Langverwachte IPCC-klimaatrapport windt er geen doekjes om; als we zo door doen hebben we over 20 jaar de limiet bereikt

high-water-392707_1920.jpgmaandag 09 augustus 2021

Vandaag werd na 8 jaar opnieuw het klimaatrapport van IPCC uitgegeven. In het rapport onderzochten wetenschappers op basis van duizenden internationale klimaatonderzoeken hoeveel extra broeikasgassen de atmosfeer aan kan, voordat het streven naar een opwarming van de aarde met niet meer dan 1,5 graad, niet meer haalbaar is. Dit zijn de belangrijkste wetenschappelijke bevindingen uit het rapport.

Gevoeligheid van klimaat voor stijgende CO2 concentratie groter dan gedacht

De concentratie CO2 in de atmosfeer klokte dit jaar af op 419 deeltjes per miljoen (ppm), dat is hoger dan in de voorbije 800.000 jaar. De gemiddelde temperatuur op aarde stijgt mee met die concentratie, maar hoe zijn deze twee verbonden met elkaar?

Om te begrijpen hoeveel opwarming gepaard gaat met de stijging van de CO2-concentratie moeten we kijken naar het concept van klimaatsensitiviteit. Klimaatgevoeligheid is de temperatuurverandering die optreedt als gevolg van een stralingsforcering (in dit geval door een hogere CO2-concentratie), wanneer het systeem weer in evenwicht is.

Bij een erg gevoelig of sensitief klimaat zullen stijgingen in CO2 waarden leiden tot een hogere opwarming dan bij een minder gevoelig klimaat. Het bepalen van die klimaatgevoeligheid is dus cruciaal om te weten hoeveel minder uitstoot er nodig is om klimaatverandering te beperken. Want, hoe sensitiever het klimaat blijkt, hoe sneller de CO2 uitstoot ook aan banden moet gelegd worden.

Echter, de moeilijkheid aan het bepalen van de sensitiviteit van het klimaat, is dat het afhangt van heel wat factoren, zoals de invloed van waterdamp en het wolkendek, die het effect zowel kunnen aanzwengelen of afkoelen. Dit maakt dat schattingen tot op vandaag erg breed zijn en zelfs breder dan oudere klimaatmodellen voorspelden. Maar daar komt door het nieuwe IPCC rapport verduidelijk in.

Uit het IPCC ‘sixth assessment’ klimaatrapport blijkt dat de opwarming van de aarde de komende twintig jaar 1,5 of 1,6 °C zal bereiken. Dat is dus sneller dan we aanvankelijk dachten, mede omdat wetenschappers nieuwe data hebben meegenomen in hun schattingen, zoals die van het opwarmende Noordpoolgebied.

De gevoeligheid van het klimaat voor stijgende emissies werd dus tot op vandaag onderschat. Er zou volgens de wetenschappers de komende tien jaar een ​​drastische vermindering van de CO2-uitstoot nodig zijn en tegen 2050 netto nul-emissies om te voorkomen dat de temperatuur met 1,5 graden stijgt.

De rol van wolken in klimaatverandering

Wolken zijn de joker in het klimaatspel. Ze kunnen “feedback loops” veroorzaken, omdat het wolkendek kan toenemen bij warmere temperaturen en vervolgens zelf de klimaatverandering kan aanzwengelen of afzwakken, afhankelijk van de situatie.

Wolken reflecteren bij benadering een kwart van het zonlicht. Als meer opwarming meer wolken doet ontstaan, kunnen we aannemen dat er meer zonlicht wordt gereflecteerd en de opwarming dus wordt afgeremd. Maar wolken isoleren de aarde ook, waardoor de hitte die wordt afgegeven door het aardoppervlak gevangen blijft zitten. Meer wolken kunnen de temperatuur (met name ’s nachts) dus ook doen stijgen.

Een aantal kenmerken; zoals het type wolk, de hoogte van het wolkendek en het seizoen bepalen de effecten van wolken op klimaatopwarming. Het is cruciaal om de factoren mee te nemen in modellen die klimaatsensitiviteit bepalen. Dat werd in dit nieuwe rapport gedaan.

Klimaatverandering verantwoordelijk voor extreme weer

Absoluut!

Volgens het rapport leidt de opwarming van de aarde tot intensere hittegolven in de zomer en een toename van het aantal tropische nachten (met temperaturen boven 20 graden) in gematigde zones zoals Europa.

