Veelbelovend maar nog niet veel voorkomend: de bosbouwboer die landbouw combineert met bomen

Agroforestry.pngdinsdag 12 februari 2019 14:31

De meerderheid van de Vlaamse landbouwers overweegt agroforestry op dit moment niet. Een gebrek aan zekerheid over rendabiliteit, inpasbaarheid, kennis en competenties maar ook een wat gebrekkig juridisch kader, weinig flexibele steunmaatregelen en het ontbreken van een breed draagvlak vanuit de landbouwsector staan opschaling in de weg. Om deze barrières weg te werken is een gezamenlijk engagement nodig van onderzoeksinstituten, overheden, middenveldorganisaties, (landbouw)bedrijven en consumenten. Dat blijkt uit het doctoraatsonderzoek van Lieve Borremans.

“Om agroforestry als agro-ecologische innovatie in de landbouw van de grond te krijgen in Vlaanderen zijn er 5 werven aan te pakken: meer onderzoek en technologische ontwikkeling, andere verdien- en financieringsmodellen, een betere juridische en beleidsmatige omkadering, meer kennisdeling en educatie, een breder draagvlak én een gedeelde visie”, aldus de conclusie van Lieve Borremans. 

De opschaling van agroforestry in Vlaanderen laat op zich wachten

Bomen leveren heel wat diensten aan de maatschappij – dat is bekend:  biodiversiteit, koolstofopslag, klimaatmildering, luchtzuivering. Onder landbouwers, beleidsmakers en middenveldorganisaties groeide daardoor de jongste 10 jaar een nieuwe interesse voor  boslandbouwsystemen of agroforestry (landbouwgewassen of veehouderij doelbewust gecombineerd met de teelt van bomen op hetzelfde perceel). Uit eerder onderzoek weten we reeds dat er, mits de juiste boomkeuze en mits een correct onderhoud van de  boomstrook, financieel of bedrijfstechnisch voordeel kan gehaald worden uit het systeem door de boer: bescherming tegen erosie, risicospreiding door inkomsten te diversifiëren, creatie van een gunstig microklimaat met functionele biodiversiteit…

Toch verloopt de uitrol van het systeem in de Vlaamse landbouw behoorlijk traag. Tussen 2011 (start van de ondersteunende subsidies voor agroforestry) en 2018 is er slechts 130 ha boslandbouw bijgekomen. Het gaat om zo’n 40 bedrijven. Ondanks het potentieel en ondanks de subsidies blijft de brede landbouwsector blijkbaar afwachtend. 

Vijf obstakels en vijf ontwikkelingstrajecten om ze weg te werken

Lieve Borremans bracht in haar doctoraatstudie de verschillende barrières in beeld. Via enquêtes, interviews en focusgroepen ontdekte ze verschillende oorzaken voor de terughoudendheid van de  landbouwsector tav deze agro-ecologische innovatie. De landbouwers formuleerden technische, economische, institutionele, organisatorische en sociale bedenkingen en belemmeringen.

Vijf ontwikkelingstrajecten kunnen deze volgens de studie van Borremans wegwerken:

Obstakel 1: gebrek aan kennis en bruikbare instrumenten. Ontwikkelingstraject: investeren in onderzoek en ontwikkeling.

Met uitzondering van het recente doctoraat van Paul Pardon dat een cijfer plakte op de impact van bomen op gewasproductie, is er in Vlaanderen weinig kennis voorhanden over de productiviteit en inpasbaarheid van agroforestry op lange termijn. Investering in verder onderzoek samen met pioniers en landbouwers is nodig om deze kennis uit te breiden. Borremans: “Er is bijvoorbeeld nood aan inter- en transdisciplinaire onderzoeksprojecten die gericht zijn op het aanleggen van lange-termijn proefpercelen of het ontwikkelen van nuttige instrumenten (machines, applicaties, enz.) voor het plannen, ontwerpen en onderhouden van agroforestry-systemen.”

Obstakel 2: onzekerheid over rendabiliteit. Ontwikkelingstraject: creëren van andere verdien- en financieringsmodellen.

Een gebrek aan zekerheid over de rendabiliteit is één van de meest cruciale barrières die landbouwers tegenhoudt om met agroforestry aan de slag te gaan. Die onzekerheid wordt veroorzaakt door het feit dat het lang wachten is op de inkomsten uit houtproductie en dat landbouwers niet vergoed worden voor de maatschappelijke diensten die de bomen in tussentijd leveren (bv. koolstofopslag). Borremans: “Daarom moeten we inzetten op het creëren van marktmechanismen die landbouwers toelaten hun inspanningen voor milieu, landschap en biodiversiteit te valoriseren. Verschillende soorten instrumenten en arrangementen zijn mogelijk. Denk bv. aan koolstofhandel, een agroforestry-label dat meerwaarde creëert en een coöperatieve boerderijstructuur waarbij de consument actief mee in het verhaal stapt. Naast de overheid hebben ook bedrijven, banken, consumenten en de lokale gemeenschap hierin een rol te spelen.”

Obstakel 3: gebrek aan een eenduidig juridisch kader en flexibele steunmaatregelen. Ontwikkelingstraject: subsidieprogramma en juridisch kader aanpassen en verbeteren.

