De bokkensprongen van onze officiële Vlaamse bosoppervlakte

sebastian-unrau-47679-unsplash.jpgdonderdag 23 mei 2019 19:55

Er is heel wat fout gelopen met het bosbeleid van de laatste jaren maar het waren toch de vreemde bokkensprongen van onze officiële Vlaamse bosoppervlakte die de voorbije jaren het meest in het oog sprongen.

Het begon nochtans veelbelovend toen de Vlaamse overheid in 2011 aankondigde dat ze een nieuwe methodiek had ontwikkeld waarmee ze de Vlaamse bosoppervlakte voortaan accuraat en ondubbelzinnig zou karteren. Door de automatisering van dit proces werd het bovendien haalbaar om op zeer frequente basis de analyse van 3-jaarlijkse luchtopnames te herhalen, waardoor het mogelijk zou worden om trends te bepalen. En vanaf toen ging het snel. Een overzicht:

  • Op basis van de zgn. Bosreferentielaag gingen Vlaanderen in 2001 uit van een oppervlakte van 146.000 hectare bos (10,8% van de totale oppervlakte). Daarmee bengelt onze regio aan de absolute staart van het Europese peloton.
  • In 2011 werd de eerste keer een nieuwe bosoppervlakte gepubliceerd op basis van de nieuwe Boswijzer 1.0-methodiek, voor luchtbeelden die in 2009 gemaakt waren: men karteerde maar liefst 177.424 hectare van Vlaanderen als bos (13%), maar benadrukte daarbij wel dat een vergelijking met het vorige cijfer onmogelijk was, omdat de methodiek erg verschillend was en de definitie van wat als bos beschouwd werd dus ook. Een aantal Vlaamse experten stelden toen al vragen bij verschillende aspecten van de Boswijzermethodiek. Niet alleen werd de nauwkeurigheid van het instrument op zich in vraag gesteld, maar ook de vergelijkbaarheid met eerdere metingen en met internationale monitoringstechnieken werden als problematisch ervaren. Pertinente vragen, waar echter geen reactie op kwam. 
  • In 2013 kondigde toenmalig minister Schauvliege triomfantelijk aan dat de Vlaamse Boswijzer, op basis van nieuwe luchtbeelden gemaakt in 2012, schitterende resultaten kon voorleggen over het door haar gevoerde beleid: de opnames van 2009 en 2012 toonden immers aan dat er meer dan 8.200 hectare bos was bijgekomen! De officiële bosoppervlakte tikte daarmee aan tot 185.685 hectare (13,6% van de oppervlakte van Vlaanderen). Het bericht werd echter op zeer veel wenkbrauwgefrons onthaald in de bossector: Vlaanderen kroonde zich hiermee zo ongeveer tot wereldkampioen bosuitbreiding, terwijl men op het terrein de bebossingsprojecten waar jaarlijks meer dan 10 hectare bos werd gerealiseerd, letterlijk op 1 hand kon tellen. Al snel werd duidelijk dat de Boswijzer ernstige tekortkomingen vertoonde en een sterk vertekend en al te rooskleurig beeld gaf van de realiteit op het terrein. De methodiek faalde op diverse niveaus: enerzijds stak hij vol met duizenden piepkleine foutjes (zgn. slivers in het vakjargon van de geografen) die veel kleiner waren dan de minimumoppervlakte van een halve hectare om als bos gekarteerd te kunnen worden, anderzijds waren er de talloze feitelijke fouten in de kartering, zoals kleine rotondes op expreswegen, serres, straatbomen, oude stortplaatsen, de Zoo van Antwerpen en de villa van Jean-Marie Pfaff die ten onrechte als bos gekarteerd werden. Bovendien vergat men te vermelden dat de gemiddelde cijfers van de Boswijzer gepaard gingen met een werkelijke zeer grote foutenmarge van telkens meer dan 10.000 hectare, waardoor elke interpretatie van trends met zeer grote voorzichtigheid moet gebeuren. Maar ook en vooral was er de vaststelling dat meer dan 20% van wat door de Boswijzer als “bos” gekarteerd wordt, dat eigenlijk juridisch helemaal niet is. Zelfs het eigen onderzoeksinstituut van de Vlaamse overheid, het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, stelde samen met KULeuven en BOS+ vast dat de Boswijzer simpelweg niet kon gebruikt worden voor dat waar hij voor bedoeld was: de ondubbelzinnige bepaling van de Vlaamse bosoppervlakte.