Warmere lucht kan bovendien meer waterdamp vasthouden. Daardoor kan er enerzijds meer verdampen vanop het landoppervlak, wat leidt tot droogte en bosbranden. Maar atmosfeer met meer waterdamp kan anderzijds ook meer neerslag produceren en dus tot overstromingen leiden.

De overstromingen in West-Europa en de bosbranden in Oost-Europa zijn met andere woorden schoolvoorbeelden van de gevolgen van klimaatverandering.

Regionale klimaatimpact in kaart gebracht

De klimaatmodellen van het IPCC waren tot op heden altijd globale modellen. Die zijn essentieel om de verbanden in kaart te brengen tussen de polen en de tropen, of landoppervlak en oceanen. Maar die aanpak heeft ook een prijs: regionale effecten van kleiner dan 100 kilometer doorsnee worden moeilijker opgepikt, zoals kleinere stormen of het effect van klimaatopwarming op eilanden.

Die regionale verbanden kunnen soms erg complex zijn. Zo kunnen extreme stormen helpen om de ijskap op de noordpool sneller af te breken, maar kan een kleinere ijskap ook tot sterkere stormen leiden.

Sinds het laatste IPCC-rapport zijn de technieken om die grootschalige modellen te vertalen naar regionale en lokale klimaten sterk verfijnd.

Klimaatmodellen tonen aan het noordpoolgebied sneller opwarmt dan andere regio's en dat noordelijk halfrond naar verwachting twee tot vier keer zo warm zal worden.

Volgens het rapport zal de Golfstroom in de loop van de eeuw waarschijnlijk verzwakken. Een volledige ineenstorting van de stroming in de Atlantische Oceaan zou regionale weerpatronen verstoren, Afrikaanse en Aziatische moessons verzwakken en droge perioden in Europa versterken.

"De klimaatmodellen zijn verbeterd sinds het laatste rapport, ze hebben een hogere ruimtelijke resolutie waardoor je meer regionale effecten kunt zien en ze zijn beter in het simuleren van wat er in de toekomst in specifieke regio's zal gebeuren", vertelde Stephen Cornelius, IPCC-leider WWF, aan Climate Home News.

Stijging van zeespiegel door smelten ijs Antarctica groter dan gedacht

De gemiddelde zeespiegel stijgt omdat water enerzijds uitzet bij hogere temperaturen, en omdat de ijskap boven Groenland en gletsjers over de hele wereld sneller smelten.

De grootste oorzaak van die stijging zou op rekening komen van Antarctica. Uit het IPCC rapport blijkt dat het smelten van de ijskappen het zeeniveau zou doen stijgen met meer dan een meter tegen  2100 en 15 meter tegen 2500. Dit heeft een enorme impact op laaggelegen steden, die onbewoonbaar worden tegen het einde van deze eeuw.

Voor het eerst ook aandacht voor ‘short-lived climate forcers’ zoals methaangas

Voor het eerst heeft het IPCC ook een heel hoofdstuk gewijd aan “kortlevende klimaatveroorzakers” zoals aerosolen, fijnstof en methaan. Dat methaangas nu ook wordt meegenomen in het rapport is cruciaal, aangezien het verantwoordelijk is voor bijna een kwart van de opwarming van de aarde. Ondanks die impact heeft het echter tot op heden op politiek vlak veel minder aandacht gekregen dan de impact van CO2.

De methaanniveaus in de atmosfeer zijn nu hoger dan op enig ander moment in de afgelopen 800.000 jaar en liggen ruim boven de veilige limieten die in AR5 zijn uiteengezet. Methaan, dat vrijkomt in de atmosfeer door bijvoorbeeld verlaten kolenmijnen, landbouw, olie- en gasactiviteiten, heeft een impact op de opwarming van de aarde die maar liefst 84 keer groter is dan die van CO2 over een periode van 20 jaar.

De onderzoekers stellen dat een sterke en snelle vermindering van de methaanemissies niet alleen de opwarming van de aarde zou afremmen, maar ook de luchtkwaliteit zou verbeteren.

"Een scherpe reductie van methaan zou je op korte termijn een overwinning opleveren, maar tot op heden is dit grotendeels genegeerd door regeringen, alle focus lag op CO2-netto-nuldoelstellingen", zegt Richard Black, senior associate bij de Energy and Climate Intelligence Unit (ECIU).

Bronnen:

IPS news

Climatechangenews.com

IPCC report

« Terug