Waarom BOS+ een eind maakt aan de juridische strijd met Essers

Foto I.jpgdinsdag 09 februari 2021

BOS+ staakt zijn verzet tegen de vergunning van de Limburgse deputatie die H.Essers toelaat bijna 9 hectare bos te kappen op de voormalige Hörmann-site op het bedrijventerrein Genk-Noord. De natuurvereniging stapte in het voorjaar van 2020 naar de Raad voor Vergunningenbetwistingen omdat ze tekortkomingen zag in het vergunningsproces. De Raad stond open voor de argumentatie van BOS+ en besliste tot een schorsing met uiterst dringende noodzakelijkheid. De procedure voor de uitspraak ten gronde loopt nog. Beide partijen hebben die periode aangegrepen om in dialoog te gaan en zijn nu onderling tot een akkoord gekomen, met winst voor ecologie en economie. In het kader van het duurzaamheidsbeleid van H.Essers engageert het bedrijf zich voor een minimale ontbossing en een maximale biodiversiteitontwikkeling. Als antwoord op dit formele engagement schort BOS+ de lopende procedure tegen de vergunning van de Woudstraat op.

Wat ging er aan deze beslissing vooraf?  BOS+ en H.Essers kenden voor het eerst een belangenconflict in 2013 toen het logistieke bedrijf een deel van het eeuwenoude en waardevolle Ferrarisbos in Wilrijk kapte. Dit tot groot ongenoegen van de natuurbeweging, met BOS+ op kop. Enkele jaren later stapte BOS+ samen met andere organisaties uit de natuurbeweging naar de rechter tegen de uitbreidingsplannen van H.Essers aan de Transportlaan in Genk in Natura-2000 bosgebied. In dat dossier heeft de Raad van State zowel de vergunning  die de overheid eerder had afgeleverd, als het Ruimtelijk uitvoeringsplan dat het juridisch kader vormde, geschrapt.

In het voorjaar van 2019 diende H.Essers een vergunningsaanvraag in voor de heropbouw van de oude Hörmannsite, aan de nabijgelegen Woudstraat in Genk. Het betreft hier industriegebied van 15 hectare groot dat al gedeeltelijk ontwikkeld is, maar waarbij ook 9 hectare ontbossing voorzien werd om de site voor H.Essers bedrijfsklaar te maken. Omdat BOS+ ernstige tekortkomingen zag in het vergunningsproces stapte ze naar de Raad voor Vergunningenbetwistingen. De belangrijkste tekortkoming was het ontbreken van een milieu-effectenrapportering, waarbij de Vlaamse overheid volgens BOS+ onterecht geoordeeld had dat die niet nodig was. In een eerste uitspraak bij hoogdringende noodzakelijkheid werd BOS+ daarin gevolgd en werd de vergunning voorlopig geschorst door de Raad voor Vergunningenbetwistingen. H.Essers moest daardoor een definitieve uitspraak afwachten waardoor de uitbreiding hoe dan ook heel wat vertraging zou oplopen.

Daarop nam H.Essers in de zomer van 2020 contact op met BOS+ en beide organisaties gingen het gesprek aan. In een reeks overlegmomenten werd gezocht naar een duurzame oplossing die een win-win kan betekenen iedereen. Stap voor stap groeide het vertrouwen en uiteindelijk kwam het tot een vergelijk. H.Essers engageert zich onder andere – weliswaar na de realisatie van de reeds lopende plannen voor de Woudstraat in Genk - tot een hogere boscompensatie dan wettelijk opgelegd, een stop op verdere ontbossing in Vlaanderen, en aandacht voor biodiversiteitsbeheer op de bedrijventerreinen in haar eigendom. BOS+ laat in ruil de lopende procedure bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen tegen de ontbossing in de Woudstraat vallen. Een helder en juridisch bindend akkoord legt de onderlinge afspraken vast.

2. Wat maakt deze overeenkomst zo bijzonder?  BOS+ en H.Essers sluiten met deze overeenkomst een akkoord tussen de natuurbeweging en de bedrijfswereld dat potentieel historisch genoemd kan worden. Niet alleen slagen beide partijen erin hun conflictueuze voorgeschiedenis aan de kant te schuiven ten voordele van een akkoord dat een uitweg vindt uit de valse tegenstelling tussen economie en ecologie. Bovendien is het opzienbarend dat een captain of industry zoals H.Essers zich formeel verbindt tot het realiseren van ambitieuze, niet commerciële duurzaamheidsdoelstellingen zoals een moratorium op verdere ontbossing en daarmee de kaart trekt van het behoud van ons schaarse bosareaal in Vlaanderen. BOS+ hoopt dat deze engagementen andere bedrijven kunnen inspireren tot gelijkaardige verbintenissen.

