"Sint-Truiden vraagt aan burgers om hun tuin te laten verwilderen; dat is een goeie start"

6908176420_2f2d3a5037_oéa.pngwoensdag 22 mei 2019 16:11

In december vorig jaar, aan de vooravond van de COP24 in Katowice én van de eerste van vele gigantische klimaatmarsen, publiceerde BOS+ een opiniestuk en visietekst in de Knack en op deze website over de potentie van natuurlijke oplossingen (ihb bossen en grootschalige natuur) in de klimaatproblematiek. “Bossen worden ondergewaardeerd in de strijd tegen klimaatverandering’”, schreven we en brachten daarmee de discussie naar thema’s als landgebruik, bos- en natuuroppervlakte en ruimtelijke keuzes eerder dan uitstootcijfers en technologie. Daarmee begaven we ons onvermijdelijk op het domein van planologie en ruimtelijke ordening. Tijd voor deel II van het gesprek met een autoriteit op dat gebied in Vlaanderen: onze Vlaams bouwmeester Leo Van Broeck.

BOS+: U heeft als bouwmeester duurzaamheid en ecologie op de architectuuragenda gezet. Dat was voor natuurorganisaties als de onze een welkome steun uit onverwachte hoek, maar is het binnen de eigen sector even goed ontvangen? U schuift een nieuwe en zware verantwoordelijkheid op hen af.

Leo Van Broeck: Uiteraard heb ik daarop ingezet. Duurzaamheid is een cruciaal vak in architectuur en planologie, maar zat nergens in hun kennisopbouw of curriculum. Ik snap dat niet, want ik zeg dat al zeker 30 jaar. Mijn eerste teksten over ruimtegebruik als grote driver van de vernieling van ons leefmilieu dateren van de jaren ‘90. In 1994 al was ik daarover aan het schrijven:in de onderwijscommissie van de KU Leuven zei ik “Onze architecten worden natuurmoordenaars zonder het te beseffen.”

Maar dat zat toen niet in de opleiding. Als er vroeger al over duurzame architectuur werd gesproken, was dat heel technisch: spaarboilers! Zeer goed, maar uitstervende diersoorten hebben daar niets aan, die hebben meer plaats nodig, en dat is een ontwerp-opgave. Ik wilde daar een vak over of op zijn minst een studio die afstuderende studenten de kans gaf tegen de heersende blindheid in te gaan. Dat was toen academisch nog niet aan de orde, maar ondertussen bestaat dat wel. Vijf jaar geleden zijn we gestart aan de KU Leuven met een studio ‘ruimtelijke rendement’ waar jaarlijks een aantal eindwerken over verdichting, bodemgebruik, enzovoort. Andere scholen zijn erover mee bezig, en ook de professionele sector is stilaan echt mee. Overal zie je nu dat besef; we moeten verder blijven uitzoomen. 

Ik probeer nu ook de opleiding landschapsarchitectuur in de academische wereld binnen te brengen, want tot op heden is dat nog geen beschermd beroep. Iedereen met een kruiwagen kan zich landschapsontwerper noemen. Onze historische parken beschermd door monumentenzorg, zijn bijna allemaal grasvelden met buxushagen en in de herfst maar één soort: de gele bladblazer. Die bescherming houdt de rewilding tegen die vandaag zo nodig is om de hitte-eilanden in onze steden tegen te gaan. Het bijmaken van natuur, ook in steden, staat dus toch nog niet hoog genoeg op de prioriteitenlijst.

 

BOS+: De architecten van morgen zullen in elk geval een uitdaging hebben aan het inbrengen van een duurzame ruimtelijke ordening in de huidige situatie van een compleet verkaveld Vlaanderen. Hoe komt het dat Vlaanderen zo ontspoord is?

Leo Van Broeck: Ons ruimtegebruik is ontspoord door een aantal processen die ad hoc aan elkaar geregen zijn. Om te beginnen hebben we een enorm vruchtbare delta vol rivieren en beken: de Dender, de Leie, de Rupel, de Nete, de Maas, de Rijn, de Schelde en al hun vertakkingen. Heel de kaart ligt vol. Dat zorgde al in de middeleeuwen voor een gigantische verspreiding van watermolens en kleine gehuchten. Dus dat was een natuurlijke orohydrografische fragmentatie die we wel vaker zien in deltagebieden.

