Vitamine Boom

veeterzy-60200-unsplash.jpgwoensdag 29 mei 2019 08:03

Toen ik zelf nog op de schoolbanken zat, beperkten mijn leraars zich tot de uitspraak “bossen zijn de medicijnkast van de toekomst”, en verwezen ze daarbij naar aspirine die uit wilgenbast gemaakt werd. ’t Was weliswaar een waarheid als een koe, want naar schatting 50.000 plantensoorten worden medicinaal gebruikt, met een handelswaarde van meer dan 50 miljard euro per jaar. Maar natuur en bos zijn zo veel meer voor onze gezondheid dan een stapel interessante molecules! Gelukkig leeft dat besef meer en meer, en wordt het ook steeds beter onderzocht: stilaan kan je hele bibliotheken vullen met de ronduit fascinerende studies die men daarover tegenwoordig bij elkaar pent. Op 21 maart jl., nota bene de Internationale Dag van het Bos, hield BOS+ samen met 34 andere organisaties het Netwerk Natuur en Gezondheid boven de doopvont. 

Intussen heeft men overtuigend en herhaaldelijk aangetoond dat wie in een groene omgeving leeft minder last heeft van aandoeningen aan de luchtwegen, obesitas, type2 diabetes of gevoeligheid voor allergieën, en minder risico loopt op vroegtijdig overlijden door hartfalen of kanker. Ook ons immuunsysteem wordt versterkt door regelmatige bezoeken aan de natuur. Een verbeterde toegang tot openbare groenvoorzieningen zorgt er ook voor dat mensen spontaan meer bewegen en sporten.

Het gezondheidsvoordeel van groen begint trouwens al in de buik: zwangere vrouwen die in het groen wonen, bevallen van sterkere, gezondere kinderen. Kinderen met concentratieproblemen, hyperactiviteit, ADHD of leerstoornissen worden rustiger en slagen er beter in te focussen wanneer ze voldoende vaak kunnen buitenspelen in het groen. Die groenvoorzieningen vormen bovendien ook ideale leeromgevingen voor hen waar ze aangebrachte leerstof vaak veel efficiënter in zich op kunnen nemen dan in het klaslokaal.

Ook onze mentale weerbaarheid neemt toe door een groene omgeving: een dagelijkse wandeling in het groen reduceert het stresshormoon cortisol en brengt onze concentratievermogens weer op peil, goed nieuws voor drukbezette werkmensen én voor studenten in de examenperiode! Mensen met een burn-out of depressie kunnen door gerichte groentherapie vaak geleidelijk aan de draad weer oppikken, en ook voor zij die een traumatische gebeurtenis hebben meegemaakt, is aangetoond dat tijd doorbrengen in de natuur het herstel en de weerbaarheid bevordert. Patiënten met uitzicht op het groen revalideren bovendien sneller en met minder pijn of negatieve bijwerkingen. Ziekenhuizen en zorginstellingen beginnen deze principes stilaan te implementeren door de aanleg van zogenaamde healing environments, zorgtuinen die optimaal zijn ingericht voor revalidatie en herstel.

Kortom, de natuur is goed voor ons. Het is zeker geen silver bullet die alle gezondheidsproblemen oplost, maar – net zoals een gezonde voeding of voldoende beweging – dragen groenvoorzieningen wel serieus bij tot een betere algemene volksgezondheid. En dat weten we stilaan ook wel: vraag aan 100 mensen naar de link tussen bos en natuur en onze gezondheid, en 99 onder hen zullen allicht beamen dat er een positief verband bestaat. Maar ondanks die wetenschap zijn er toch een aantal belangrijke contradicties in hoe we naar die natuur kijken en ermee omgaan.

Zo blijft er in de pers nog steeds onevenredig veel aandacht gaan naar de negatieve gezondheidseffecten die nabijheid tot natuur ook wel kan hebben. De malariamug die op terugweg is naar Europa, het hantavirus dat wordt doorgegeven door woelmuizen, leptospirose en blauwalgen in ons zwemwater, vossenlintwormen en eikenprocessierupsen die ons het leven zuur maken, en natuurlijk de ziekte van Lyme… We mogen dit alles zeker niet onder de mat vegen of minimaliseren – een besmetting met de ziekte van Lyme is bv. écht geen pretje - maar we moeten er ons wel bewust van zijn dat de gezondheidsvoordelen van voldoende natuur(beleving) in ontzettend grote mate deze nadelen overstijgen, en dat we met enkele eenvoudige voorzorgen vaak het risico op negatieve effecten tot een minimum kunnen reduceren. De grootste killer gelinkt met onze natuurbeleving is trouwens niet het hantavirus, de vossenlintworm of Lyme, maar wel met groot verschil de zon, waar we onze huid nog altijd veel te weinig tegen beschermen… Niettemin vinden we blijkbaar toch nog altijd, ergens diep in ons binnenste, dat vanuit het bos het gevaar op ons loert, zeker nu de grote boze wolf terug is van enkele eeuwen weggeweest… Omgekeerd wordt ook nog vaak heel meewarig gedaan tegen wie wel de kaart van nabije natuur ter bevordering van onze volksgezondheid trekt, en doet men deze initiatieven soms af als de wollige fantasieën van een stelletje boomknuffelaars. De wetenschap spreekt die criticasters nochtans steeds luider en duidelijker tegen.

