Invasieve struik maakt Oegandese leeuwen leven zuur

paulo-doi-763812-unsplash.jpgdinsdag 18 juni 2019

Een invasieve doornige boomsoort maakt apen en zeldzame leeuwen het leven zuur in een van de belangrijkste nationale parken in Oeganda. De klimaatverandering jaagt de verspreiding aan van de struik die extreme omstandigheden kan overleven.  

Het Queen Elizabeth National Park, het tweede nationale park van Oeganda, telt een zeldzame leeuwensoort die in bomen klimt en een van de hoogste concentraties primaten in de wereld. In totaal herbergt het park 5000 soorten zoogdieren.

Experts proberen de verspreiding van de Dichrostachys cinerea, ook wel bekend als sikkelstruik, tegen te gaan. De struik heeft wortels die moeilijk te verwijderen zijn en weet zich daardoor eenvoudig te handhaven. Zo dreigt de struik andere soorten te verdringen.

Hinderlijk voor dieren

Hoewel de oorspronkelijk uit Zuid-Afrika afkomstige (medicinale) struik niet nieuw is in de regio, verspreidt hij zich snel. In de afgelopen jaren dook hij op in 40 procent van de bijna 2000 vierkante kilometer die het park beslaat.

De woekerende struik hindert de dieren die leven in het park, zegt parkopzichter Edward Asalu. “De verspreiding wordt nog steeds bestudeerd, maar we weten dat dit deels te maken heeft met hogere temperaturen”, zegt hij. Ook hogere concentraties CO2 in de atmosfeer dragen volgens hem bij aan de verspreiding.

De woekerende sikkelstruik is duidelijk te zien vanaf de weg langs het Kazingakanaal, een 32 kilometer lange waterweg die Lake George en Lake Edward met elkaar verbindt. Vroeg in de namiddag is er een eenzame mannetjesolifant te zien bij een bosje sikkelstruiken. Er groeit geen gras op die plek.

Overwoekerd gras 

Asalu vertelt dat het struikgewas moeilijk doordringbaar is voor de meeste dieren. Grazers zoals antilopen, wrattenzwijnen en buffels blijven er uit de buurt, omdat er geen voedsel te vinden is.

“Plaatsen waar vroeger gras groeide, zijn nu overwoekerd door struikgewas. Vooral de herbivoren houden van open terrein waar ze de carnivoren, de roofdieren, kunnen zien die het op hen gemunt hebben. Daarom vind je deze dieren niet op plaatsen waar de sikkelstruiken groeien.”

Robert Adaruku, gids bij de Uganda Wildlife Authority (UWA), zegt dat hij in 1997 voor het eerst sikkelstruiken zag in het park. “Af en toe eentje. Maar na verloop van tijd hebben ze dit hele gebied gekoloniseerd.”

Tanzania 

De struik verspreidt zich ook elders in Afrika en zelfs wereldwijd. Asalu zegt dat Randilen Wildlife Management in Tanzania, een natuurgebied beheerd door Masai, ook problemen heeft met de struik, die wel 130 uitlopers kan maken aan de hoofdwortel. 

De ondersoort die zich verspreidt in Oost-Afrika zou afkomstig zijn uit landen als Algerije, Kameroen, Ghana, Kenia en Zuid-Afrika. “Dichrostachys cinerea produceert gedurende het jaar veel zaden. Die gaan niet allemaal bloeien. Maar uit zaden die dat wel doen, komen vaak planten die lang leven. Ze kunnen vuur, droogte en ziekten overleven”,  staat in een rapport van het Centre for Agriculture and Bioscience International (CABI). 

Kiespijn

Geofrey Baluku, reisorganisator in Kilembe en Kasese, maakt zich ook zorgen. “De struik helpt tegen bepaalde kwalen, bijvoorbeeld tegen kiespijn. Maar zelfs de olifanten eten de bladeren niet. Kleinere dieren blijven niet op plaatsen waar veel sikkelstruiken groeien. Ze gaan naar andere gebieden, ook gebieden waar mensen wonen”, zegt hij. 

Onderzoeker Peter Baine legt uit dat de struik een soort dak creëert in een gekoloniseerd gebied: er komen chemische stoffen vrij die het gras onder de struiken doden. “Deze struik is problematisch voor andere planten, ook omdat hij snel groeit, zich snel verspreidt en veel zaden maakt”, zegt hij.

Baine sluit niet uit dat klimaatverandering bijdraagt aan de snelle verspreiding. Invasieve soorten en klimaatverandering zijn twee van de belangrijkste factoren die ecosystemen veranderen, vertelt hij. 

Herstelpogingen

De UWA probeerde in het verleden de struiken te verbranden, maar het bleek dat ze na een paar weken alweer uitliepen. Momenteel wordt geprobeerd struiken eerst uit te graven alvorens ze te verbranden. 

In mei was al zo'n 600 hectare gerooid in het Queen Elizabeth Park. Het blijft een grote uitdaging, zegt Asalu. Want het rooien en verbranden kost geld, en dat is niet rijkelijk beschikbaar.

Photo by Paulo Doi on Unsplash

« Terug