Daarbij kwam een ander globaal fenomeen; de industriële revolutie met haar fabrieken, smog, en mijnbouw. De 19de-eeuwse steden werden onleefbare roettempels. Dat zorgde voor een grote vlucht; iedereen met centen ging op het platteland wonen. Het werd toen nog gesubsidieerd ook, als een vorm van sociale emancipatie. Pas op, dat waren goedbedoelde oplossingen. Men wilde de mensen weg houden uit de ongezonde steden.

Maar zo kwam ook de derde fragmentatiegolf, gestuwd door mobiliteit. En daardoor is het hier helemaal verkaveld. Spotgoedkope auto’s zorgen ervoor dat iedereen op het platteland kan wonen. Waar je maar wil. Of beter nog: salariswagens. Je wagen gratis bij je loon. Op die manier kan je in de file via de autoradio een betere relatie opbouwen met De Becker of Jan Hautekiet dan met je partner. Een Amerikaanse studie toont aan dat echtscheidingen toenemen vanaf een dagelijkse pendeltijd van 45 minuten enkele rit. We hebben trouwens in Vlaanderen het wereldrecord aan % echtscheidingen.

Maar de staat betaalt. Eén jaar salariswagens kost de overheid vier miljard aan aftrekbare belastingen die ze niet innen. Alle slecht gelegen woonuitbreidingsgebieden onteigenen, zou jaarlijks anderhalf miljard kosten over 20 jaar tijd. Dat is een keuze.

BOS+: In een recent rapport van departement omgeving spraken ze van meer dan 13.000 km lintbebouwing in Vlaanderen. Welke prijs betalen we daar precies voor?

Leo Van Broeck: Een ecologische villa in de middle of nowhere vraagt 10 tot 20 keer meer aan wegen en distributie dan een gewone woning in de stad of in een dorp. Daar is dat gemiddeld 5 meter weg per woning tegenover uitschieters tot 100 meter buiten de kernen. Dat is belachelijk. Woningen op ‘den buiten’ kosten de staat zo 2 tot 10 keer méér aan wegen en infrastructuur dan een woning in het centrum van een stad of dorp.

Vlaanderen heeft half zoveel inwoners als Londen - 6 miljoen tegenover 12,5 miljoen. Voor 12,5 miljoen mensen in één stad bouw je een betaalbare metro die frequent stopt en op tijd rijdt. Dan heb je bijna geen auto’s nodig. Bijna 85% van de inwoners van Manhattan geraakt op het werk zonder auto: een wereldrecord. In het Brussels gewest is dat 41%, gemiddeld in Vlaanderen en Wallonië amper 18%. Densiteit is een abonnement op goede mobiliteit, altijd.

Ons openbaar vervoer daarentegen is qua exploitatie niet te betalen. We hebben veel te veel haltes met per halte veel te weinig passagiers. Want Vlaanderen eiste vroeger basismobiliteit. De Lijn moest op 500 meter van elke woning stoppen. Maar zo krijg je haltes die in de middle of nowhere liggen met belbussen of bussen die maar om de 2 uur komen. Dat kan je nooit rendabel maken. Dat systeem werkt niet. Hopelijk slaagt het nieuwe systeem van vervoersregio’s er in om dat te veranderen.

Maar het gaat nog regelmatig fout. Er is nu een wederopbouwpremie van Tommelein; als je een versleten woning wederopbouwt om de energiesanering te kunnen doen, krijg je van de overheid €7500 steun. Ongeacht waar die woning staat! Zo worden foute locaties opnieuw voor 50 jaar geconsolideerd, inclusief een abonnement op de files.

BOS+: Hoe moet het dan wel? Hoe ziet de ruimtelijke ordening eruit waar we naar moeten streven?

Leo Van Broeck: Kennen jullie Half Earth? Dat zegt dat letterlijk: “De helft van de vruchtbare oppervlakte op aarde zou geen enkele menselijke claim mogen hebben. Ook geen landbouw. De mensheid moet het doen met 50%.” Vandaag zitten we al over 70%.

