Technisch

Technisch

Bomen leven tientallen tot honderden jaren, tijdens de aanplanting bepaal je dus eigenlijk de toekomst van het bos voor een zeer lange tijd. Bovendien vraagt de maatschappij in ons dichtbevolkte Vlaanderen heel wat van bossen, ze moeten aan allerlei functies voldoen. Ten slotte is bosaanplanting niet gratis en vraagt het een investering. Allemaal redenen om dus niet te licht te gaan over de aanpak bij de aanplanting van een nieuw bos. In deze sectie beschrijven we summier enkele noodzakelijke stappen. Uitgebreide informatie kan je vinden in enkele vademeca en bosrevue-artikels (in de tekst zijn links aangebracht). In bosrevue 8 verscheen een overzichtsartikel over de aanleg van nieuwe bossen.

  

Aanplantingsplan en boomsoortenkeuze

 
De belangrijkste stap bij bosuitbreiding is eigenlijk de opmaak van een aanplantingsplan. Daarin leg je vast welke boomsoorten je op welke plaatsen zal planten, of en hoe je paden zal aanleggen, of je voor een bosrand kiest... De opmaak van een aanplantingsplan kan voor kleine oppervlaktes handmatig op een kaartje gebeuren. Voor grotere oppervlaktes (enkele hectares) is het echter aangewezen om dit in een Geografisch Informatie Systeem (GIS) te doen.

Vooraleer je start met de opmaak van het aanplantingsplan, moet je ook nadenken over de functies die het bos allemaal moet vervullen. Afhankelijk van welke functies (ecologische, economische of recreatieve) meer of minder aandacht krijgen, zal de nadruk bijvoorbeeld meer liggen op bijvoorbeeld bosranden en inheemse boomsoorten, snelgroeiende houtsoorten of de paden en infoborden. In bosrevue 37 verscheen een artikelenreeks over ecologische bosuitbreiding op landbouwgronden.

Een zeer belangrijk aandachtspunt bij de vervulling van al deze functies is de schaal van het bos. In een groot boscomplex van verschillende honderden of duizenden hectares is het een optie om met zonering te werken en voor bepaalde stukken (of nieuwe aanplantingen) te kiezen om de nadruk veel meer op één functie te leggen en elders op een andere. In Vlaanderen is de schaal van onze bossen echter meestal te beperkt om met zonering te werken en is het aangewezen om overal aandacht te besteden aan de verschillende functies.

Zeer praktisch zal je als bosuitbreider ook bij de aanvraag van overheidssubsidies bij het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB)(ten minste drie maanden voor de aanplanting), ook een gedetailleerd aanplantingsplan moeten kunnen voorleggen. Net als bij de aanvraag van de verschillende vergunningen.

In het aanplantingsplan leg je ook vast waar je welke boomsoorten zal planten. Naast de hierboven beschreven overwegingen is ook de bodem van zeer groot belang bij de boomsoortenkeuze. Voor iedere boomsoort bestaat een ideale standplaats. Sommige bomen zijn kieskeuriger dan andere. Let er op dat je een boom die geen zeer vochtige gronden verdraagt, niet met zijn voeten in het water plant en een die enkel op rijkere gronden groeit niet in een droge, arme zandgrond plant. Ook niet alle bomen verdragen schaduw. De bomenwijzer is een zeer goede tool om je te helpen bij een boomsoortenkeuze. Naast deze keuze moet je echter ook nog bepalen in welk plantverband (afstand tussen de bomen onderling) je de bomen zal planten, welke soorten je bij elkaar kan planten, of je die individueel of groepsgewijs plant, gebruik van autochtoon plantsoen... Dergelijke keuzes zijn eerder werk voor mensen die vertrouwd zijn met bosaanleg (bijvoorbeeld BOS+ of de bosgroepen).

Naast aanplanting kan je ook kiezen voor spontane verbossing. Deze meer natuurlijke manier van bosuitbreiding wordt niet zoveel toegepast in Vlaanderen. In deze bosrevue-artikels vind je meer info over spontane verbossing: Spontane verbossing versus bosaanplanting - Vergelijking van de vegetatiestructuur en -soortensamenstellingBosaanplanting of spontane verbossing? - Aanbevelingen voor het beleid en het beheer

Terreinvoorbereiding

 
Bosuitbreiding in Vlaanderen gebeurt in de meeste gevallen op voormalige landbouwgronden. Wanneer het voormaligeakkergrond betreft, zijn er vaak geen voorafgaande bodemvoorbereidende werken nodig. Een stoppelveld van maïs of graan is ideaal om bomen in te planten. In de eerste groeiseizoenen zal in dit geval wel vaak een explosieve onkruidgroei ontstaan. In bepaalde gevallen is het aangewezen om dan onkruidbestrijding toe te passen.

