BOS+ visie op houtige biomassa als energiebron

BOS+ visie op houtige biomassa als energiebron

Energiebesparing is de eerste stap in de strijd tegen CO2-uitstoot en klimaatverandering. Nog steeds is hier veel te weinig aandacht voor.

Onze maatschappij en iedereen die daar deel van uitmaakt moet dan ook dringend werk maken van een duurzamer energiegebruik, waarin het doelstelling moet zijn om zuiniger, groener en rationeler met onze energiebevoorrading om te springen. Maar zelfs met een daadkrachtig beleid op vlak van de reductie van het energiegebruik zal er op korte en middellange termijn zeker een zeer significante vraag naar energie blijven bestaan. Onze samenleving staat voor de zware uitdaging aan deze vraag te (blijven) voldoen zonder nog verder bij te dragen tot de klimaatopwarming en de verdere achteruitgang van ons leefmilieu en de biodiversiteit. Hierin zullen duurzame energiebronnen per definitie een fundamentele rol moeten spelen. Naast bv. wind- en zonne-energie wordt ook het gebruik van biomassa vaak als een dergelijke duurzame energiebron naar voor geschoven.

En binnen die energiebron wordt algemeen aangenomen dat houtige biomassa op korte en middellange termijn een groot aandeel op zich zal nemen (wat overigens vandaag al het geval is). Er moeten echter vragen gesteld worden bij het duurzaam karakter van het aanwenden van biomassa als energiebron, en van houtige biomassa in het bijzonder. De beschikbare hoeveelheid biomassa die op een duurzame manier geproduceerd kan worden, is immers beperkt. Op zijn minst zullen belangrijke bijkomende duurzaamheidscriteria moeten gerespecteerd worden, wil men in dit kader echt van groene energie kunnen spreken.

Hier kan je een pdf-versie van de visie downloaden.

Het energiepotentieel van houtige biomassa

In het kader van de Europese 20-20-20-doelstellingen (o.a. 20% van de energie in Europa moet afkomstig zijn van hernieuwbare energiebronnen tegen 2020) hebben alle EU-lidstaten de voorbije jaren zgn. National Renewable Energy Action Plans (NREAP's) opgesteld, actieplannen waarin de nationale strategieën concreet worden gemaakt om hernieuwbare energie in de nationale energiemix op te nemen. Het aandeel van (houtige) biomassa voor energieproductie in deze NREAP's werd echter systematisch veel te hoog ingeschat: de lidstaten dichtten houtige biomassa in de EU (178 miljoen ha bos) een onrealistisch belangrijke rol toe binnen hun energiebevoorradingsdoelstellingen, en de jaarlijkse houtaangroei in de EU is ontoereikend om hieraan op een duurzame manier te voldoen. Men verwacht dat biomassa in 2020 meer dan 50% van de Europese hernieuwbare energieproductie zal uitmaken. De – op basis van de NREAP's – voorspelde vraag in 2020 aan houtige biomassa voor energieopwekking (zowel elektriciteit maar ook en vooral warmte en koeling) en het respectievelijke verwachte aanbod in de EU zou een enorm tekort opleveren. Met als consequentie dat Europa dan ofwel massaal meer (lees: onduurzaam veel) hout moet kappen in Europese bossen ofwel massaal hout moet importeren.

Gezien de beperkte bosoppervlakte in Vlaanderen en België, stelt het probleem zich hier nog acuter. Beide oplossingen leiden tot grote duurzaamheidsvraagtekens, o.a. op vlak van effectieve CO2-uitstoot-vermindering, potentieel negatieve impact op leefmilieu-aspecten zoals luchtkwaliteit, voorziening van de grondstof hout t.b.v. andere sectoren, biodiversiteitsbehoud en sociale rechtvaardigheid (o.a. landroof).

Duurzaamheidsvoorwaarden

Houtige biomassa heeft echter zeker wel potentieel als CO2-interessante energiebron mits voldaan wordt aan een aantal fundamentele duurzaamheidsvoorwaarden. Het basiscriterium is uiteraard dat er effectief een CO2-winst t.o.v. fossiele brandstoffen moet zijn. Hierbij dient niet enkel rekening gehouden te worden met alle emissies geproduceerd tijdens de productie, oogst, transport en verwerking, maar ook met de emissies van CO2 uit de bodem en de koolstofschuld van de gebruikte biomassa. De evaluatie hiervan moet uiteraard gebeuren op basis van een transparante levenscyclusanalyse met helder gedefinieerde systeemgrenzen, zodat vergelijking tussen de verschillende energiebronnen en -technologieën ondubbelzinnig mogelijk is. Met de huidige stand van technologie is het daarbij duidelijk dat er steeds moet gekozen worden voor installaties met zgn. warmtekrachtkoppeling1  (WKK – het gelijktijdige aanwenden van zowel de opgewekte elektriciteit als de opgewekte warmte).

