Klimaatconferentie brengt akkoord vol beloften, maar broodnodige acties schitteren in afwezigheid

MicrosoftTeams-image (1).pngdinsdag 23 november 2021

De langverwachte COP26 is afgelopen. Zodra de slotteksten in een turbulente en emotionele plenaire slotsessie werden afgeklopt, volgden de evaluaties en reacties vanuit ngo’s en activisten wereldwijd. Die schommelen tussen een voorzichtig optimisme, de totale teleurstelling, en alles daartussen. Ook BOS+ kijkt met zeer gemengde gevoelens naar het traject en de resultaten van deze klimaattop. 

Onze verwachtingen werden op te veel punten niet of onvoldoende ingelost om te kunnen spreken van een succesverhaal, maar achter de gemiste kansen zien we wel degelijk een aantal aanknopingspunten voor een globale aanpak van de klimaatcrisis, mét de nodige aandacht voor bos en natuur. De veel besproken ‘bosdeal’, waarin ruim 140 landen een ontbossingsstop aankondigden tegen 2030, kan zo een lichtpunt zijn maar roept evengoed bezorgdheid en vragen op. In lijn met de teneur van deze COP zullen de engagementen vooral sneller, concreter en inclusiever moeten.

Keep 1,5 alive 

Als één van dé slogans voor deze COP, is de ambitie om de globale gemiddelde opwarming tegen 2100 onder de 1,5° te houden een cruciaal evaluatiepunt. Dat deze ambitie in de slotteksten overeind blijft, met de erkenning dat die absoluut noodzakelijk is om de schade van de klimaatcrisis te beperken (t.o.v. de eerder in Parijs afgesproken 2°) is principieel een goede zaak. Anderzijds erkennen de teksten zelf dat de concrete plannen die nu voorliggen onvoldoende zijn om die doelstelling ook te bereiken. Het illustreert hoe broos die doelstelling vandaag is: levend maar aan een zijden draadje.   

De plannen waar dit in hoofdzaak over gaat, zijn de nationale klimaatplannen die voor en tijdens de COP konden worden ingediend, en waarin landen aangeven welke emissiereducties zij zullen realiseren en op welke manier. Tellen we die inspanningen op, dan kunnen we daaruit voorspellen naar welke opwarming we effectief op weg zijn. Maar zelfs met de ogen van de wereld op zich gericht, slaagden wereldleiders er niet in tot gepaste engagementen te komen. Op basis van wat nu werd ingediend, kijken we aan tegen een globale temperatuurstijging van 2,4°: een stap vooruit ten opzichte van de afspraken in Parijs die ons richting 3° zouden brengen, maar evengoed een doodvonnis voor tal van regio’s en het leven zoals we dit vandaag kennen. Als pleister op de wonde werd wel de belangrijke afspraak gemaakt om deze klimaatplannen niet langer elke 5 jaar, maar jaarlijks tijdens elke klimaattop te herzien. Als die procedure ook een stijgend ambitieniveau op jaarbasis kan uitlokken, zal die onze kansen om toch nog onder de 1,5° te blijven in grote mate bepalen.  

Bos en natuur  

Een ander aandachtspunt voor BOS+ was de rol die bos en natuur werd toebedeeld in de onderhandelingen en het randprogramma van deze COP. De erkenning die in Glasgow ging naar het potentieel van gezonde ecosystemen in het aanpakken van de klimaatcrisis, werd één van de lichtpunten van deze editie. Vooral de Leaders Declaration on Forests and Land Use brengt hoop: daarin beloven intussen meer dan 140 landen die ruim 90% van de bosoppervlakte wereldwijd vertegenwoordigen, om ontbossing wereldwijd te stoppen en om te keren tegen 2030. Dat deze belofte er kwam in de eerste dagen van de klimaattop, bevestigt dat de klimaat- en biodiversiteitscrisis onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, en ondersteunt het besef dat deze ook samen kunnen worden aangepakt. Natuurlijke kilmaatoplossingen zoals bosuitbreiding, bescherming en herstel bieden wanneer ze correct worden toegepast efficiënte synergiën tussen het terugbrengen van emissies (mitigatie), het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatcrisis (adaptatie) én het versterken van de veerkracht van biodiversiteit en maatschappij. Op zich wordt deze ‘bosdeal’ dan ook positief onthaald, maar in lijn met heel wat andere beloften die we hoorden op de COP26, zullen er nog een aantal belangrijke voorwaarden moeten worden ingevuld, willen we echt van een ‘historische’ deal kunnen spreken. 

De tijd dringt  

De belangrijkste valkuil, en terecht ook het grootste punt van kritiek, ligt in het tijdskader dat gehanteerd wordt. Bottom line: het moet veel sneller gaan. De Glasgow verklaring belooft een volledige ontbossingsstop tegen 2030. Maar 2030 is nog veraf, en intussen blijft ontbossing aan een hoog tempo doordraven, voortgestuwd door de groeiende vraag naar producten als vlees, palmolie, soja, cacao, koffie, rubber, hout en mais. Op sommige plaatsen gaat het over kleine stukjes bos die verdwijnen: landbouwgebieden die langzaam uitdijen of omhoog schuiven in berglandschappen. In andere gevallen, vaak in de echte hotspots van ontbossing (zoals de Amazone, Indonesië of Congo), worden op korte tijd grote happen bos weggekapt waardoor waardevolle wouden brutaal in stukken worden gesneden.  