De laatste jaren heeft de overheid belangrijke stappen ondernomen om de adoptie van agroforestry door landbouwers te stimuleren. Er werd een subsidieprogramma voor de aanleg van agroforestry systemen opgericht (tot 80% van de aanplantkosten worden terugbetaald) en een geschikt juridisch kader voor de teelt uitgewerkt. Borremans: “Beide ontwikkelingen zijn positief, maar er is nood aan verdere aanpassingen en verbeteringen om tot een volwaardig juridisch kader en een aantrekkelijk en effectief subsidieprogramma te komen.”

Ook op vlak van onderzoek, netwerk- en marktvorming kan de overheid een rol spelen. In Nederland gebeurt dit via GreenDeals, initiatieven voor duurzame groei waarin de overheid en de maatschappij interactief samenwerken vanaf het begin. Op deze manier wil de overheid de ontwikkeling van duurzame initiatieven faciliteren en versnellen, en tegelijkertijd het toekomstig beleid mee richting geven.

Obstakel 4: kennis en expertise sijpelt onvoldoende door. Ontwikkelingstraject: inzetten op communicatie en educatie.

De kennis van agroforestry onder landbouwers en andere stakeholders in de landbouwsector is beperkt en de expertise over de teelt van bomen in een landbouwcontext zit verspreid over verschillende organisaties. Voor landbouwers is het hierdoor onduidelijk waar ze met hun vragen terecht kunnen. Om dit te verhelpen is de kennis die werd opgebouwd in het VLAIO agroforestry project gebundeld en toegankelijk gemaakt in één centraal kennisloket. Borremans: “Om deze kennis verder te verspreiden blijft communicatie naar en educatie van relevante actoren belangrijk. Zij moeten goed geïnformeerd worden zodat ze vertrouwd raken met agro-ecologische landbouwpraktijken en hun voordelen voor de gemeenschap.” Het landbouwonderwijs bv. kan hiertoe bijdragen door meer in te zetten op het ontwikkelen van agro-ecologische competenties die nodig zijn om complexe teeltsystemen te beheren. Voor landbouwers die al geïnteresseerd zijn kan een lerend netwerk zoals recent werd opgericht binnen het AFINET project dan weer een handig kanaal zijn.

Obstakel 5: gebrek aan draagvlak en een gedeelde visie. Ontwikkelingstraject: dialoog en samenwerking tussen de verschillende betrokkenen.

Het onderzoek van Borremans toont aan dat er verschillende visies bestaan over het type agroforestry dat wenselijk is in Vlaanderen. Zo zijn er stakeholders die van mening zijn dat agroforestry in de context van Vlaanderen alleen nuttig kan zijn in de vorm van kleine landschapselementen op de rand van percelen. Andere stakeholders daarentegen zien ook potentieel in meer complexe vormen waarin bomen en gewassen nauw met elkaar in interactie staan. Dialoog en samenwerking tussen die groepen moet leiden tot een herstel van vertrouwen en de opbouw van een gemeenschappelijke visie. Er is bovendien nood aan een breed maatschappelijk draagvlak. Daarom moet ook de burger/consument betrokken en geïnformeerd worden, bv. via een algemeen vak ‘landbouw en voeding’ in het onderwijs of via lokale initiatieven die de band tussen de landbouwer en de consument aanhalen.

Van barrières naar stimuli via een gezamenlijk engagement

Door het bestaan van deze barrières wordt agroforestry door de meerderheid van de landbouwers op dit moment niet als optie overwogen. Dat bleek uit een enquête die werd afgenomen bij 86 landbouwers en werd bevestigd via twee reeksen interviews en een aantal focusgroepen met stakeholders. De intentie om met agroforestry aan de slag te gaan kan volgens Borremans alleen verhoogd worden wanneer élk van de bovengenoemde ontwikkelingstrajecten geïmplementeerd wordt. “De barrières kunnen effectief omgezet worden in stimuli. Maar daarvoor moeten onderzoeksinstituten, overheden, middenveldorganisaties, (landbouw)bedrijven en consumenten samen het engagement aangaan om te werken aan meer onderzoek en ontwikkeling, andere verdien- en financieringsmodellen, een sluitend juridisch kader en effectieve steunmaatregelen, kennisdeling, draagvlakcreatie en een gedeelde visie. Enkel zo kan een gelijk speelveld ontstaan waarin agroforestry als maatschappelijk waardevol landbouwsysteem ook voor landbouwers een aantrekkelijke en valabele optie wordt. Met andere woorden: enkel zo ontstaan kansen voor een duurzame opschaling van agroforestry in Vlaanderen.”

Wat nu? Masterclasses dit najaar

Het onderzoek van Lieve Borremans maakt deel uit van een breder VLAIO-project ‘Agroforestry Vlaanderen’ waarin ILVO, Inagro, UGent, Bodemkundige Dienst van België en Agrobeheercentrum Eco² oplossingen en begeleiding bieden aan geïnteresseerde landbouwers. Ook het recente doctoraat van Paul Pardon over de agronomische en ecologische impact van bomen op een landbouwperceel maakt deel uit van dat breder project. Beide doctoraten en de opgebouwde kennis over de toepassing van boslandbouwsystemen in Vlaanderen binnen het consortium Agroforestry Vlaanderen worden dit jaar vertaald in concrete masterclasses voor landbouwers, adviseurs, beleid en andere stakeholders. Meer info daarover volgt later in februari.

« Terug