BOS+ gaat in beroep tegen nieuwe ontbossingsplannen Essers

DSC05476_'.pngdinsdag 15 oktober 2019 15:57

Natuurvereniging BOS+ gaat in beroep tegen de nieuwe ontbossingsplannen van transportbedrijf Essers. Nadat het bedrijf eerder was teruggefloten door de Raad van State over zijn plannen om Natura-2000-bosgebied te rooien, heeft Essers nu het vizier gericht op een ander bos in Genk: daar wil het bijna 9 hectare bos ontbossen om plaats te maken voor bedrijfsgebouwen.

Met dit nieuwe ontbossingsdossier gaat het brokkenparcours van transportbedrijf Essers onverminderd verder. De totaal zinloze vernietiging van het eeuwenoude Ferrarisbos in Wilrijk in 2013 – de site ligt er tegenwoordig als een troosteloze parking bij – was nog maar net achter de rug, of Essers maakte al plannen bekend voor de inname van een bos in Genk dat als Natura 2000-gebied Europese bescherming genoot. Omdat dit regelrecht inging tegen eerder genomen engagementen door het bedrijf en in strijd was met de Europese regelgeving, ging de natuurbeweging in het verweer en floot de Raad van State Essers uiteindelijk terug.

Stilaan zou men dan hopen dat dit tot voortschrijdend inzicht en meer respect voor bosbehoud zou leiden. Niet zo bij Essers, want na deze juridische nederlaag richt het bedrijf het vizier op alweer een ander waardevol bosgebied in Genk. Ironisch genoeg is Genk de Vlaamse gemeente met de grootste oppervlakte beschikbare bedrijfsterreinen van heel Vlaanderen en zou het dus geen enkel probleem mogen zijn om in de buurt een geschikte locatie te vinden waar niet moet ontbost worden. Blijkbaar kan de uitbreidingshonger van Essers enkel gestild worden door het rooien van bossen.

Bijna 9 hectare waardevol bos voor de bijl

De nieuwe plannen van Essers richten zich op de site waar eerder de firma Hörmann zijn bedrijfsgebouwen had. Het gaat daarbij echter niet enkel om de reconversie van het bestaande bedrijfsgebouw: maar liefst 87.595 m² van het ernaast gelegen bos moeten er ook aan geloven.

Ondanks eerder ingediende bezwaarschriften, waarin onder meer werd vastgesteld dat er aan een aantal voorwaarden voor de ontwikkeling van de site niet voldaan is, werd begin september dan toch een omgevingsvergunning afgeleverd aan Essers, waarin als bijkomende voorwaarde enkel nog het ‘eventuele’ behoud van 1 solitaire waardevolle eik werd opgenomen...

Tegenstrijdige deadlines voor de beroepsprocedure

Opmerkelijk detail: op de website van het Omgevingsloket Vlaanderen stond als uiterste indieningsdatum voor een mogelijk beroep 17 oktober vermeld; de gemeente publiceerde haar beslissing echter op 13 september en ging uit van een uiterste deadline op 13 oktober. Het is natuurlijk zeer betreurenswaardig dat dit soort tegenstrijdigheden onduidelijkheid scheppen bij een dergelijk groot ontbossingdossier, waardoor het voor sommige partijen misschien onmogelijk was om tijdig beroep in te dienen.

MER-plicht vanaf 3 hectare, maar Essers vraagt en krijgt MER-ontheffing voor 9 hectare ontbossing

BOS+ had reeds eerder bezwaar ingediend tegen de nieuwe ontbossingsplannen van Essers en betreurt het feit dat haar bezwaren bij de omgevingsvergunning niet tot een ernstige bijsturing geleid hebben. Bert De Somviele, directeur van BOS+: “Onze argumenten uit het eerdere bezwaarschrift blijven overeind. Andermaal is voor ons het zogenaamde milieu-effecten-rapport (MER) de achilleshiel van een dergelijk dossier: normaliter moet je voor elke ontbossing groter dan 3 hectare zo een MER uitvoeren, maar op basis van zeer ontoereikende argumenten heeft Essers voor een ontbossing die bijna 3 maal zo groot is, een ontheffing van de MER-plicht gevraagd en gekregen. Dat betekent dat bv. de verplichte alternatievenstudie of een voldoende grondig fauna- en flora-onderzoek niet zijn uitgevoerd. In de ontheffingsaanvraag werd bovendien geen enkele reden gegeven waarom andere locaties niet ondergezocht worden. Net zoals bij zijn vorige ontbossingsplannen stelt Essers het onterecht voor alsof deze locatie het enige mogelijke scenario is.”

In 2016 nog waardevol, vandaag niet meer?

Volgens Essers is het ruimtebeslag “verwaarloosbaar” en zijn de effecten door ontbossing na compensatie slechts “beperkt negatief”. Essers stelt in zijn MER-ontheffingsaanvraag bijvoorbeeld dat een zone die in 2016 nog als habitatwaardige Droge Europese Heide werd ingekleurd, sindsdien zijn habitatwaarde zou verloren zijn.

Volgens BOS+ staat de hoge ecologische waarde van het gebied echter buiten kijf, op basis van objectieve gegevens. Op de Biologische Waarderingskaart van Vlaanderen wordt het te ontbossen gebied grotendeels ingekleurd als Biologisch Zeer Waardevol (Eiken-Berkenbos en Droge Struikheide) en een kleiner deel is aangeduid als een complex van Biologisch Waardevol en Zeer Waardevolle vegetaties. Ook de Natura 2000-habitatkaart toont aan dat het om een zeer waardevol, habitatwaardig gebied gaat. “De stelling van Essers dat deze zone opeens niet langer waardevol zou zijn, is totaal ongeloofwaardig”, vindt De Somviele, “aangezien relicten van waardevolle soorten die typisch zijn voor het vastgesteld habitat decennialang levensvatbaar blijven. Bovendien wordt in de ontheffingsaanvraag zelf melding gemaakt van het voorkomen van een aantal waardevolle en bedreigde soorten in het gebied.”