  • De uitvoerende administraties Agentschap voor Natuur en Bos, en Informatie Vlaanderen, beseften ook dat er bijgestuurd moest worden, en gingen – toen voor het eerst in dialoog met het middenveld – opnieuw aan de slag. Het leidde in 2017 tot een nieuwe, bijgestelde, Boswijzermethodiek. Boswijzer 2.0 stelde de eerder aangekondigde cijfers naar omlaag bij: 164.489 hectare (12,1%) in 2009, 167.221 hectare (12,3%) in 2012 en – op basis van nieuwe luchtbeelden uit 2015 – 164.263 hectare (12,1%) in 2015. Maar ook bij de aangepaste methodiek bleven de grote pijnpunten van de Boswijzer aanwezig, met name de zeer grote foutenmarge en de bijzonder magere link met wat juridisch als bos beschouwd wordt. De conclusie was duidelijk: als kartering van onze groenoppervlakte mag de Boswijzer dan wel een interessant instrument zijn, maar om de bosoppervlakte accuraat te bepalen, schiet hij fundamenteel tekort. Inmiddels werden door experten wel al goed onderbouwde alternatieve methodieken voorgesteld.
  • Toch duurde het nog tot een parlementaire hoorzitting eind 2017 voor ook minister Schauvliege zelf de bocht maakte en ze toegaf dat er een andere methodiek moest ontwikkeld worden. Hiertoe werd een stuurgroep gemandateerd waarin ook academische instellingen en het middenveld in zetelden. Binnen die stuurgroep kwam men al snel tot een consensus over de te hanteren methodiek: op basis van een netwerk van bijna 27.000 rasterpunten dat sowieso al gebruikt wordt in het kader van de Tweede Vlaamse Bosinventaris wordt voor elk van die punten bepaald of ze al dan niet bos zijn. Op die manier was het mogelijk om zonder veel bijkomende inspanningen of investeringen een statistisch goed onderbouwde bepaling van de bosoppervlakte uit te voeren. Meer nog: doordat er begin jaren 2000 reeds een eerste Vlaamse Bosinventaris was afgerond, beschikte Vlaanderen meteen over 2 ijkpunten in de tijd waar ze met een goed onderbouwde methodiek de bosoppervlakte konden bepalen. Niet alleen is bij de deze benadering een zo goed als identieke overlap met wat juridisch bos is, maar bovendien is deze aanpak ook statistisch zeer solide, waardoor de foutenmarge vele malen kleiner werd dan bij de Boswijzer.
  • Eind december 2018 werd binnen de stuurgroep een unaniem akkoord bereikt over deze nieuwe aanpak, en werden de resultaten van de Bosinventaris intern besproken in deze stuurgroep. Daarbij werd afgesproken om tegen eind januari 2019 gezamenlijk te communiceren over deze nieuwe, gedragen, methodiek en over de nieuwe bosoppervlaktecijfers die ze genereerden. Vier maanden later blijft het nog steeds oorverdovend stil bij de Vlaamse overheid. De cijfers liggen op het kabinet van de bevoegde minister, maar er wordt geen toestemming verleend om die vrij te geven. BOS+ heeft echter altijd beklemtoond aan de andere leden van de stuurgroep dat voor de volgende verkiezingen duidelijkheid moest verschaft worden aan pers en publiek over de Vlaamse bosoppervlakte, op basis van een beter onderbouwde methodiek, vandaar de keuze om nu zelf met de resultaten naar buiten te komen. Op basis van de Tweede Vlaamse Bosinventaris kan gesteld worden dat Vlaanderen vandaag een bosoppervlakte heeft van iets minder dan 140.000 hectare (10,35% van de totaaloppervlakte). Dat lijkt een lichte daling te zijn t.o.v. de Eerste Vlaamse Bosinventaris uit 1999, al blijft het verschil binnen de foutenmarge van ca. 3.000 hectare.

In de aanloop naar de verkiezingen publiceren we 10 beleidssuggesties over het belang van bos en bomen in elk beleidsdomein van de volgende regeringen.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang tien boomvriendelijke beleidssuggesties.

Ik wil 10 boomvriendelijke beleidssuggesties ontvangen