogelijk de bovenlokale impact van het project in rekening te brengen. Bovendien mag de gemeente heel wat financiële baten verwachten van de voorziene zandwinning. Dit doet vragen rijzen bij de objectieve beoordeling ervan, want de lokale overheid is zowel rechter en betrokken partij in dit dossier,” aldus De Somviele.

Gepaster zou geweest zijn het dossier verder te behandelen volgens de procedure van de complexe projecten, die wordt gevoerd op Vlaams niveau én meer inspraak toelaat. Want ook de gevolgde inspraakprocedure roept vandaag vragen op. Hoewel het al jarenlang duidelijk is dat dit project veel weerstand en bezorgdheden oproept, bleven de mogelijkheden tot inspraak en feedback het voorbije jaar zeer beperktMet de talrijke online inspraaktools en alternatieven die we het laatste jaar hebben kunnen ontdekken, mogen COVID maatregelen geen excuus zijn voor het organiseren van echte participatie en een serieuze dialoog. 

Terug naar de tekentafel

BOS+ ziet hiermee meer dan genoeg redenen om in beroep te gaan tegen het voorliggende RUP ‘Zandcluster Kaulille’. We vregen dat het planningsproces in zijn geheel opnieuw worden overgedragen aan de Vlaamse overheid en dat een aanvaardbare herbestemming wordt gezocht via de (eerlijkere) procedure van de complexe projecten, met bijzondere aandacht voor het veilig stellen van waardevolle bos- en natuurcomplexen. We willen dat de reeds bestaande natuurbestemming in de Achterste Hostie behouden blijft, en dat er voor de overige gebieden een aangepast plan wordt uitgewerkt dat rekening houdt met de maatschappelijke waarde van de bestaande natuur- en bosgebieden en de vele ecosysteemdiensten die zij leveren.  

Geldinzamelactie om gerechtskosten te betalen

Terwijl BOS+ een relatief kleine organisatie is, kost zo’n juridische procedure handenvol geld. “Daarom beslisten we om een geldinzamelactie op te zetten om deze zaak te bekostigen. We roepen iedereen op om samen met ons de dreigende en desastreuze ontbossing in Kaulille te stoppen.”

“Nogmaals, het is alsof een land dat geteisterd wordt door oncontroleerbare bosbranden beslist om te besparen op brandweerlui. We zitten in een onuitgegeven biodiversiteits- en klimaatcrisis. Dankzij onze bossen kunnen we ons beter aanpassen aan een opwarmend klimaat en zullen onze fauna en flora kunnen overleven en zelfs heropleven. Deze plannen druisen daar lijnrecht tegenin; de zandwinning zou ten kosten gaan van 80 hectare waardevol bos. Dat betekent een gigantische oppervlakte in het bosarme Vlaanderen en kunnen we echt niet zomaar laten gebeuren”, besluit De Somviele.

Stop de ontbossing in Kaulille