Nogmaals, die 50% gaat niet over de recreatie, niet de parken, niet de landbouw. Dat is échte natuur, dat is het Zwin. Daar kom je enkel binnen in een bird watching cabin of voor een film van National Geographic. Of om op trektocht te gaan met een gids en je te gedragen volgens zeer strenge regels. Ik geloof niet dat die natuur ontoegankelijk moet zijn, want natuurbeleving is een belangrijke motivatie voor mensen om te zien wat ze aan het verkloten zijn. Maar denk aan het Yosemite Park. Het loopt daar vol toeristen, maar je kan er beren zien. Je moet er uit respect voor de natuur op de paden blijven. Pas op die manier kunnen we ons eindelijk weer voelen als iemand die te gast is in een ecosysteem dat zijn eigen rechten heeft.

Je zou natuurlijk kunnen zeggen dat die open ruimte niet overal gelijk gespreid moet zijn. Maar dan nog; in de grote, dens bevolkte gebieden van de wereld - de grote stedelijke clusters als New York of Philadelphia, en bij ons in West-Europa - zou dat 25 à 30% moeten zijn. Maar geen 6% zoals vandaag in Vlaanderen. Hadden we Manhattan-dichtheden, dan paste heel België in twee en een half keer het Brussels gewest. Dat zou in theorie kunnen, want het is niet eens een onleefbare stad, maar een mooie en plezante stad. Om aan 25% natuur te geraken moeten we echter helemaal niet zo extreem gaan verdichten en volstaat een wolk van Vlaamse steden en mooie landelijke dorpen met daartussen terug landbouw en meer natuur.

BOS+: 50% natuur vormt wel een enorm contrast met de huidige situatie. In het laatste rapport van Departement Omgeving spreken ze van 68% open ruimte (tov 95% in Europa), waarvan 51% landbouw en slechts 10% bos. Nochtans worden die bossen druk bezocht door 77% van de Vlamingen voor recreatie.

Leo Van Broeck: Ja, en volgens Europa hebben we zelfs te véél bos. Europa zegt: “Je moet zoveel bos, zoveel heide, zoveel groen hebben.” En als dat niet klopt, moet je bos gaan kappen om heide te maken. Het Europees beleid maakt van de natuur een Excel-tabel. Dat lijkt grof, maar ergens klopt het ook. We hebben op dit moment zó weinig natuur dat je die niet alleen kan laten. Laat je haar doen op te weinig ruimte, dan zou ze haar biodiversiteit heel snel verliezen.

In Vlaanderen wordt vandaag maar 6,4% van onze oppervlakte als natuurgebied beheerd, en dat is zelfs lang niet allemaal echte ‘natuur’. Daarbij zitten bijvoorbeeld ook private eigendommen of militaire domeinen, en Natura 2000 gebied. De hard beschermde kern is amper 2,8% officieel natuurreservaat.Dat is het kleinste percentage ter wereld. Zonder onze controle heeft de biodiversiteit geen schijn van kans meer. En dus is onze natuur eigenlijk al een artefact, een dierentuin.

Het is belachelijk met hoe weinig natuur wij al content mee zijn. Echt waar, ik vind dat griezelig.

BOS+: Momenteel wordt in Vlaanderen ongeveer 51% van de oppervlakte ingenomen door landbouw. Tel daar die 25 à 30% gewenste natuur bij op het wordt al krap. Zo worden natuur en landbouw in onze schaarse open ruimte voortdurend tegen mekaar uitgespeeld. Maar als we spreken over een betonstop, moeten we dan ook spreken over een krimp in de landbouw?

Leo Van Broeck: Het echte probleem is dat we onszelf nooit wezenlijk in vraag stellen. We willen niet krimpen én we willen niet kiezen. Dus worden er alleen maar valse vragen gesteld om valse oplossingen te activeren. Maar ja, natuurlijk moet die landbouw krimpen. Waarom moeten we ook alles de wereld rondvliegen? We laten bossen kappen in de tropen om er soja op te zetten, geven die soja hier aan onze koeien of varkens, en exporteren dat koeien- of varkensvlees tenslotte naar Vietnam. Dan ben je het op twee plaatsen aan het verprutsen. In Vietnam wordt de lokale landbouw niet versterkt door onze knowhow, want we pakken er alleen maar kansen af. Hier kelderen intussen de voedselprijzen. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de CO2-uitstoot van al dat transport. Onze landbouw is een dramatische misbruikmachine.

