136 hectare bos op de helling voor geplande zandwinning in Kaulille: BOS+ en 4278 anderen tekenen bezwaar aan

106074191_3307763269274499_6667292185335286681_o.jpgdinsdag 26 januari 2021

In het Limburgse Kaulille, deelgemeente van Bocholt, ligt een Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP) voor dat de herbestemming moet regelen van in totaal zo’n 300 hectare plangebied, waaronder een voormalige buskruitfabriek met omliggende (bos)gronden, een bestaande KMO-zone, maar ook een inactieve zandontginningsplas en een aansluitend natuur- en bosgebied. Het grootste deel van deze oppervlakte zou nu worden herbestemd als ontginningsgebied voor zand en grind, waarmee het voortbestaan van meer dan een vierkante kilometer bos en natuur in het gedrang komt.  

Tijdens het openbaar onderzoek, dat afgelopen weekend werd afgesloten, deelde BOS+ de oproep van het lokale actiecomité Plan PRBeter tot het indienen van bezwaarschriften. Die oproep kreeg gevolg en ruim 4000 burgers lieten hun stem horen. Ook BOS+ zelf tekende bezwaar aan en vraagt de gemeente Bocholt met aandrang om het voorliggend RUP niet goed te keuren. De ontbossingen die de komende decennia met de geplande zandwinning zouden gepaard gaan, zijn van zo een schaal dat ze voor BOS+ onaanvaardbaar zijn in tijden van alarmerend biodiversiteitsverlies en klimaatverandering. Verder stellen we ons ernstige vragen bij de gevoerde procedure, de scheve verhouding tussen maatschappelijke kosten en private baten, en de effecten op de lokale lucht- en leefkwaliteit. 

Bezwaren en argumenten per deelgebied

Directe bedreiging voor waardevol bosgebied 

Bij goedkeuring van dit RUP worden in totaal ca. 136 ha bestaande bossen rechtstreeks bedreigdhoofdzakelijk om de ontginning van zand (en grind als bijproduct) mogelijk te maken, gedeeltelijk ook voor de uitbreiding van een KMO-zone. Volgens de gemeente is de aanduiding als ontginningsgebied nodig om op langere termijn het schrappen van industriegebied financieel haalbaar te maken een passende groene bestemming te kunnen geven aan het plangebied. Met andere woorden; 30 jaar zandwinning om daarna waardevolle bossen en natuur te krijgen. Hoewel de nabestemming voor de ontginningszones inderdaad grotendeels natuur is, gaat BOS+ niet akkoord met dit argument. Op dit moment bestaat die waardevolle natuur namelijk al in grote delen van het plangebied, en bovendien komen de ontginningszones niet alleen in industriegebied maar óók op gronden die nu al aangeduid (en dus beschermd!) zijn als natuurgebied. 

De biologische waarderingskaart, die een inschatting maakt van de lokale natuurkwaliteit in Vlaanderen, en recent terreinonderzoek op de sites bevestigen dat zich hier doorheen de tijd enkele mature bossen en andere ecotopen met een hoge natuurwaarde hebben ontwikkeldOok bij een tijdelijke vernietiging daarvan zullen leefgebieden verdwijnen en soorten verdreven worden. Bij het kappen en heraanplanten van bos duurt het decennia of zelfs eeuwen vooraleer een gelijkaardige natuurwaarde kan bereikt worden, wat betekent dat een goedkeuring van dit RUP zou leiden tot belangrijke verliezen voor de biodiversiteitDe (wettelijk verplichte) boscompensatie die zal worden uitgevoerd kan geenszins dit biodiversiteitsverlies goedmaken, zoals de gemeente ten onrechte laat uitschijnen in de informatie op de projectwebsite. 

Hoge maatschappelijke kosten vs. private baten 

De bosgebieden binnen dit RUP hebben door hun oppervlakte, ruimtelijke consistentie en intrinsieke ecologische waarde, naar Vlaamse normen al een groot en bovenlokaal belang. De vele ecosysteemdiensten (waterhuishouding, klimaatmitigatie, bodemverbetering, verkoeling, enz.) die zij leveren, zijn belangrijke maatschappelijke baten die met de uitvoering van dit RUP zullen verdwijnen. En dit terwijl één van de deelgebieden zelfs al planologisch is vastgelegd.  Zo wordt er voor dit RUP een hoge maatschappelijke prijs betaald, terwijl de private, financiële baten voor de betrokken eigenaars – via planschade, ontginnings- en bouwrechten – buitensporig hoog zijn. Belangrijke randinformatie daarbij is dat het grootste deel van de gronden door hun huidige eigenaar (de NV Kaulindus) na het failliet van de buskruitfabriek in de jaren ’90 vér onder de marktprijs, met name voor 1 symbolische frank, konden aangekocht worden. Dat deze eigenaar vervolgens jarenlang haar verantwoordelijkheid tot sanering kon ontlopen en daar nu financieel voor beloond zou worden met interessante herbestemmingen en de mogelijkheid haar nalatigheid in saneringen om te buigen tot een winstgevende zandontginning, is niet alleen oneerlijk maar doet ook vragen rijzen of de principes van goed bestuur hier wel gerespecteerd zijn.  

