Ecuador - Een levendig bezoek aan de bufferzone van Yasuní

Ecuador - Een levendig bezoek aan de bufferzone van Yasuní

Een verhaal over de kracht van Waorani vrouwen, cacao fino de aroma, jaagpaden, palmvezels en olie

Op 15 augustus 2013 kondigde de Ecuadoraanse president Correa, na 6 jaar, het einde aan van het Yasuní-ITT initiatief. Het vrij revolutionaire plan om de olie in de 3 velden (Ishpingo, Tiputini en Tambococha ) van het Nationaal Park Yasuní onder de grond te laten tegen een compensatie van de internationale gemeenschap, had gefaald. Volgens de president omwille van onvoldoende steun van die internationale gemeenschap (er werd maar 0.37% van de gehoopte 3.600 miljoen dollars opgehaald). Volgens anderen omdat het "plan B" vanaf het begin dreigend klaarstond en verder werd voorbereid, wat de geloofwaardigheid van het initiatief geen goed deed. En dan was er nog de financiële crisis.

Een president die prat gaat op de soevereiniteit van zijn land en tegelijkertijd de internationale gemeenschap beschuldigt om onvoldoende tussen te komen, het blijft een vreemde spreidstand. De beslissing houdt al wekenlang de Ecuadoraanse pers in de ban en toont dat - ondanks de verstrengde wet op communicatie - er nog heel wat kritiek op presidentiële beslissingen mogelijk is. Er zijn bijna dagelijks – relatief kleinschalige - protesten in verschillende steden, vooral van jongeren, milieuactivisten en de inheemse beweging. En de nodige stappen werden ondernomen om een volksraadpleging te organiseren. Nu afwachten of Correa dit zal toestaan en of de nodige 600.000 handtekeningen verzameld worden.

De Ecuadoranen worden op dit moment plat gebombardeerd met acties en spotjes over het belang van deze olie om de armoede aan te pakken (er wordt 18 duizend miljoen dollar aan inkomsten verwacht, wat een groei van 5% van het BNP zou betekenen). En de overheid wil benadrukken hoe weinig impact de ontginning wel zal hebben.

De hele situatie geeft goed de duale politiek van de president aan. Enerzijds wordt gefulmineerd tegen het kapitalisme, heeft Ecuador een van de meest vooruitstrevende wetgevingen op vlak van de rechten van "moeder aarde" en van de inheemse bevolking en wordt er gewerkt aan de verandering van de energiematrix. Anderzijds wordt er op korte termijn naar oplossingen gekeken die passen in een kapitalistisch model dat de natuurlijke hulpbronnen uitput, door bijvoorbeeld lucratieve concessies aan China te geven, de wetgeving wordt gebruikt als het past en men gelooft dat armoede opgelost kan worden met oliedollars, terwijl de geschiedenis toont dat de lokale bevolking nog nooit beter geworden is van olie-activiteit.

Uiteraard is de situatie complex, is de verleiding van zo veel inkomsten groot om de verbeteringen aan het land gaande te kunnen houden, en is er geen eenduidige oplossing voorhanden. Maar Ecuador was goed op weg om met dit initiatief een revolutionair voorbeeld te stellen. Het is nu afwachten wat de bevolking zegt als het tot een volksraadpleging komt, hoewel de enorme populariteit van de president (bijna 60% stemmen tijdens de laatste verkiezingen) het onwaarschijnlijk maakt dat deze beslissing nog teruggedraaid zal worden.

De hele discussie is ook: wat is ontwikkeling en wat is het best voor de lokale bevolking? Zeker in Yasuní waar nog veel volkeren traditioneel leven en sterk afhankelijk zijn van het bos dat hen omringt, heeft de intrede van oliebedrijven een grote impact. En hoewel de levensstijl hier nog grotendeels gebaseerd is op subsistentie, doet de geldeconomie meer en meer zijn intrede om de nood aan kleding, medicijnen, ander voedsel en scholing in te lossen. Deze nood is sterker in de gebieden waar de oliebedrijven actief zijn (aangezien de aangetaste omgeving minder biedt) en wordt actief door hen gevoed. De lokale bevolking komt zo in een vicieuze cirkel terecht. Bij het zoeken naar alternatieven mogen we de ogen niet sluiten voor de realiteit, maar we moeten er ook voor willen zorgen dat de lokale bevolking op lange termijn kan blijven leven van en in het bos.