Een tweede contradictie is het feit dat we – ondanks het besef dat tijd doorbrengen in de natuur ons gezonder en gelukkiger maakt – daar eigenlijk weinig tot niets mee doen. Dit werd op bijzonder overtuigende wijze vastgesteld door de Britse studie Mappiness, een citizen science project waarin tienduizenden mensen participeerden. Op willekeurig gekozen momenten van de dag kregen ze via hun smartphone enkele vragen voorgeschoteld die peilden naar hun algemeen welbevinden en geluksgevoel en naar de omgeving waarin ze zich bevonden. Daaruit bleek dat dat geluksgevoel zeer nauw gelinkt is met de natuurlijkheid van de plaats waar we ons bevinden: hoe groener de omgeving, hoe groter ons welbevinden. Maar tegelijkertijd stelde deze studie vast dat de gemiddelde deelnemer zich slechts in 7% van de tijd in zo een groene omgeving bevond. Met andere woorden: in meer dan 90% van onze wakkere uren zitten we op het werk, binnen in ons huis, in de wagen, enz…

Ook bij kinderen is deze nature deficit disorder, een term van de Amerikaanse auteur Richard Louv,acuut: een recente Amerikaanse studie stelde vast dat kinderen tegenwoordig gemiddeld 7 uur per dag doorbrachten voor één of ander scherm, en slechts 7 minuten per dag buiten waren… Recent Brits onderzoek toonde aan dat de gemiddelde Britse achtjarige al 1 volledig jaar van zijn leven voor het beeldscherm heeft doorgebracht… Ontstellende cijfers, en in Vlaanderen zal het zeker niet veel beter zijn.

Honderd jaar geleden hadden onze overgrootouders, toen zij kind waren, nog een zeer ruime autonomie om zelf te gaan en te staan waar ze wilden zonder al te veel supervisie van hun ouders. Onze eigen “Witte van Zichem” van auteur Ernest Claes is daar een mooi voorbeeld van: hij en zijn generatiegenoten gingen zelf op stap om te zwemmen in de Demer, door velden en bossen te hossen, in bomen te klimmen, en daarbij ongelooflijk veel kattenkwaad uit te halen en nog veel meer plezier te maken. Ik vermoed dat de meeste lezers van dit blad zich – net als ik - ook nog een (pre-internet) tijd herinneren waarin ze als kind vaak en met veel plezier in het groen gingen ravotten? Die tijd is voor de huidige generatie kinderen blijkbaar voorbij: de voorbije 100 jaar hebben belangrijke game changers als de verstedelijking, de overname van onze publieke ruimte door koning auto, de risk society waarin elk risico moet geminimaliseerd worden en het (over)beschermend ouderschap dat daaruit voortgevloeid is, en het meer recente fenomeen van excessieve screen time voor een revolutie in de levensstijl van onze kinderen gezorgd, waardoor ze simpelweg het contact met onze natuur verloren zijn. Dat is een voorlopig nog onderbelichte maar wel zeer zorgwekkende evolutie die we absoluut moeten trachten te keren. Zoniet zal zowel onze maatschappij als onze natuur hier ongetwijfeld een zware prijs voor betalen.

Het Netwerk Natuur en Gezondheid wil daartoe bijdragen, door wetenschappelijke kennis over de nauwe band tussen natuur en gezondheid beschikbaar te maken, door praktijkvoorbeelden te belichten, door best practices te detecteren en te helpen opschalen, en door de beleidsprincipes van ‘health in all policies’ en ‘natuur dichtbij’ elkaar wederzijds en maximaal te laten versterken. We moeten immers absoluut reconnecteren met onze natuur.

Interesse? Join the club via www.netwerknatuurengezondheid.be.

Column door Bert De Somviele

Photo by Veeterzy (unsplash)