Impact op de lokale lucht- en leefkwaliteit 

Ook de inwoners van Kaulille dreigen de dupe te worden van dit project, want de potentiële impact van de zandontginning en bijhorende transporten op de lokale lucht- en leefkwaliteit is enorm. En dat terwijl deze buurt - met de nabijheid van de luchtmachtbasis van Kleine-Brogel - de gezonde, groene longen die deze bossen en natuur haar vandaag bieden,zeer goed kan gebruiken. De gemeente maakt zich sterk dat 80% van de aan- en afvoer van delfstoffen via het water zal verlopen, maar of ze dit ook kan waarmaken, is nog maar de vraag. Daarvoor zou namelijk nog een opwaardering van het kanaal Bocholt-Herentals tussen Lommel en de Zuid-Willemsvaart nodig zijn. Voor het deelgebied Achterste Hostie zou bovendien 90% van het transport via de weg zal verlopen. Het ontbreken van een duurzame aanvoerroute is voor deze zone dus nog een bijkomend argument tegen de zandontginning, bovenop de huidige bestemming als natuurgebied. Op welke manier deze hier, rekening houdend met het transport over de weg, nog economisch rendabel kan georganiseerd worden, is trouwens onduidelijk. 

Vragen bij de procedure 

Ook de (woelige) voorgeschiedenis van dit dossier vraagt enige uitleg. Toen de eerste plannen voor een grootschalige ontginning van dit gebied in 2014 werden gemaakt, gebeurde dit op initiatief van de Vlaamse Regering. Na aangroeiend protest werd het plangebied dat vandaag voorligt voor een stuk opgenomen in de beschermingskaart voor zonevreemde bossen van toenmalig minister Joke Schauvliege. Daarmee werd een signaal gegeven over de maatschappelijk waarde van het gebied, maar ook over het bovenlokaal belang van dit dossier. Maar, later werd het dossier zonder duidelijke argumentatie alsnog overgeheveld naar het gemeentebestuur van Bocholt. Het feit dat dit kon gebeuren bij een dergelijk dossier - met een enorme impact op bovenlokale en maatschappelijke kwesties als klimaat, ruimtelijke ordening en biodiversiteit – is frappant en zorgwekkend voor de deskundige opvolging en afhandeling ervan. Als is het maaromdat deze aanpak het de facto onmogelijk maakt de bovenlokale impact van het project in rekening te laten brengen door de behandelende overheid. Ook de financiële baten die de gemeente Bocholt zelf zal ondervinden van de zandwinning doen minstens vragen rijzen bij de objectieve beoordeling ervan: door de overheveling naar het lokale niveau is de lokale overheid rechter en betrokken partij in dit dossier.  

Gepaster zou geweest zijn het dossier verder te behandelen volgens de procedure van de complexe projecten, die wordt gevoerd op Vlaams niveau én meer inspraak toelaat. Want ook de gevolgde inspraakprocedure roept vandaag vragen op. Hoewel het al jarenlang duidelijk is dat dit project veel weerstand en bezorgdheden oproept, bleven de mogelijkheden tot inspraak en feedback het voorbije jaar zeer beperktMet de talrijke online inspraaktools en alternatieven die we het laatste jaar hebben kunnen ontdekken, mogen COVID maatregelen geen excuus zijn voor het organiseren van echte participatie en een serieuze dialoog. 

Terug naar de tekentafel 

BOS+ ziet hiermee meer dan genoeg redenen om het voorliggende RUP ‘Zandcluster Kaulille’ niet te bevestigen. We vragen daarentegen dat het planningsproces in zijn geheel opnieuw worden overgedragen aan de Vlaamse overheid en dat een aanvaardbare herbestemming wordt gezocht via de (eerlijkere) procedure van de complexe projecten, met bijzondere aandacht voor het veilig stellen van waardevolle bos- en natuurcomplexen. We willen dat de reeds bestaande natuurbestemming in de Achterste Hostie behouden blijft, en dat er voor de overige gebieden een aangepast plan wordt uitgewerkt dat rekening houdt met de maatschappelijke waarde van de bestaande natuur- en bosgebieden en de vele ecosysteemdiensten die zij leveren.  

Meer weten over dit ontbossingsdossier

Credit coverfoto: Grootouders voor het Klimaat

« Terug