Nee, Joke is geen Calimero

DSC04515-Hersteld.pngdonderdag 07 februari 2019 18:37

Anekdote: bij de opening van de Week van het Bos 2011 in Geraardsbergen, op een boogscheut van de plaats waar vorig weekend de fameuze Staatsveiligheidsreceptie plaatsvond, bracht minister Joke Schauvliege eerst nog een persoonlijk bezoek aan toenmalig Geraardsbergs schepen van landbouw Leonce Nachtergaele. De man toonde zich nadien zeer verheugd over deze ontmoeting en verspreidde zeer tevreden een persbericht over de toezeggingen die mevrouw Schauvliege hem had gedaan over de uitbreiding van de vossenjacht die voortaan jaarrond zou mogen verlopen, en over het op de lange baan schuiven van de bosuitbreiding. Qua communicatie bij de opening van de Week van het Bos was dit natuurlijk een schot voor de boeg van iedereen die met natuur en bos begaan was. De uitbreiding van de vossenjacht werd overigens kort nadien een feit, en over de bosoppervlakte is er de voorbije jaren vooral veel inkt gevloeid maar werd ondanks de zeer duidelijke beleidsambities – nl. de 10.000 hectare bosuitbreiding die ons ondertussen al meer dan 20 jaar geleden beloofd werd - ontstellend weinig gerealiseerd.

Schauvliege was in die tijd nog maar een tweetal jaar in functie maar het voorval schetst de mindset die we – weliswaar in veel extremere vorm - op de Staatsveiligheidstoespraak van het voorbije weekend opnieuw konden vaststellen. Het is die mindset die misschien wel dé rode draad vormt doorheen 10 jaar ministerschap van Joke Schauvliege: het resoluut en totaal ondergeschikt maken van haar bevoegdheden leefmilieu en natuur aan de verzuchtingen van een landbouwsector waar Schauvliege zich blijkbaar zeer verwant mee voelde. Ze voelde zich daarbij vaak niet te beroerd om zelf het voortouw te nemen in een vaak zeer vijandig discours naar de natuur- en bossector toe.

In die zin moet de setting, als zou Schauvliege vorige zaterdag een eenmalige uitschuiver begaan hebben onder invloed van een georkestreerde campagne gericht op haar persoon, toch echt wel gerelativeerd worden. Schauvliege was en is geen Calimero, en ze was met haar polariserende taal van vorige zaterdag tegenover de milieubeweging echt niet aan haar proefstuk toe, dat weet iedereen die haar de voorbije jaren van nabij gevolgd heeft.

Op zich viel en valt er nochtans veel te zeggen voor de combinatie in één en dezelfde ministerportefeuille van de bevoegdheden landbouw, natuur en omgeving (een koepelwoord dat o.m. ruimtelijke ordening en leefmilieu in zich verenigt). Het zijn immers sectoren die continu en op velerlei vlakken met elkaar interageren. Ze bepalen letterlijk ons landschap en de omgeving waarin we leven. Ze leveren samen cruciale “ecosysteemdiensten” – om het met een duur woord te zeggen - zoals voedselvoorziening, biodiversiteit, klimaatregulatie, bestuiving door insecten, bescherming tegen overstromingen, luchtzuivering of groene ruimte voor recreatie. Ze bepalen de manier waarop we wonen en werken en ze zullen cruciaal zijn voor de manier waarop we de klimaatverandering vandaag en zeker de komende decennia het hoofd kunnen bieden. Dat er dus één vakminister aan de knoppen zit om dit alles in goede banen te leiden lijkt mij een zeer respectabele en verdedigbare beleidskeuze. Alleen moet dat ministerschap dan ook uitgaan van een oprechte wil om objectief, op wetenschappelijk onderbouwde wijze en met respect voor al je bevoegdheden en de daarbij horende beleidsambities die verschillende sectoren met elkaar te verzoenen.

Ik weet dat dit makkelijker gezegd dan gedaan is. Zo zijn de ruimteclaims tussen bedrijfsuitbreidingen, landbouw, en natuur en bos uiteraard niet op één twee drie met elkaar te combineren, en is het onvermijdelijk dat daarrond discussie en debat wordt gevoerd en dat dat soms knarst en kraakt. Maar anderzijds kan en mag het niet onmogelijk zijn dat ruimtelijke ordening, landbouw, natuur en bos elkaar als gelijkwaardige partners benaderen en beschouwen, onder de vleugels van een minister die dit in goede banen leidt. Het zou kunnen leiden tot een echte kentering ten goede voor onze ruimtelijke ordening, tot een daadwerkelijke vergroening en verduurzaming van onze landbouw, tot een significante uitbreiding van onze bos- en natuuroppervlakte die ons in staat stelt om de collapse van onze biodiversiteit te keren, en tot een inrichting van onze landschappen aangepast aan de gevolgen van de klimaatverandering.

Dat was de voorbije jaren, tot spijt van wie het benijdt, niet het geval. We ondergaan vandaag met zijn allen de gevolgen van een zeer eenzijdige en zeg maar gerust partijdige politiek waarbij het beleid ten aanzien van belangrijke maatschappelijke uitdagingen als de klimaatverandering, de nood aan beter bosbehoud en bosuitbreiding, de echte kentering ten goede voor onze ruimtelijke ordening, … systematisch werden uitgehold en op de lange baan geschoven.

Steeds luider en uit steeds meer hoeken klonken daar kritische vragen bij. Over mismeesterde dossiers als de mislukte Boskaart ter behoud van de zonevreemde bossen, over de mist die jarenlang werd gespuid over de Vlaamse bosoppervlakte, over het uitblijven van elke vooruitgang voor bosuitbreiding en stadsrandbossen, over het gebrek aan een echt voldoende ambitieus Klimaatplan, over de impact van de mestafzet op onze waterkwaliteit, over de luchtvervuiling in onze steden en dorpen, over de aangekondigde Betonstop die in de praktijk tot een verhoogde inname van de open ruimte leidde… Het momentum van de Klimaatmarsen en de Bosbrossers van de voorbije weken lijkt daarin de dijkbreuk te zijn van een publieke opinie die het echt niet langer neemt dat er zo minachtend en onzorgvuldig wordt omgesprongen met haar terechte eis tot een beter klimaat-, natuur- en milieubeleid.  

De volgende Vlaamse Regering is ons een competente, verbindende en daadkrachtige minister van Klimaat, Omgeving, Natuur en Landbouw verschuldigd.

  • Auteur: Bert De Somviele
  • Foto: Bart Carlier

« Terug