Alles samen verdwijnt zo jaarlijks nog een oppervlakte bosgebied groter dan België. Amper een paar dagen na de COP in Glasgow werd een studie uitgebracht die aantoont hoe de ontbossing in Brazilië dit jaar in vergelijking met 2020 met 20% is toegenomen en daarmee op het hoogste niveau komt in 15 jaar. Alarmerende cijfers, die aantonen dat we zelfs met een belofte tot nul ontbossing in 2030 allesbehalve achterover kunnen leunen. Nog negen jaren ‘business as usual’ zou een rampzalige verdere achteruitgang van het bosareaal betekenen die we ons simpelweg niet kunnen permitteren. En al helemaal te vermijden is een stijgende ontbossingswoede, aangewakkerd door het vooruitzicht van een nakende stop zoals we die in Vlaanderen kennen van de befaamde betonstop.  

Het koppelen van de gemaakte beloften aan duidelijke en ambitieuze intermediaire doelstellingen zal van levensbelang zijn om ze ook tot een succesverhaal te maken op het terrein.  

We varen blind 

Wie toch nog niet overtuigd is van de urgentie van zo’n ontbossingsstop, negeert een belangrijke bijkomende alarmbel: onder invloed van de klimaatcrisis is de veerkracht van bossen – zowel beschermde als aangetaste gebieden – nu al drastisch afgenomen. Stijgende temperaturen, veranderingen in neerslagpatronen en meer extremen zorgen in veel regio’s voor verdroging van wouden, waardoor deze ecosystemen kwetsbaarder worden (voor plagen en bosbranden bijvoorbeeld) en terecht komen in een neerwaartse spiraal.  

Kijken we even naar het Amazonewoud, het grootste regenwoud ter wereld. Dit regenwoud wordt op verschillende manieren bedreigd, en die bedreigingen hebben de neiging zichzelf te versterken. Eens een bepaald punt bereikt, lijkt een terugkeer of herstel uitgesloten. Dan zorgt de verdroging van een vochtig tropisch woud ontegensprekelijk voor een landshap van droge savanne. Onderzoek wijst erop dat zo’n kantelpunt – een point of no return – onrustwekkend naderbij komt. Meer nog, in het zuidoostelijke deel van de Amazone is dit tipping point al bereikt. Daar is de ontbossing stevig toegenomen, de regen tijdens het droogseizoen met 24 procent afgenomen, de temperatuur met 2,5° C gestegen en geeft het bos meer CO2 af dan het opslaat. 

Waar en wanneer die zogenaamde tipping points zich zullen voordoen, kan niemand met zekerheid zeggen, noch hoeveel ontbossing of degradatie we ons nog kunnen permitteren vooraleer we dit bereiken. Want zelfs áls de klimaatonderhandelingen ooit tot bindende akkoorden en maatregelen komen in lijn met die 1,5° temperatuurstijging, en áls we die dan maatregelen dan ook nog eens goed uitvoeren, dan nog mogen we niet vergeten dat we bezig zijn met kansberekening en gemiddeldes. Hoewel klimaatwetenschap de voorbije jaren enorm geëvolueerd is, blijft ze gebaseerd op modellen en is de koers die we varen zo afgestemd op ‘een goede kans’ dat deze ons effectief onder de 1,5° opwarming zal houden. Een gemiddelde opwarming bovendien, want evengoed zullen heel wat regio's – vooral in de tropen – met veel hogere stijgingen te maken krijgen tot wel 3°. Daarmee zullen de lokale effecten en de impact op bossen en ecosystemen in deze gebieden sowieso enorm zijn, en dreigen deze ecosystemen hun functie van klimaatbuffer te verliezen.  

Het gaat om zo een complexe systemen dat we blind varen en vooral aan risicobeheer kunnen doen. Feit is dat de klimaatcrisis ons steeds verder zal meesleuren in dynamieken die we niet (volledig) kunnen voorspellen en die elkaar versterken. We zijn in vrije val, en het meest betrouwbare vangnet dat we op dit moment hebben, zijn onze bossen en ecosystemen die als buffer optreden. Willen we dit vangnet dan echt nog verder oprekken, verzwakken en de gaten erin vergroten? Neen, wat we echt moeten doen is dat vangnet uitbreiden, repareren en versterken: inzetten op grootschalig herstel van bos en natuur, strikte bescherming en een duurzaam beheer.   

