Kindertijd mag best wat wilder: maak van buitenspelen een prioriteit na de pandemie

DSC05623_Joke.pngdinsdag 06 juli 2021

Kinderen speelden voor de pandemie al minder buiten, en de lockdown heeft die trend nog versneld, waarschuwen John Reilly en Mark Tremblay, hoogleraren aan de Universiteiten van Strathclyde en Ottawa. Ze pleiten voor een sterke nadruk op buitenspelen na de pandemie.

Er heerst grote bezorgdheid over de impact van het zeer moeilijke jaar op kinderen. Een belangrijk aspect van een normale kindertijd hebben velen de afgelopen 12 maanden gemist: het simpele plezier van buiten spelen.

Ons recente onderzoek toont aan dat de meeste kinderen tijdens de lockdown minder vaak buiten speelden, minder bewogen en meer tijd voor schermen doorbrachten. Het gevolg is dat dit mogelijk de minst fitte generatie kinderen in de geschiedenis is. In Groot-Brittannië kregen kinderen zelfs een vermaning van de politie als ze buiten speelden. En de sluiting van scholen en kinderdagverblijven heeft onvermijdelijk de mogelijkheden om met vrienden te spelen verminderd.

Schermtijd

Ons gedrag wordt gevormd en versterkt door gewoontes. Mogelijk hebben sommige kinderen de gewoonte om buiten te spelen verloren en is die vervangen door zittende schermtijd, terwijl andere kinderen helemaal de kans niet kregen om die gewoonte te ontwikkelen.

Uit een groot aantal onderzoeken blijkt nochtans dat actief buitenspelen heel wat voordelen heeft voor de gezondheid, het welzijn, de ontwikkeling en het opleidingsniveau van kinderen. Spelen is zo belangrijk voor kinderen dat het als een mensenrecht is verankerd in artikel 31 van het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind.

Het lijkt dan ook vreemd dat een zo belangrijk en normaal aspect van de kindertijd wordt bedreigd, maar het probleem bestond ook al voor de lockdown. Die heeft vooral de afname van actief buitenspelen versneld.

Rennen, fietsen, zwemmen, wandelen, klimmen, op ontdekking gaan en spelletjes spelen zijn niet alleen belangrijk vanwege de fysieke activiteit: ze stimuleren ook de verbeelding en creativiteit, helpen ons probleemoplossende vaardigheden te ontwikkelen en stimuleren interactie met anderen en onze omgeving. Vrij buitenspelen - zonder strenge supervisie of organisatie door de ouders - stimuleert met name het welzijn, de sociale en emotionele ontwikkeling en de veerkracht.

Buitenspelen bedreigd

Ons onderzoek naar de levensstijl van kinderen in Schotland wordt om de twee tot drie jaar gepubliceerd als een 'state of the nation'-rapport. In het laatste rapport - een momentopname van voor de lockdown - ontdekten we dat amper een derde van de Schotse basisschoolkinderen regelmatig buiten speelde; tweederde had die gewoonte helemaal niet.

Die bevinding kwam sterk overeen met onze onderzoeksresultaten uit 2018 waarbij twintig landen deelnemen aan de Active Healthy Kids Global Alliance Global Matrix en daarvoor gegevens over buitenspel rapporteren. Als actief buitenspelen al vrij zeldzaam was voor de lockdown, dan kan het nu op sommige plaatsen zelfs met uitsterven bedreigd zijn.

De redenen waarom buitenspelen afnam, ook voor de lockdown, zijn complex en gevarieerd. Vaak speelt de angst mee dat kinderen zichzelf bezeren of vuil worden, gevaar voor vreemden, voor zonnebrand, insectensteken of slecht weer en duisternis. Activiteiten binnen, meestal voor een scherm, lijken dan veel veiliger.

Toch stelden we in dezelfde studie ook vast dat de overgrote meerderheid van de Schotse kinderen toegang heeft tot een fatsoenlijke, veilige buitenspeelruimte, dicht bij hun woning.

Gewoonte herstellen

Onderzoeken uit verschillende regio’s in de ontwikkelde wereld tonen aan dat het buitenmilieu relatief veilig is, terwijl het binnen net veel minder veilig is dan veel ouders denken. Naast de online gevaren van langdurige schermtijd, zitten kinderen meer en bewegen ze minder. Mogelijk eten ze ook meer, en vaak is de luchtkwaliteit binnenshuis slechter dan buiten.

Dat blijkt ook uit onderzoek in onder meer Canada. Hoewel de buitenomgeving ongetwijfeld verbeterd kan worden, heeft het weinige buitenspelen vooral te maken met de sociale situatie (normen en gewoonten), eerder dan met de fysieke omgeving.  Als we willen voorkomen dat het buitenspelen verdwijnt, moeten we dus de sociale omgeving aanpakken en de gewoonte om buiten te spelen herstellen.

In nog eens 29 landen die deelnamen aan ons onderzoek uit 2018 was er geen monitoring van actief buitenspelen, dus de situatie kan daar kritiek zijn of zelfs nog verslechteren zonder dat iemand het merkt. 

Net als het uitsterven van soorten - wat soms gebeurt zonder dat we er ons bewust van zijn - kunnen belangrijke gedragingen en gewoonten ook uitsterven omdat we de trends simpelweg niet opmerken. Als onderdeel van het covid-19-herstelplannen moet actief buitenspelen dan ook niet alleen worden aangemoedigd en geprioriteerd, maar het moet ook gemeten worden.

De tijd die kinderen vroeger buiten doorbrachten, wordt steeds meer vervangen door schermtijd, en het evenwicht moet worden hersteld. Opeengepakt voor een computer zitten moet afgewisseld worden met frisse lucht en vrij kunnen lopen zonder al te veel controle.

Verwilder de kindertijd

Actief buitenspelen nieuw leven inblazen betekent dat meer kinderen vaker buiten moeten kunnen. Dat vraagt een nieuw “verwilderen van de kindertijd”: gezinsuitstapjes in de natuur, regelmatige bezoeken aan het park en kinderen aanmoedigen om fantasierijk buiten te spelen, zoals holen bouwen of elke vorm van creatief buitenspelen die nieuwsgierigheid, verkenning, samenwerking, verbeeldingskracht en zelfexpressie bevordert.

Bij herhaling wordt dat een gewoonte waar kinderen van genieten en naar uitkijken, vooral als ze andere kinderen kunnen ontmoeten en ermee kunnen spelen. De lockdown is van cruciaal belang geweest om de covid-19-pandemie aan te pakken, maar het verlies van buitenspelen mag geen van de onbedoelde gevolgen worden. Bij twijfel: stuur de kinderen naar buiten!

-
John Reilly is hoogleraar Fysieke Activiteit en Gezondheidszorg aan de Universiteit van Strathclyde, Mark Tremblay is hoogleraar is hoogleraar Pediatrie aan de Universiteit van Ottowa.

Deze opinie verscheen oorspronkelijk bij IPS-partner The Conversation.

« Terug