Sinds september 2012 voert IUCN-TRAFFIC in deze regio een project uit met fondsen van de Vlaamse overheid (het Vlaams Fonds voor Tropisch Bos). Zoals steeds doet BOS+ tropen de opvolging van het project, onder meer door een bezoek ter plaatse. Het project werkt met de Waorani bevolking en is opgedeeld in twee interventieregio's met een totaal andere context (zie kaart). De oostelijke regio is moeilijk bereikbaar en daardoor nog heel ongerept. Terwijl in de Westelijke regio, die buiten het Nationaal Park gelegen is, de menselijke interventie veel sterker is en er sinds enkele jaren olie-extractie plaatsvindt.

Het doel van het project is het genereren van alternatieve productieve activiteiten die de lokale bevolking een inkomen opleveren, maar tegelijkertijd hun ecosystemen intact houden en hun cultuur respecteren. Het project wordt uitgevoerd samen met de Vereniging van Waorani Vrouwen (AMWAE). Concreet wordt er gewerkt aan (1) het versterken van het beheer van hun gebied en de natuurlijke hulpbronnen op een participatieve manier o.a. door het aangaan van sociale akkoorden; (2) het aanplanten van cacao in agroforestry systemen, het bekomen van een organisch label hiervoor en het organiseren van de verkoop om een beter inkomen te bieden; (3) duurzaam beheer en oogst van de chambira palm waaruit vezels gewonnen worden voor het maken van handwerk.

De Waorani bevolking is een van de meer dan 10 inheemse bevolkingsgroepen in Ecuador. Traditioneel zijn het jagers-verzamelaars die echter meer en meer gedwongen worden tot een sedentaire levensstijl. Een groot deel van hen behoudt ondanks alles heel veel traditionele gewoonten en woont in de traditionele huizen van palmbladeren , loopt bijna naakt rond en jaagt en vist voornamelijk om te overleven. Momenteel leven er nog maar een tweeduizendtal Waorani, die een immens territorium van zo'n 800.000ha bewonen in het Oosten van Ecuador. Dit deel van de Amazone, dat overlapt met het Nationaal Park Yasuní en volledig in het UNESCO Biosfeer reservaat Yasuní valt, is een van de meest biodiverse regio' s op aarde. Er komen meer dan 4.000 soorten planten, 173 zoogdieren en 610 soorten vogels voor. Op één hectare groeien meer soorten bomen dan in het hele Noord-Amerikaanse continent (naar schatting 680).

        

In het gebied leven naast de Waorani ook de zogenaamde "vrijwillig ongecontacteerde" stammen Tagaeri y Taromenani die nog echt hun traditionele levensstijl aanhouden en in permanente oorlog met de Waorani leven. Enkele maanden geleden nog gebeurde er een heuse aanval op een Taromenane dorp en werden er 20 van hen uitgemoord als wraak voor een eerdere moord op een Waorani paar. Dit gebeurde in de Oostelijke projectregio, de activiteiten liggen daar op dit moment stil en we bezochten dit deel dan ook niet. Dit voorval brengt belangrijke ethische vragen met zich mee (mensenrechten versus respect voor de inheemse cultuur) waar ook de Ecuadoraanse regering niet altijd raad mee weet en waardoor er uiteindelijk vaak rechteloosheid heerst in die gebieden. De komende maand trekt het projectteam opnieuw naar de regio – nu de rust min of meer is teruggekeerd - om het project verder te zetten en de opgestarte activiteiten (zoals aquacultuur met inheemse vissoorten) op te volgen.

Ik bezocht de gemeenschappen Gareno, Konimpade, Meñempade, Dayuno en Tepapade in de Westelijke projectzone. Met het team, dat bestaat uit projectcoördinator Ana, cacao-specialist Manuel, geografe Sylvia en lokale promotoren van de AMWAE Paty en Umari, vetrekken we vanuit mijn Ecuadoraanse thuisbasis Tena met twee taxi's en bergen dozen naar Konimpade. Het projectteam gaat maandelijks een kleine week langs bij de verschillende gemeenschappen, een intensieve taak. Onderweg wordt al snel duidelijk dat de olie-industrie in deze regio niet stil zit: we passeren een controlepost van Petroamazonas, hun logo is aanwezig op de lokale schooltjes, er lopen volop mannen met de typische gele rubberlaarzen voor petrolleros rond, de wegen zijn vrij goed en hier en daar zie je de oliepijpleidingen lopen. Vanuit Konimpade glijden we met hebben en houden in een kano voor een tocht van 4 uur naar Tepapade, met zicht op oevers met secundair bos, stranden met verborgen schildpadden, bananenplantages, maar vooral chakra's met yuca (maniok) en bakbanaan voor de lokale bevolking en hier en daar nog mooie stukken primair bos.