Vrijwillig mag niet vrijblijvend zijn 

En laat ons niet vergeten; een ander struikelpunt voor dit soort pledges die in de marge van een klimaattop gemaakt worden, is dat het gaat om vrijwillige verbintenissen en die worden in de praktijk helaas zelden behaald. Om te garanderen dat deze verklaring geen dode letter blijft, moet ze dan ook worden omgezet in afdwingbaar en actiegericht beleid, inclusief slimme mechanismen rond transparantie, traceerbaarheid en monitoring van ontbossing. Overheden op alle niveaus moeten werk maken van een wettelijk kader, ondersteuning van producerende landen, inzetten op transitie in consumptiepatronen. Bedrijven moeten hun waardeketens effectief duurzaam maken, investeren in de juiste natuurlijke klimaatoplossingen en weg van ontbossing.  

Enkele dagen na de COP werd een nieuw Europees wetsvoorstel gelanceerd dat ontbossing via Europese consumptie moet tegenhouden. Ondanks – ook hier weer – een aantal belangrijke tekortkomingen spreekt er ambitie uit het voorstel, waarmee het een voorbeeld kan zijn voor een stevige wereldwijde regulering.  

Wat alleszins kan helpen in een effectieve implementatie, is de breedte van de coalitie die deze bosdeal ondertekende. Onder hen ook een belangrijke speler als Brazilië, wat op zijn minst opmerkelijk is. Dat dit land na eerder verzet nu toch tekent, lijkt een stap vooruit en een signaal dat de internationale druk voor het beschermen van waardevolle ecosystemen toeneemt. Al kan men zich gezien de nog steeds toenemende ontbossing op het terrein uiteraard ook vragen stellen bij de geloofwaardigheid daarvan. 

Financiering 

Maar om van een echt realistische belofte te kunnen spreken, zijn er ook middelen nodig. En dan spreken we over veel meer middelen dan tot nu toe voorzien worden. Aan de bosdeal werden wel degelijk financiële beloftes gekoppeld: 19,2 miljard dollar, afkomstig uit publieke en private middelen, wordt ervoor vrijgemaakt. Een mooi signaal, maar alleen al de coalitie van landen met regenwouden schat in dat ze minstens 5 keer zo veel nodig zal hebben om ontbossing op hun grondgebied volledig en effectief te stoppen. 

Net zoals we een investeringsshift nodig hebben van fossiel naar hernieuwbaar, hebben we die ook nodig van ontbossingsgerelateerde producten en activiteiten richting projecten en activiteiten die hand in hand gaan met bosbehoud en -herstel.  

Wat moet er beter?  

Ontbossing is een complex gegeven en er bestaat helaas geen silver bullet oplossing voor. Maar duidelijk is dat ze beter vandaag dan morgen een halt toegeroepen wordt. 2030 mag geen vrijgeleide zijn om tot dan nog zoveel en zo snel mogelijk te ontbossen. Het moet een concreet, onwrikbaar eindpunt zijn waarop er nog maar nul komma nul hectare mag ontbost worden. Geen netto ontbossingsstop met ruimte voor weinig kwalitatieve compensaties, maar een absolute. En de komende jaren moeten de ontbossingscijfers al heel sterk naar beneden.  

We pleiten daarom voor een steile afname van ontbossing: een convexe curve en geen concave. We scharen ons achter de vraag van CIFOR (het centrum voor internationaal bosonderzoek) voor een directe en absolute ontbossingsstop voor primair (d.w.z. nooit eerder ontbost ) woud, en specifiek voor de Amazone achter de eis van COICA (de koepelorganisatie voor Inheemse organisaties in het Amazonegebied) om 80% van het Amazonewoud te beschermen tegen 2025. Het draagvlak is er, de engagementen zijn er, het momentum ook. Na de beloftes in Glasgow maakt dus ook BOS+ een belofte; wij zullen de inspanningen voor het halen van dat wereldwijde doel de komende jaren van heel nabij opvolgen. 

De juiste oplossingen, rekening houdend met de lokale context 

We benadrukken bovendien nog maar eens: engagementen en investeringen voor natuurlijke klimaatoplossingen moeten gaan naar de juiste oplossingen. Geen monoculturen van uitheemse boomsoorten die eenzijdig focussen op koolstofopslag, maar ook geen conservatieprojecten die onvoldoende rekening houden met inheemse gemeenschappen, landrechten en lokale behoeften.  

Wel: bosbehoud aangepast aan de lokale context, waarbij inheemse gemeenschappen die rond en van die bossen leven, nauw worden betrokken. Bosherstel met een lange-termijnvisie en met inheemse soorten, dat bestaande beschermde gebieden terug verbindt en in ecosysteemdiensten voorziet voor de lokale bevolking. En boslandbouw (agroforestry) die het inkomen van boerengemeenschappen diversifieert. Oplossingen dus die een evenwicht vinden tussen het inspelen op lokale noden enerzijds en de belangen van een globale maatschappij anderzijds, en die landschappen, mensen en natuur veerkrachtiger maken. Zulke integrale oplossingen zijn niet altijd de meest goedkope of gemakkelijke, maar wel de enige die op lange termijn kunnen werken.  

Auteur: Laure De Vroey met ondersteuning van Pieter Van De Sype

Fotocredit: Laure De Vroey

« Terug