Vlaanderen en Nederland zijn de grootste exporteurs van landbouwproducten in West-Europa. 50 tot 55% van de Vlaamse oppervlakte is landbouw, met een gigantisch hoog rendement en opbrengst per hectare. Desondanks maakt dat zowel in Vlaanderen als in Nederland nog ongeveer 1% uit van het BBP. Waardeloos! Eten kost niets meer. Vroeger ging 50% van een gezinsbudget naar voeding, vandaag is dat nog 5%. Het is bijna gratis. Je gooit het weg als het over tijd i. Onze boeren zijn daarvan ook slachtoffer; zij verdienen nog €10 bruto per uur, gaan failliet, en worden opgekocht door de grote agro-industrie. De zelfstandige boer is aan het verdwijnen, en het is die agro-industrie - de grootschalige productiebedrijven en distributieketens - die de enige aandeelhouder aan het worden is. Onlangs nog zag ik in Delhaize een reclamecampagne voor ‘junk fruit’. Alles aan spotgoedkope prijs. Dan denk je: “dat kan niet”. Voor dat geld breng je dat fruit nog niet eens naar de supermarkt. 

Ik zeg dus: “Voedsel moet terug duurder worden.” Drie keer niets is niet meer spotgoedkoop maar nog altijd heel betaalbaar. Daarmee hoeven we dus niemand uit te sluiten. Eten moet belangrijk worden, en met geld toon je aan hoe belangrijk iets is. Juwelen, diamanten, gezondheid, liefde, … dáár hebben we iets voor over in het leven. ‘Eten niet, want dat is niet belangrijk. Moeder natuur verdraagt dat toch.’ De wereldhandel heeft op die manier ook de landbouw vermoord.  Begrijp me niet verkeerd, niet alle wereldhandel moet weg, het is normaal dat Noorwegen koffie invoert, dat groeit daar niet. Maar alle voedsel dat we lokaal kunnen maken dient overal in die korte kringloop te blijven.

BOS+: Stel dat we morgen echt werk willen maken van een duurzame en leefbare ruimtelijke ordening en van ruimte voor natuur en veerkrachtige ecosystemen. Waar beginnen we dan? Welke maatregelen stelt u voor?

Leo van Broeck: Harde keuzes maken, en zeer veel materegelen tegelijk, zo snel mogelijkk. Een moratorium op verkavelen! Europa vraagt aan alle lidstaten tegen 2050 een betonstop. Dat wil zeggen: geen bijkomende bebouwing. Vlaanderen heeft met 34% het hoogste ruimtebeslag van Europa, dus zeg ik: “probeer 10 jaar vroeger aan die absolute stop te geraken”. De laatste jaren zijn we al gezakt van 12 naar 5  à 6 hectare in dagelijks ruimte inname beslag. Daarmee doen we het intussen beter dan Nederland – decennialang hét voorbeeld van zuinig ruimtegebruik en verdichting. Maar het is toch nog te veel. We kunnen het ons gewoon niet veroorloven nog bijkomende hectares in te nemen.

Daarnaast: alle versleten bebouwing die slecht gelegen is, afbreken. Dan moet je de restwaarde vergoeden, maar een versleten huis is niet heel veel waard. En grondwaardes in buitengebied zijn vaak niet zo hoog als je zou denken. Wat je hebt afgebroken, herbouw je op betere locaties en je zorgt dat mensen hun grondwaarde gratis kunnen meenemen.

Want ook onze steden hebben vandaag weinig dichtheid. De densiteit van Brussel is 7.000 inwoners per km2. In Parijs en banlieu is dat 21.000 of drie keer hoger. Wij zullen hier echter nooit zo metropolitaan worden, daar hebben we te weinig inwoners voor. In het beste geval kunnen we Vlaanderen verdichten tot een patroon van een hondertal grote en kleine kernen, met een slim netwerk daartussen van snel rijdende treinen, lokaal openbaar vervoer en deelwagens. Zo zouden we kunnen we deels ontsnipperen en ontkavelen, en samen met een compactering van de landbouw kunnen we dan makkelijk 30% van onze oppervlakte vrijmaken voor natuur.