In Tepapade worden we opgewacht door een hele hoop kinderen en enkele vrouwen. Blijkbaar is er in een gemeenschap een eindje verder een groot feest en is bijna iedereen daarheen, onder andere om een partner te zoeken. Dus gaan we aan de slag met de vrouwen en kinderen, op naar de cacaoplantage waar Manuel de instructies voor goed onderhoud herhaalt en iedereen met snoeischaar en handzaag aan de slag gaat. Ook de lokale promotoren blijken technisch goed onderlegd en de jongeren zagen er op los.

De cacaobomen zijn aangeplant in agroforestry systemen met verschillende soorten fruitbomen. We zijn heel enthousiast als we zien dat de lokale bevolking zelf een nieuw vat natuurlijke vloeibare meststof heeft aangemaakt. Er blijkt wel één grote uitdaging te zijn: omdat de cacaovruchten te lekker zijn, smullen de kinderen er op los en verspreiden ze de zaden overal. Rond de cacaozaden, waarvan de chocolade gemaakt wordt, zit namelijk een heerlijk zoetzuur vruchtvlees. Grootmoe geeft het goede voorbeeld. Ze draait wat bladeren tot een soort zak en zo kunnen de kinderen gewoon verder blijven genieten van dit tropische snoep en de zaden bijhouden, waarna ze gefermenteerd en gedroogd worden. De vrouwen hier blijken trouwens ook geen katjes om zonder handschoenen aan te pakken en doen de Waorani reputatie alle eer aan. Wanneer Manuel hen als bedanking een zoen vraagt, tonen ze een geheven machete.

De volgende dag gaan we op stap met de enige aanwezige man van het dorp, Mateo. Met machete en geweer holt hij voorop en Sylvia neemt de GPS coördinaten op. De bedoeling is om de jachtgebieden in kaart te brengen en bepaalde gebieden als jachtvrije zones in te stellen zodat van daaruit de bronpopulaties kunnen groeien. Sinds de start van het project werden hierover afspraken gemaakt, net als over bepaalde soorten die niet meer bejaagd zouden worden, zoals de tapir, en ook het vlees wordt niet langer verkocht. De idee is om deze afspraken nu verder te consolideren, zeker nu ook de voordelen van het project, zoals inkomsten van de cacaoproductie, alsmaar tastbaarder worden. Maar het blijft een gevoelige kwestie en een uitdaging om dit duidelijk te maken aan de bevolking. De bedoeling is om een einde te maken aan de illegale handel in "carne del monte", bushmeat, en niet om de lokale bevolking te doen ophouden met jagen. Zo voorzien ze in hun eigen voeding, die gezond is, bij hun levensstijl hoort en onder de juiste voorwaarden ook duurzaam is.

De derde dag reizen we naar Dayuno waar een veel grotere oppervlakte cacaoplantage te zien is en ook heel wat gedroogde cacao ligt te wachten om verkocht te worden. Hier weten de kinderen zich blijkbaar beter te beheersen. Manuel is heel enthousiast over de kwaliteit van een deel van de cacaobonen en er heerst een uitgelaten sfeer tijdens het wegen en verkopen. Er groeien hier 3 variëteiten cacao: naast de superarbol en de in het land meest aangeplante CCN51, is er de nationale cacao "Fino de aroma". Het is de inheemse variëteit met gele vruchten, die bijna geen last van ziektes heeft en de beste smaak voortbrengt. Daarom krijgen producenten een veel betere prijs op de markt en is er een groeiende vraag.

Ze willen in het volledige territorium van de Waorani enkel nog deze soort overhouden en de andere geleidelijk aan te vervangen om tot een echt inheems product te komen. Na het verzenden van de eerste stalen cacao uit het gebied enkele maanden geleden, was een Duits bedrijf danig onder de indruk. Ondertussen is er al een overeenkomst om een lijn van Waorani chocolade uit te brengen. Voor elke lat chocolade zal bovendien een boom aangeplant worden. De bevolking krijgt per libra (ongeveer een halve kilogram) droge en goed gefermenteerde cacao 1,1$ uitbetaald, wat veel meer is dan de 0.5-0.7$ op de markt. Binnenkort komt ook een extern controle-orgaan langs voor het toekennen van een biolabel.

Helaas is de nood aan geld hier vaak nog hoog en verkopen de families cacao aan passerende handelaars in plaats van te wachten op de beste prijs. Naarmate het project vordert en de voordelen voelbaar worden, zullen ze families financiële ademruimte krijgen en hun kwalitatieve producten hopelijk allen nog verkopen aan een goede, rechtvaardige prijs.