3. Op welke manier verschilt dit dossier van de vorige, intussen geweigerde uitbreidingsplannen van H.Essers aan de Transportlaan in Genk? Het bos in de Woudstraat (dit dossier) is gelegen in industriegebied en is daarmee zeer slecht beschermd door de huidige Vlaamse wetgeving. Voor het bos aan de Transportlaan is de situatie anders; deze site is planologisch bestemd als natuurgebied én geniet bovendien een bijkomende Europese bescherming als Natura-2000 gebied. Dat toont enerzijds aan dat het deel uitmaakt van een erg waardevol natuurgebied, en anderzijds maakt dit dat er veel strengere beschermingsregels gelden dan bij een ‘zonevreemd’ bos in een harde bestemming. Bij de strijd voor het behoud van het Natura-2000-bos had de milieubeweging dus veel meer juridische argumenten om het behoud van dat bos te verdedigen.  

4. Wat staat er precies in het akkoord?

    • Meer dan de wettelijk verplichte boscompensatie voor de ontbossing aan de Woudstraat: in plaats van de wettelijk verplichte 12 hectare boscompensatie zal H.Essers iets meer dan 17 hectare compensatiebos aanleggen in de gemeente Oudsbergen, tijdens het plantseizoen 2021-22.
    • Voortaan zal H.Essers niet meer ontbossen. Voor bossen met een beschermd statuut of een hoge ecologische waarde is dit moratorium absoluut. Enkel in de ‘harde’ bestemmingen voor industrie – met name zones gelegen in industriegebied, zones voor KMO’s, ambachten en nijverheid of een soortgelijke ruimtelijke bestemming - blijft beperkte ontbossing mogelijk. Daar engageert H.Essers zich tot een ontbossing van maximaal 10% van de oppervlakte van een site, met een bovengrens van 2 hectare per site voor sites groter dan 20 hectare. 
    • Ook het overgebleven deel van het eeuwenoude en waardevolle Ferrarisbos in Wilrijk blijft dus gevrijwaard. We pleiten voor een duurzame planologische oplossing hiervoor. Eeuwenoude, waardevolle bossen zoals het Ferrarisbos zijn de ‘kathedralen’ van ons bosareaal: monumenten die we te allen prijze moeten beschermen omdat ze uniek en onvervangbaar zijn. Net zoals je een kathedraal of een ander eeuwenoud monument niet afbreekt en ‘ter compensatie’ elders een loods optrekt, kan je het ecologisch verlies door de kap van een eeuwenoud bos onmogelijk compenseren met de aanleg van een nieuw bos elders.
    • Biodiversiteitsbeheer op de sites die door H.Essers beheerd worden. Hier wordt minimum 15% van de oppervlakte van de sites voor voorzien.
    • Opname van deze engagementen in de publieke duurzaamheidsrapportering van het H.Essers.
    • In ruil hiervoor laat BOS+ de lopende juridische procedure vallen.

5. Waarom is het, in tegenstelling tot de vorige dossiers, deze keer wel tot een gesprek gekomen tussen BOS+ en H.Essers? Ook bij de vorige ‘H.Essers-dossiers’ was BOS+ vragende partij voor een constructief overleg met H.Essers en de Vlaamse overheid, destijds nog in de persoon van voormalig minister voor Omgeving Joke Schauvliege. Maar destijds toonde noch H.Essers, noch de overheid zich hiertoe bereid. Voorbije zomer gebeurde dit wel, en kwam de vraag tot overleg van H.Essers zelf. BOS+ ging daar graag op in.  

6. Heeft één van de partijen de andere betaald? Neen. BOS+ en H.Essers benadrukken dat er op geen enkel moment enige vorm van financiële compensatie of een tegemoetkoming in natura heeft plaatsgevonden of zal plaatsvinden. Beide partijen dragen zelf de eigen gerechtskosten. Het hele dossier heeft BOS+ daarmee enkel geld gekost, maar die financiële inspanningen vinden we absoluut te verantwoorden door de baten voor het bos en de samenleving.