Het gebruik van houtige biomassa als energiebron mag niet leiden tot excessieve houtexploitatie t.b.v. de energievraag, tot ecologische schade (biodiversiteitsverlies) of maatschappelijke onrechtvaardigheid (bv. door landroof). Daarnaast moet er ook rekening gehouden worden met andere leefmilieu-aspecten zoals de impact op de luchtkwaliteit die de productie van energie uit hout met zich mee kan brengen. Ten slotte moeten deze criteria zowel voor binnenlands als buitenlands geproduceerd hout uitgewerkt worden en afdwingbaar zijn.

1Strikt gezien is er ook CO2-winst bij gewone elektriciteitscentrales (omdat bij gas, steenkool of nucleair de warmte ook niet gebruikt wordt), maar in het kader van een duurzame energiestrategie gaat de voorkeur toch uit naar WKK. WKK is echter vooral toepasbaar op iets kleinere schaal, want hangt af van de lokale warmtevraag.

Duurzame houtproductie

Gemiddelde jaarlijkse oogst van houtige biomassa < gemiddelde jaarlijkse houtaanwas, en duurzame bosbeheerpraktijken

Elke vorm van duurzaam bosbeheer is gebaseerd op het principe dat de gemiddelde jaarlijkse kap de gemiddelde jaarlijkse houtaanwas niet overschrijdt. Uiteraard moet dit principe ook gerespecteerd worden bij het exploiteren van hout voor de productie van energie. In geen geval mag excessieve houtexploitatie tot ontbossing of bosdegradatie leiden. Ook andere aspecten van duurzame bosbeheerpraktijken, waarbij de multifunctionele vervulling van de bosecosysteemdiensten gegarandeerd blijven, dienen hierbij gerespecteerd te worden. Er bestaan verscheidene bosbeheerprincipes en -systemen die hierin een rol kunnen spelen, zoals bv. Pro Silva, of internationaal aanvaarde certificeringsmechanismen, zoals FSC.

Cascadering van houtproducten en efficiënt gebruik en verwerking van de grondstof hout

Hout is een duurzame grondstof die perfect gebruikt kan worden voor een aantal zeer hoogwaardige toepassingen, en kan in veel gevallen een alternatief zijn voor andere, veelal minder duurzaam te produceren en te verwerken materialen, zoals staal, aluminium, beton, kunststoffen, ... Het is belangrijk dat ook de betrokken houtverwerkende sectoren toegang blijven hebben tot kwaliteitsvol hout. Ook de trade-off met compostering vereist aandacht hierin. Composteringsbedrijven zitten meer en meer verlegen om houtige biomassa, terwijl de koolstof die via compostering en toepassing van compost opgeslagen wordt in de bodem erg belangrijk is, zowel vanuit klimaatoogpunt als uit bodemvruchtbaarheidoogpunt. Het cascadeprincipe verankeren in (internationaal) beleid lijkt daarbij een interessante piste, en verdient zeer zeker verdere aandacht. Voor houtige biomassa als energiebron, is het ook aangewezen dat het vooral gebruikt wordt in sectoren waar geen andere alternatieven voor zijn, en/of door gemeenschappen die geen toegang hebben tot andere hernieuwbare energie alternatieven. Ten slotte dient er ook in andere sectoren die houtige biomassa gebruiken aandacht te zijn voor een zo efficiënt mogelijk grondstoffengebruik. Ook de verdere verbetering van selectieve ophaling van houtafval is hierbij van belang.

Biodiversiteit en vervulling van ecosysteemdiensten

Bossen zijn hotspots van biodiversiteit: meer dan de helft van alle terrestrische dier- en plantensoorten leven in het bos. Daarnaast vervullen bossen bijzonder belangrijke ecosysteemdiensten, die fundamenteel zijn, niet alleen voor het levensonderhoud van haar bewoners of van mensen die in de directe omgeving van deze bossen wonen, maar ook voor het onderhouden van waterkringlopen, het beheersen van klimatologische omstandigheden, ... Bij de ontwikkeling van de duurzaamheidscriteria voor de productie en exploitatie van houtige biomassa voor energie, dient zeer grondig rekening gehouden te worden met deze unieke rol van het bos, in Vlaanderen en wereldwijd.

