10.000 euro of 10 bomen? Kies dan voor de bomen

41785088311_aa82dacd63_o.jpgdinsdag 08 januari 2019 08:38

We weten het al langer, maar herhalen het met veel plezier: studies wijzen uit dat wanneer er 10 bomen bijkomen in een straat, de buurtbewoners zich 1% gezonder voelen.

We weten het al langer, maar herhalen het met plezier: bos en bomen hebben een substantiële en positieve impact op onze gezondheid. Vandaag rakelen we enkele baanbrekende studies op uit het verleden die vandaag razend relevant blijven. Wist je dat door 10 extra bomen in een straat, de buurtbewoners zich 1% gezonder voelen?

In 1984 stelde onderzoeker Roger Ulrich een eigenaardig patroon vast bij patiënten die herstelden van een operatie aan de galblaas in een voorstedelijk ziekenhuis in Pennsylvania. Zij die in een kamer lagen die uitkeek op een klein groepje loofbomen werden gemiddeld bijna een dag vroeger ontslagen uit het ziekenhuis dan de patiënten in identieke kamers waar het raam uitkeek op een muur.

Vanzelfsprekend of raadselachtig?

De resultaten leken tegelijkertijd vanzelfsprekend – natuurlijk is een bladerdak meer therapeutisch dan saaie bakstenen – en raadselachtig. Welke genezende eigenschappen bomen ook hebben, hoe sturen ze die door een glazen ruit?

Dat is het raadsel dat behandeld werd in een studie van Marc Berman, een psychologieprofessor aan de Universiteit van Chicago. Zijn studie uit 2015 vergelijkt twee grote datasets van de stad Toronto, beide verzameld op het niveau van straten.

De eerste set meet de verdeling van groene ruimte door gebruik te maken van satellietbeelden en een omvattende lijst van alle 530.000 bomen die geplant werden in de publieke ruimte. De tweede meet gezondheid, geëvalueerd door een gedetailleerde enquête bij 94.000 respondenten. Na een correctie op inkomen, opleiding en leeftijd, toonden Berman en zijn collega's aan dat wanneer er 10 bomen bijkomen in een straat, de buurtbewoners zich 1% gezonder voelen. 

"Om een gelijkwaardige verhoging te krijgen door middel van geld, zou je elk huishouden in die buurt 10.000 dollar moeten geven of mensen 7 jaar jonger moeten maken", aldus Berman.

Meer weten over dit thema

11 bijkomende bomen per straat 

Zijn zulke cijfers van de pot gerukt? De essenprachtkever die de laatste jaren honderd miljoen bomen gedood heeft in Noord-Amerika, biedt een jammerlijk en tegelijkertijd zeer waardevolexperiment. Een provinciale analyse van de gezondheidscijfers tussen 1990 en 2007 door de U.S. Forest Service, toonde aan dat sterfgevallen door cardiovasculaire en ademhalingsziekten stegen op plaatsen waar bomen bezweken onder de pest. Alles tesamen goed voor meer dan 20.000 bijkomende sterfgevallen tijdens de studieperiode.

De data uit Toronto tonen een gelijkaardige link aan tussen de aanwezigheid van bomen en cardio-metabolische aandoeningen, zoals hartziekten, beroertes en diabetes. Voor de mensen die lijden aan deze aandoeningen zouden 11 bijkomende bomen per straat overeenkomen met een inkomensstijging van 20.000 dollar of bijna 1,5 jaar jonger zijn.

Voortuin of achtertuin?

Wat interessant is aan deze cijfers, is subtiliteit ervan. De gezondheidsvoordelen komen bijna volledig voort uit bomen die geplant worden langs wegen en in voortuinen, waar veel mensen langs wandelen. Bomen in achtertuinen en parken lijken echter weinig impact te hebben in de analyse. Het zou dus kunnen dat laanbomen een grotere impact hebben op de luchtkwaliteit op voetpaden, of dat groene lanen mensen aansporen om meer te wandelen.

Maar Berman is ook geïnteresseerd in de mogelijkheid dat teruggrijpt naar Ulrichs bevindingen over ziekenhuisramen: misschien is het genoeg om simpelweg naar een boom te kijken.

Directe en indirecte aandacht

Aan het eind van de 19de eeuw stelde William James, een baanbrekende psycholoog en filosoof, voor om een onderscheid te maken tussen "vrijwillige" en "niet-vrijwillige" aandacht. Wanneer je een druk kruispunt oversteekt of je verdiept in een spreadsheet, put je uit eindige reserves van vrijwillige, gerichte aandacht. Het tegengif is niet, zoals je misschien zou denken, rustig in een donkere kamer zitten. "De omgeving moet een stimulans zijn om je onvrijwillige aandacht, je betovering te activeren", zegt Berman. Stedelijke omgevingen kunnen zeker ook onvrijwillige aandacht uitlokken (toeterende wagens op Times Square), maar dat doen ze op een brute, gebiedende manier waarbij je de vrijwillige aandacht moet overrulen. Natuurlijke omgevingen daarentegen verzorgen wat Berman noemt "zachtjes fascinerende stimulatie". Je oog valt op de vorm van een tak, een rimpeling in het water; je geest volgt.

Je hoeft natuur niet leuk te vinden om er de voordelen van te ondervinden

Als doctoraatsstudent aan de Universiteit van Michigan tien jaar geleden, leidde Berman een studie waarin hij vrijwilligers op pad stuurde voor een wandeling van 50 minuten, ofwel in een arboretum ofwel door de straten van de stad, daarna gaf hij zijn proefpersonen een cognitieve evaluatie. Zij die in de natuur hadden gewandeld verrichtten de taak zo'n 20% beter dan hun tegenhangers als het ging over geheugen- en aandachtsproeven. Ze hadden ook de neiging om beter gezind te zijn, hoewel dat hun scores niet beïnvloedde.