Op weidegronden kan een zeer dichte grasmat een probleem zijn om bomen te planten. Voorafgaand aan het planten kan overwogen worden om de weide te frezen om de grasmat te doorbreken. In de meeste gevallen is dat echter niet nodig. Begrazing tot kort voor de aanplanting is het ideale scenario, de grasmat is dan mooi kort. Het gras zal de ontwikkeling van andere (ongewenste) spontane vegetatie tegengaan en wordt meestal niet hoger dan de boompjes zelf. In droge groeiseizoenen kan er wel een probleem ontstaan op het vlak van competitie voor vocht.

Bomen planten

 
Eens het aanplantingsplan opgemaakt is en de eventuele terreinvoorbereidende werken achter de rug zijn kan de aanplanting zelf starten. Bomen op blote wortel plant je in West-Europa van november t.e.m. maart, bij vorst of te natte bodemomstandigheden (water in de plantgaten) is het niet aangewezen om de planten. Ook bij de aanplanting zelf is een goede voorbereiding al het halve werk. Vooraleer je start, baken je best eerst bijvoorbeeld met gekleurde bamboestokjes de plantvakken af waar de verschillende soorten(mengelingen) komen, waar paden of eventuele open plekken zijn gepland, waar de bosrand komt...

Je kan er voor kiezen om met een grondboor (eventueel op een tractor gemonteerd) plantgaten te boren of om met de spade handmatig plantgaten te graven. In bepaalde gevallen is het zeker aangewezen om machinaal plantgaten te boren, bijvoorbeeld in zware kleibodems of stenige bodems of wanneer het om grote oppervlakten gaat. Er bestaan ook machines waarbij bomen machinaal geplant worden, bijvoorbeeld met schijvenplanters.

Bosplantsoen zal in de meeste gevallen in bundels op blote wortel geleverd worden. Een goede behandeling van het plantsoen is essentieel. Droog, winderig en koud weer (wat al eens voorkomt in het plantseizoen) kan de wortels van het plantsoen zodanig uitdrogen dat ze om zeep zijn. In een half uurtje kan het kwaad geschied zijn! Het is van zeer groot belang dat de wortels vochtig worden gehouden totdat je de bomen plant. Dat kan je het beste doen door ze af te dekken met bijvoorbeeld natte doeken of een plastiek zeil. Je kan ze ook gewoon met hun wortels in een beek of vijver leggen (geen weken aan een stuk). Wanneer het niet lukt om alles te planten op de dag van levering, kuil je de bomen best in: je graaft een voldoende diepe put waar je de wortels van je volledige bundel bomen kan inpassen en bedekt ze met voldoende aarde zodat ze niet blootgesteld zijn aan de lucht. Op deze manier kunnen de bomen tot zelfs meerdere weken bewaard blijven, zonder dat ze er last van ondervinden.

Hoe plant je nu op een goede manier een boom? Het plantgat moet voldoende groot zijn zodat alle wortels er mooi in passen (niet geforceerd/draaiend er in duwen). De put moet diep genoeg zijn zodat je – zonder forceren – de hoogste wortels net onder het oppervlak krijgt. Onderaan in de put maak je de aarde best wat los, zo vinden de wortels vlot hun weg naar het water. Plaats de boom in de put en vul die dan weer met aarde. Zorg hierbij dat je geen grote kluiten gebruikt maar dat de aarde mooi verkruimeld is, vermijd ook graszoden, maïsstobben of takken. Voordat de put helemaal gevuld is, schud je eens voorzichtig met de boom zodat de aarde overal mooi tussen de wortels valt. Vul dan de put tot hij helemaal toe is en stamp voorzichtig aan met je voeten (niet te bruusk!). Indien nodig doe je er nog wat aarde bij zodat het oppervlak van het plantgat weer mooi gelijkloopt met de rest van het terrein.