Sociale rechtvaardigheid

Mensen zijn afhankelijk van het bos. Dat geldt voor alle bewoners van deze planeet, maar geschat wordt dat ca. 300 miljoen mensen in het bos leven en er dus rechtstreeks van afhankelijk zijn voor het merendeel van hun levensbehoeften, en dat ca. 1,6 miljard mensen in de directe omgeving van bos wonen en er dagelijks gebruik van maken. Het wereldwijde energievraagstuk, en het streven naar groene energie uit hout, vereist dat er ook met de sociale aspecten van het bos rekening wordt gehouden. Er dienen dus zeker ook sociale criteria voor dergelijke projecten uitgewerkt te worden, die vermijden dat er onaanvaardbare, sociaal onrechtvaardige gevolgen uit resulteren. Een duidelijk voorbeeld van een dergelijk onaanvaardbaar sociaal gevolg is het fenomeen van landroof, dat in een aantal (veelal tropische en arme) landen zeer zware gevolgen heeft voor de lokale gemeenschappen.

 

Andere duurzaamheidsaspecten

De productie van energie uit hout vereist ook aandacht voor andere duurzaamheidsaspecten. Zo is het vrijwaren van een voldoende goede luchtkwaliteit een belangrijke randvoorwaarde in deze kwestie. De verbranding van hout kan immers zorgen voor de uitstoot van heel wat schadelijke stoffen, waarbij de aangewende technologie doorslaggevend is. Oude houtkachels met een ondermaatse verbranding zijn heel schadelijk voor de volksgezondheid, en moeten vervangen worden door energie-efficiëntere en emissie-arme alternatieven. Deze luchtkwaliteitsvoorwaarden moeten gelden voor alle stookinstallaties (residentieel en industrieel). District heating1 of relatief gecentraliseerde stookinstallaties of WKK-installaties verdienen de voorkeur op individuele, residentiële systemen, omdat hierdoor zowel de energie-efficiëntie als de zorg voor luchtkwaliteit geoptimaliseerd kunnen worden. Door centralisatie kan o.a. de logistiek (aan- en afvoer van biomassa) efficiënter gebeuren en kan men vaak komen tot efficiëntere verwerkingsprocessen en betere uitlaatgasbehandelingssystemen (filters of katalysatoren).

Met de huidige technologie is het wellicht moeilijk om op duurzame wijze energie uit hout te halen wanneer de installaties onder een kritische ondergrens van vermogen blijven. Hierin kunnen technologische ontwikkelingen wellicht echter snel verandering in brengen. Boven dit minimumvermogen lijkt het echter ook zeker interessant om decentrale opwekking van energie uit hout mogelijk te maken. Het schaalniveau waarop lokale besturen en initiatieven werken lijkt optimaal voor de Vlaamse context; lokale overheden kunnen op die manier een belangrijke pioniersrol spelen om duurzame installaties ingang te laten vinden. Daarbij verenigen lokale besturen ook een aantal bevoegdheden die interessant zijn voor de bevoorrading van dergelijke lokale initiatieven, zoals bv.:

  • De landschappen waar ze verantwoordelijk voor zijn, beheren als energielandschappen, waarbij houtkanten, bomenrijen, parken, tuinen, bossen, korteomloophout (KOH), ... alle een bijdrage kunnen leveren voor de opwekking van energie uit hout. Meer specifiek over KOH benadrukt BOS+ dat deze teeltmethode zeker potenties heeft voor lokale energie-opwekking, en valorisatie van zgn. restgronden hiervoor, maar dat de potentiële oppervlakte KOH in Vlaanderen zeker vrij beperkt is en blijft.
  • Het beheer van een aantal publieke infrastructuren, waar de vraag naar elektriciteit en warmte kan voldaan worden door efficiënte WKK-centrales op basis van hout;
  • Het beheer van containerparken2, waar houtig snoeiafval van lokale particulieren verzameld wordt;
  • Een goede kennis van de lokale primaire sector, wat mogelijkheden biedt op vlak van (logistiek beheer van) KOH, kleine landschapselementen, enz...

Daarnaast is het zeer belangrijk dat centralisering ook tot een trade off leidt, en dat verhoging van het vermogen niet onbeperkt is: te grote centrales maken warmtekrachtkoppeling vaak moeilijk (wat doe je nog met de warmteafzet?) en botsen op de grenzen van de duurzame biomassabevoorrading.