7. Is de overeenkomst afdwingbaar? Wat als één van de partijen zich niet aan de afspraken houdt? De dading bij dit akkoord is inderdaad afdwingbaar. Ze omvat een financieel sanctiemechanisme wanneer één van beide partijen de gemaakte afspraken naast zich neer zou leggen. We geloven er echter sterk in dat elke partij zich te goeder trouw aan zijn engagementen zal houden, zodat deze sanctiemechanismen nooit toegepast zullen moeten worden. Ook het feit dat elk van ons nu publiekelijk over de genomen engagementen communiceert, biedt een bijkomende garantie dat ze gerespecteerd zullen worden.

8. Waarom laat BOS+ de procedure bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen vallen? Ging ze deze niet winnen? In de eerste plaats verkiezen BOS+ en H.Essers met deze overeenkomst een constructieve oplossing die werkbaar en aanvaardbaar is voor beide partijen, en die winsten oplevert op het terrein boven verder geruzie in de rechtbank. BOS+ is er sterk van overtuigd dat de baten voor het bos en de maatschappij met deze uitkomst groter zijn dan de verliezen. Zelfs als het tot een vernietiging van de vergunning voor het project in de Woudstraat zou gekomen zijn, dan hadden we geen garanties gehad over het behoud van andere bossen – waaronder het Ferrarisbos in Wilrijk – in en nabij de sites van H.Essers. Dat is nu wel het geval. De bijkomende engagementen van het bedrijf op vlak van compensatie en biodiversiteitsbevordering sterken ons hier nog in.

Bovendien is het uiteraard onmogelijk te voorspellen welk vonnis de Raad voor Vergunningsbetwistingen zou vellen in een definitieve uitspraak. Het klopt dat de voorlopige uitspraak positief was in die zin dat de argumentatie van BOS+ over het ontbreken van een MER gevolgd werd en dat op basis daarvan de vergunning tijdelijk geschorst werd. In die zin bestond er een goede kans – maar geen zekerheid - dat ook bij een definitieve uitspraak de vergunning vernietigd zou worden. Dit zou echter hoofdzakelijk gebaseerd zijn op tekortkomingen in de vergunningsaanvraag. Wanneer H.Essers achteraf een nieuwe, nog beter onderbouwde

vergunningsaanvraag mét MER zou indienen, verliest de gevoerde argumentatie grotendeels haar kracht. Het bos in de Woudstraat is bestemd als industriegebied en daarmee onder de huidige Vlaamse wetgeving (helaas) erg slecht beschermd. Hoewel een vernietiging van de vergunning dus ongetwijfeld een serieuze vertraging zou betekenen voor de ontbossing, is het erg onzeker of ze ook tot een definitieve vrijwaring van het bos in kwestie had geleid.

8. Waarom heeft BOS+ in eerste instantie dan toch geprocedeerd? De belangrijkste tekortkoming was volgens BOS+ het ontbreken van een milieu-effectenrapportering, nadat de Vlaamse overheid geoordeeld had dat die niet nodig was. In zo een MER wordt de impact van de ontwikkeling voor het leefmilieu onderzocht en moet ook worden nagegaan of er geen geschiktere alternatieven met minder milieu-impact zijn. Het ontbreken van een MER-rapportering voor een ontbossing van dergelijke schaal (9 ha) vonden we onaanvaardbaar en we argumenteerden dat de vergunningverlener hiermee de verplichte procedure niet volgde.

BOS+ zag in het dossier ook een zekere symboolwaarde. Hadden we dit laten passeren zonder de opmaak van een MER te eisen, dan stelt dit mogelijks een ongewenst voorbeeld voor andere ontbossingsdossiers. Omgekeerd bevestigt een uitspraak die onze argumentatie volgt het belang van een nauwkeurige afweging van de maatschappelijke kosten en lasten bij ontbossingen. 

9. Wat betekent dit voor de zonevreemde bossen in Vlaanderen? Dit akkoord heeft natuurlijk geen juridische impact op alle zonevreemde bossen in Vlaanderen, maar het geeft wel een sterk signaal naar de Vlaamse regering om nu snel werk te maken van een betere bescherming al onze bossen. De Vlaamse regering is een ambitieus traject voor de realisatie van 4.000 hectare bosuitbreiding aan het uitzetten. Het noodzakelijke sluitstuk van die ambitie is een betere bescherming van onze bestaande bossen. Met dit akkoord wachten we daarvoor niet op het beleid, maar geven we alvast het goede voorbeeld.

« Terug