Na een kort bezoek in Dayuno, waar eigenlijk maar twee families wonen, reizen we door naar Konipade. Na een heerlijk en hoognodig bad in de rivier worden de voorbereidingen getroffen voor de dorpsvergadering later die avond met de gemeenschappen van Konipade en het naburige Teñampade. We bespreken de kaarten van de cacaoplantages, het duurzaam gebruik van de chambirapalm en de voorwaarden voor het bekomen van een goede kwaliteit cacao. Daarna volgt een heftige discussie over het gezamenlijke gebruik van de droogplaats voor cacao, waar blijkbaar ook uit gestolen wordt en een afzonderlijke plaats voor de twee gemeenschappen dringt zich op. Niet iedereen investeert evenveel in dit project en dat zorgt voor frustraties. Nadat de onruststookster kwaad de zaal verlaat, keert de rust weer en wordt iedereen uitgenodigd voor het diner. Er wordt wel verder nagedacht over een oplossing.

De vierde dag wordt er om half zeven stevig op de deur geklopt want nog enkele vrouwen moeten hun cacao betaald krijgen en anderen hebben er nog een hele hoop te verkopen. De kwaliteit is zeer wisselend, vooral omdat de 4 dagen fermentatie die nodig is door de Fino de Aroma cacao niet zo evident blijkt. Samen met de problemen over de droogplaats en snelle verkoop aan handelaars wordt er daarom beslist om twee lokale mensen te betrekken bij het ondersteunen van het fermentatieproces, het aankopen van cacao, gedroogd of in pulp en die dan verder te fermenteren en drogen, en het toezicht op de droogplaats.

Ik ga met de vrouwen van Konimpade mee op zoek naar Chambira (Astrocaryum chambira). De bladeren van deze palm worden gebruikt voor het maken van handwerk zoals armbandjes, tassen, riemen, hangers, vaak samen met zaden. Er worden vaak volwassen exemplaren omgekapt enkel voor de vezels terwijl de palmen meer dan 50 jaar oud zijn. Of ze oogsten te veel bladeren van eenzelfde plant, waardoor hij sterft. Daarom worden nu jonge boompjes dichter bij het dorp geplant, stickers aangebracht telkens als 4 bladeren geoogst worden (wat ze 4 keer per jaar mogen doen) en verlengde snoeischaren gebruikt om ook van hoge bomen te kunnen oogsten zonder de boom te vellen. Sylvia noteert ook voor de chambira's de echte locatie en terwijl de vrouwen wachten worden er al volop vezels van de bladeren gescheiden en allerlei vruchten geoogst en opgesmuld. We oogsten ook bast van een boom die een rode kleurstof voor de vezels levert. Ik probeer ondertussen het Wao tempo aan te houden en geniet van deze mooie bossen.

Later op de dag vergezellen we Ana die het met de vrouwen van Teñampade ook heeft over het duurzaam gebruik van chambira. Daarna wordt er gepraat over de kwekerij die ze hadden met Chuncho boompjes. Deze boompjes werden ingezameld onder de moederboom waar ze anders toch sowieso zouden sterven, naar de kwekerij gebracht, verder opgekweekt en dan aangeplant. Het is een hardhoutsoort en in de toekomst zouden ze ook verkocht kunnen worden. Er wordt nu 50 dollarcent per aangeplant boompje betaald en nu moet er beslist worden wat er met de opbrengst van de eerste meer dan 1000 geplante boompjes moet gebeuren.

Investeren in een gemeenschappelijk project blijkt niet evident in de individualistische Waoranicultuur en uiteindelijk krijgt iedereen die meewerkte aan het inzamelen, verzorgen en of aanplanten 24$ betaald, een heel bedrag hier. Aan het einde van de bijeenkomst wordt nog eens getracht om informatie over de jacht te krijgen. Iedereen moet een lijst invullen waarop de soorten staan die ze bejaagd hebben, de jagers brengen ook de schedels mee. Even later ligt er een bergje schedels van apen, pekari's, guantas, guatusas, en zo meer aan onze voeten. Het is duidelijk dat het projectteam veel vertrouwen heeft opgebouwd tijdens de vier jaar dat ze hier werken en meer gedaan krijgen dan je zou verwachten. Er zijn nog heel wat uitdagingen maar het is een plezier om projecten als deze te bezoeken, ideeën uit te wisselen en veel bij te leren over het leven in de Ecuadoraanse Amazone, tussen olie en bos.

Meer info over het project, gefinancierd door het Vlaams Fonds voor Tropisch Bos, vind je op de projectpagina