1District heating is een verwarmingssysteem, waarbij de woningen en gebouwen van een wijk worden verwarmd via een ondergronds netwerk van warmwaterleidingen die worden bevoorraad vanuit een centrale installatie.

2Waarbij de trade-off met de nood aan houtige biomassa voor compostering zeker aandacht verdient.

Aanbevelingen

  • Het fundament van een duurzame-energiepolitiek is de ontwikkeling van een krachtdadige visie op hoe onze maatschappij haar energieverbruik grondig kan reduceren. Daarnaast dient werk gemaakt te worden van strategieën die op een duurzame manier kunnen voldoen aan de resterende energievraag.
  • Het gebruik van houtige biomassa als bron van groene energie is daarbij een concept dat zeker potentieel heeft en verdere aandacht verdient.
  • Het streven naar cascadering van houtige producten, waarbij hoogkwalitatieve producten de voorrang blijven genieten, blijft daarbij wel een belangrijk aandachtspunt. Al moet er hierbij zeker ook rekening gehouden worden met mogelijke perverse marktverstorende effecten van een te stringente cascaderingsregelgeving.
  • Belangrijk is dat daarbij niet de draagkracht van de hout producerende ecosystemen wordt overschreden. De huidige NREAP's van de EU-lidstaten gaan bv. uit van een te ambitieuze inschatting op vlak van energieproductie door hout, en zullen allicht moeten bijgesteld worden.
  • Er is daarnaast ook duidelijk nood aan de ontwikkeling van (internationaal) beleid dat duurzaamheidsgaranties inbouwt voor de toepassing van hout als bron van energie, en dit op vlak van:
    1. CO2-uitstoot en energetische rendabiliteit1;
    2. ecologische draagkracht: praktijken als whole tree harvesting, gebruik van pesticiden, omvorming van bossen met hoge biodiversiteitswaarde tot snelgroeiende plantages, ... zijn uiteraard uit den boze;
    3. blijvende vervulling van de andere ecosysteemdiensten van het bos;
    4. sociale rechtvaardigheid; 
    5. impact van houtverbranding op luchtkwaliteit. 
De aanbevelingen die de EU2 op dit moment doet aan de lidstaten zijn een stap in de goede richting maar er moeten zo snel mogelijk bindende regels komen. Hiervoor moeten alle Europese landen overtuigd zijn van het belang van bindende duurzaamheidscriteria voor de bossen in Europa en in de rest van de wereld, alsook voor het gebruik van biomassa voor energie of voor andere toepassingen. Indien Europa op dit vlak niet op korte termijn vooruitgang boekt, dan moet België zelf werk maken van eigen duurzaamheidscriteria. 
  
  • Meer wetenschappelijk onderzoek is nodig naar het efficiënt gebruik van hout als grondstof voor energie en materialen ("resource efficiency"), de mogelijkheden van cascadering, en de impact op andere aspecten van het leefmilieu, zoals luchtkwaliteit. Een ketenbenadering is daarbij van groot belang, waarbij ook de tijdsaspecten van koolstofopname door bossen mee in rekening gebracht worden (de zgn. carbon debt discussie), alsook transport moet meegerekend worden.
  • Ook fiscaal en op vlak van subsidies pleiten wij voor een beleid dat in de eerste plaats de reductie van het energieverbruik en reductie van het verbruik van fossiele brandstoffen stimuleert. Qua gebruik van alternatieve energiebronnen, dient – met de huidige stand van technologie en kennis – prioritair ingezet te worden op wind- en zonne-energie, en pas in een volgende fase op biomassa, waarbij cascadering en een focus op de inzet van reststromen belangrijke principes zijn. Bij gebruik van houtige biomassa is het bovendien essentieel dat voldaan wordt aan de hierboven beschreven duurzaamheidsvoorwaarden, inclusief een correct koolstofmonitoring. Duurzaam beheer van de bossen en ecosystemen is een basisvoorwaarde hierbij.
  • Het subsidiëren van één bepaalde toepassing van biomassa (zoals energie) kan bovendien marktverstorend werken. De focus dient te liggen op grondstoffen die op dit moment weinig benut worden, of op toepassingen die (op termijn) een hoge toegevoegde waarde kunnen bereiken, bv. via bioraffinage.

1Met de huidige kennis en technologie is warmtekrachtkoppeling hierbij een conditio sine qua non.

2COM(2010)11, Report from the Commission to the Council and the European Parliament on sustainability requirements for the use of solid and gaseous biomass sources in electricity, heating and cooling http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2010:0011:FIN:EN:PDF