Waardevolle solitaire bomen

De aanvraag vertoont volgens BOS+ ook nog andere belangrijke tekortkomingen. Zo bevinden zich volgens de Groendienst van de stad Genk op de site ook een aantal zeer waardevolle solitaire bomen, sommige met een omtrek van wel meer dan 3,5 m. Die zouden allemaal geveld worden, met de eventuele uitzondering van één monumentale eik. Over de toestand en het lot van deze bomen is in de vergunningsaanvraag echter veel te weinig informatie gegeven, terwijl voor het vellen van een boom met een omtrek van meer dan 1 m een omgevingsvergunning vereist is, met alle informatievereisten van dien.

Tegenstrijdige verklaringen over mobiliteit

Verschillende overheden, zoals de Stad Genk zelf, maar ook het Departement Mobiliteit en Openbare Werken en het Agentschap Wegen en Verkeer, verleenden positief advies over de aanvraag “mits er geen bijkomend verkeersgenererend effect” zou zijn. Uiteraard zal de ontwikkeling van deze site wel extra verkeer veroorzaken: Essers geeft in zijn aanvraag ook expliciet toe dat er o.m. vele tientallen vrachtwagenbewegingen per dag zullen bijkomen, maar praat ook deze tegenstrijdigheid goed met de stelling dat dit toegenomen verkeer “verwaarloosbaar” zal zijn. Het hangt er maar vanaf wat je zelf verwaarloosbaar vindt natuurlijk… Deze subjectieve uitspraak door Essers kan de overduidelijke tegenspraak met de adviezen van de bevoegde overheden echter niet overrulen, waardoor je die adviezen eigenlijk als negatief moet beschouwen.

Grondverzet

Over een lengte van 800 m wil Essers het gebied nivelleren. De reliëfwijziging gebeurt door aan de ene zijde het gebied met 1 m te verhogen en aan de andere zijde met 1 m te verlagen. Dergelijk grootschalig grondverzet vormt een vergunningsplichtige reliëfwijziging maar ook dit aspect werd onvoldoende onderbouwd in de vergunningsaanvraag. Samen met de betonnering van een erg grote oppervlakte zal dit grondverzet nochtans een belangrijke impact hebben op de waterhuishouding van dit gebied.

Klimaatimpact nihil?

Als uitsmijter nog dit: in de aanvraag staat ook te lezen dat “de invloed op klimaateffecten nihil is”, doordat men elders een boscompensatie zal uitvoeren voor deze ontbossing. De Somviele: “Dit is een redenering die elke wetenschappelijke logica tart: de ontbossing van een goed ontwikkeld bosgebied dat vele decennia oud is, kan qua klimaatimpact onmogelijk gecompenseerd worden door een bebossing elders. In dit dossier worden de negatieve klimaateffecten bovendien nog in zeer grote mate versterkt door het voorziene grondverzet. De realiteit is dat het tussen 60 jaar en anderhalve eeuw zal duren alvorens de koolstofuitstoot van deze ontbossing is gecompenseerd door het nieuw aan te leggen compensatiebos.”

Uit onderzoek blijkt immers dat in goed ontwikkelde bossen in de bovengrondse biomassa gemiddeld tussen 87 en 100 ton C/ha (afhankelijk van het bostype) zit opgeslagen, en in de bosbodem (tot op een diepte van 1 m) gemiddeld 154 ton C/ha. Bij de boscompensatie kan men uitgaan van een jaarlijkse koolstofopslag van 1,5 tot 4 ton C/ha.

De valse tegenstelling tussen economie en ecologie

Volgens De Somviele is door de weigering van Essers om alternatieven te onderzoeken de noodzaak om bijna 9 hectare te ontbossen allerminst aangetoond. Bovendien zijn er tal van andere tekortkomingen in de vergunningsaanvraag. “Door de slecht onderbouwde manier waarop de vergunning wordt aangevraagd, begeeft Essers zich nog maar eens op juridisch zeer glad ijs, en verplicht ze ons om beroep aan te tekenen tegen deze plannen. We betreuren het zeer dat Essers door haar bosonvriendelijke aanpak andermaal voor een valse tegenstelling tussen economie en ecologie zorgt.”

“Critici van het beroepschrift kunnen er op wijzen dat de voorziene ontbossing zich inderdaad in een bestemming industriegebied bevindt. Maar voor veel Vlaamse bossen geldt natuurlijk dat zij al veel langer bestaan dan de ‘zonevreemde’ bestemming die men er in de tweede helft van de vorige eeuw aan gegeven heeft. Stilaan is nu wel algemeen aanvaard dat we ons niet langer kunnen permitteren om die vele tienduizenden hectare bos die men toen zonevreemd gemaakt heeft, vogelvrij te verklaren. We moeten veel meer inzetten op sanering en hergebruik van eerder ontwikkelde bedrijfsgronden dan op het blijven ontginnen van onze schaarse natuur en open ruimte. Een bosarme regio als Vlaanderen kan zich dit gemors met haar beperkte bosareaal gewoonweg niet langer veroorloven. De Vlaamse regering onderschrijft dit ook expliciet in haar kersverse regeerakkoord. Laat het nieuwe ontbossingsdossier van Essers daar een eerste lakmoesproef voor zijn.”

 

Contactpersoon

Bert De Somviele

Directeur BOS+

0474/274.094

Bert.Desomviele@bosplus.be

Wil je meer? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief en ontvang artikels in je mailbox.

Inschrijven

« Terug