"Wat we ondervinden is dat je de interactie met de natuur niet leuk moet vinden om er de voordelen van te ondervinden", zegt Berman. Sommige wandelingen vonden plaats in juni, andere in januari; de meeste mensen genoten er niet echt van om door de strenge Michigan winter te sjokken, maar hun scoren verbeterden even veel als die van de zomerse experimenten. Het is niet verrassend dat de personen van wie de directe aandacht het meest uitgeput is, de grootste voordelen ondervinden: een natuurlijk uitje aan het einde van de werkdag heeft een groter herstellend effect dan wanneer je dat doet als eerste ding 's ochtends, en de boost is vijf keer groter voor mensen bij wie klinische depressie is vastgesteld.

'Pure' kleuren

Je kan een afgezwakte versie van hetzelfde effect voortbrengen door gewoon uit het raam te kijken, of (voor experimenteel gemak) naar een beeld van een natuurlijke tafereel. De laatste jaren hebben Berman en zijn collega's ingezoomd op de "low-level" visuele karakteristieken die natuurlijke omgevingen onderscheiden van stedelijke. Om dit te doen splitsten ze beelden op in hun visuele componenten: de verhouding tussen rechte en kromme lijnen, de schakeringen en verzadiging van de kleuren, de entropie (een statistische meeteenheid van toeval in pixel intensiteit), enzoverder.

Het uitzicht van een arboretum heeft bijvoorbeeld de neiging een hogere kleurverzadiging te hebben dan de hoek van een straat, wat erop wijst dat "de kleuren in de natuur een meer 'pure' versie zijn van deze kleuren", zegt Berman. Zelfs wanneer beelden door elkaar gegooid zijn zodat er geen herkenbare eigenschappen meer zijn, zoals bomen of wolkenkrabbers, om te verbergen wat ze voorstellen, voorspellen hun low-level visuele eigenschappen nog steeds hoe sterk mensen ervan zullen houden.

Nederland koploper

Het is interessant om te bedenken dat dergelijk onderzoek het beleid kan beïnvloeden. Ulrichs werk heeft al "een directe impact gehad op het ontwerp van vele miljarden dollars aan ziekenhuisconstructies", zo bericht een vakblad uit de gezondheidszorg. Misschien zullen we onze steden anders opvatten en in de richting gaan van rijker getinte straatbeelden en gebouwen met gefragmenteerde patronen de appelleren aan onze natuur-hongerige zielen. Bermans doel daarentegen is nuchterder: hij hoopt dat we meer bomen zullen planten. Zijn resultaten tonen aan dat er een duidelijke en consistente hiërarchie is. Een wandeling in het bos troeft een beeld van een boom af, wat op zijn beurt een abstract beeld aftroeft, maakt niet uit hoe rustgevend dat beeld is.

Iets diep in ons reageert op de driedimensionale geometrie van de natuur, en dat is waar gelijkwaardige economische argumenten te kort schieten, hoe goedbedoeld ze ook zijn. Wanneer iemand je 10.000 euro aanbiedt of 10 bomen, neem dan de bomen.

Dichter bij huis is Nederland koploper in het vergroenen van zorginstellingen. Maar ook in Vlaanderen zijn er al enkele good practices te vinden. De provincie Vlaams-Brabant bracht vorig najaar de inspiratiegids ‘Kleur je zorginstelling groen’ uit. Daarmee willen ze aanzetten tot vergroenen. Enkele mooie voorbeelden uit die provincie zijn de volgende.

Psychiatrisch ziekenhuis Sint-Alexius in Grimbergen

Dit ziekenhuis heeft al sinds de start in 1909 een groot landschapspark. Maar in de afgelopen eeuw werd lustig bijgebouwd en raakte de structuur verloren. De directie contacteerde Regionaal Landschap Groene Corridor en samen werken ze aan een nieuwe invulling met streekeigen groen waaronder een boomgaard, bloemenweide, struiken en een dreef van inlandse eik. Bij de inrichting werd natuurlijk ook aan de patiënten gedacht. "Ze worden ingezet om kleine beheertaken van het park op zich te nemen en te genieten van de helende werking van het groen", vertelt Wim van het Regionaal Landschap Groene Corridor.

Psychiatrisch ziekenhuis Sint-Alexius in Grimbergen

’t Kleine paradijs van vzw bindkracht

Vzw bindkracht in Landen biedt een warme, zorgende thuis aan twaalf mensen met een fysieke en verstandelijke beperking. Elke dinsdag en donderdag gaan zij naar hun kleine paradijs, een stuk grond dat door de hulp van buurtbewoners, scholen, lokale aannemers en het regionaal landschap werd omgevormd tot hun eigen fantastische tuin. "Natuur en groen is belangrijk voor mensen met een beperking. De rust, het groen en de activiteiten die ze er kunnen doen zijn natuurlijke snoezelelementen", vertelt Luc Heylen van vzw Bindkracht. Ook voor het regionaal landschap is dit een interessant project. Zij moesten rekening houden met de specifieke doelgroep die de tuin gebruikt.

Vergroening in zorg is zonder twijfel een positief verhaal! Ga je hier ook graag mee aan de slag? De inspiratiegids voorziet een stappenplan.

Tekst: The New Yorker

Coverfoto: Patrick Gillespie (CC BY-NC 2.0)

Wil je meer te weten komen over deze thema's? Schrijf je dan hier in op een nieuwsbrief van BOS+. 

Meer weten over dit thema

« Terug