 

BOS+: Op een duurzaam beleid en gedurfde maatregelen vanuit de overheid lijkt het voorlopig nog wachten. Maar burgers komen vandaag massaal op straat. Zijn er ook dingen die wij zelf kunnen doen? Gelooft u dat we echte en duurzame verandering kunnen teweegbrengen van onderuit en op kleine schaal?

Leo Van Broeck: De gemeente Sint-Truiden vraagt aan burgers om een kwart van hun tuin te laten verwilderen, want ze hebben steeds minder bijen voor de fruitteelt. Dat is een goede start. Al onze tuinen samen vormen 8% van Vlaanderen. Halen we de draadhekken van tussen onze percelen, dan creëren we zonder veel moeite één grote groene zone. Stel je voor: een gecontroleerd verwilderde ruimte met een continue open migratie van dieren erdoor. Zoals in Amerika, waar elanden en beren in sommige woonwijken door de tuinen lopen en in de vuilbakken snuffelen. “Vannacht weer een beer in onzen hof” zeggen ze dan. Dat blijft natuurlijk heel antropocentrisch - onze aanwezigheid is altijd slecht voor macrofauna - maar het kan een begin zijn: buiten de kernen slopen we de draad tussen de tuinen en wonen we in een transitiefase in de natuur tot ook die huizen versleten zijn en echt weg kunnen.

Wij kunnen planetaire correcties aanbrengen als iedereen weet waarover het gaat en wat je moet doen. We hebben allemaal samen het gat in de ozonlaag bijna gerepareerd. Maar in een democratie krijgt de burger ook het beleid dat hij verdient; dat is de dictatuur van het gemiddelde. Dus dat gemiddelde moet omhoog, de scholingsgraad moet omhoog, onze kennis moet omhoog. De burger kan vanalles doen, maar de burger moet eigenlijk verhuizen. De gele hesjes hebben geen goedkopere brandstof nodig, de gele hesjes hebben subsidies nodig, betaalbare woningen op goede locaties en een perspectief. Die hebben nu geen alternatief, logisch dat die boos zijn.

BOS+: Burgers die het heft in handen willen nemen, ontwikkelen vandaag zelf al nieuwe systemen en modellen om ruimte, grondstoffen en producten te delen - met of zonder steun van de overheid. Een echte deeleconomie, die coöperatief bestuurd en gemeenschappelijk beheerd wordt, kan dat volgens u een manier zijn om de band met onze omgeving te herstellen?

Leo Van Broeck: Ja, ik denk van wel. De markt is oké, maar het kapitalisme niet. In de huidige trickle down stelsel bezit 1% van de mensen evenveel aandelen en productiemiddelen als de 99% anderen. De deeleconomie komt op, maar leeft in dit systeem geen 5 jaar. Uber drivers zijn al lang werknemers van een bedrijf dat mensen hun eigen auto de verdoemenis in laat rijden – veel goedkoper – en Airbnb is opgekocht. Dat is geen deeleconomie. Maar stel nu dat iedereen op aarde betaald zou worden in een loon of een basisinkomen dat uit aandelen bestaat; in scholen, in windmolens, in heel ons bruto binnenlands product. Dan wordt iedereen aandeelhouder. Dan krijg je de deeleconomie wereldwijd.

Coöperatieve landbouw, coöperatief wonen of co-housing, dát zijn interessante modellen. In Zwitserse steden wordt nu al 30% van de bewoning coöperatief geregeld: in eigendom hé, niet in huur. Dat heeft tal van voordelen. Co-housing groepen zijn de eerste burgers die niet meer kunnen betogen tegen de projectontwikkelaar - ze zijn zelf de projectontwikkelaar. Wanneer burgers aandeelhouders worden, werken we eindelijk weer voor elkaar in plaats van voor een piepklein groepje steenrijken.

« Terug