Voedselproductie is én grootste ontbosser én hypergevoelig aan klimaatverandering

Vilda_85450_Regenboog_over_akkers_en_weilanden_Lars_Soerink_800_px_42353.jpgdonderdag 13 december 2018

Foto (Vilda/Soerink) - Voedselproductie is de grootste oorzaak van ontbossing en een belangrijke bron van broeikasgassen. Tegelijk is landbouw ook de meest kwetsbare sector voor de gevolgen van klimaatsverandering. Ons voedselsysteem moet aangepast worden, om klimaatsverandering, biodiversiteitsverlies en voedselzekerheid tegelijk aan te pakken. Ook in dat verhaal speelt bos een heel belangrijke rol.

Landbouw en veeteelt zijn een belangrijke bron van broeikasgassen: ruwweg 10% daarvan komt rechtstreeks uit de landbouwsector. Voedselproductie is de belangrijkste oorzaak van ontbossing, en zo indirect verantwoordelijk voor nog eens 10% van de uitstoot. Als bos en andere ecosystemen moeten plaatsmaken voor graasland of akkers, gaat er  enorm veel biodiversiteit verloren.

Klimaatsverandering en biodiversiteitsverlies brengen op hun beurt belangrijke risico’s mee voor voedselproductie. Oogstverliezen door veranderende weerspatronen en extreme events treden nu al op, en dat gaat er niet op verbeteren in de toekomst. Minder ecosystemen betekent minder gunstige ecosysteemdiensten voor de landbouw. Reken daarbij  dat tegen 2050 de voedselproductie meer dan moet verdubbelen , en je zit met een enorme uitdaging voor onze voedselvoorziening. Een echte transformatie van dat systeem is nodig, met slimme oplossingen.

Met het aanpakken van voedselverspilling (momenteel wordt 1/3 van al het geproduceerde voedsel niet opgegeten), betere herverdeling (ondergewicht vs. ondervoeding, die allebei ongezond zijn), kortere ketens en een meer plantaardig dieet komen we al een heel eind verder. Maar behalve consumptie en distributie kan ook de manier waarop voedsel wordt geproduceerd een grote impact hebben.

Agroecologie en Agroforestry

Bos en natuur kunnen zorgen voor meer dan een derde van de nodige aanpak van klimaatsverandering tegen 2030. Herstel, behoud en beheer van bos nemen hier het grootste deel van in, ongeveer 20% in totaal. De resterende 10 á 15% kan voorzien worden door het meer integreren van natuur, bomen en ecosysteemprocessen in de landbouw: het toepassen van agroecologie en agroforestry.

Agroecologie is geen zuiver synoniem van organische of biologische landbouw; het omvat het kijken naar hoe ecosystemen werken, en dezelfde principes toepassen voor productie van voldoende, gediversifieerd en gezond voedsel. Recyclage van nutriënten en water, symbiose, integraal pest- en ziektebeheer door natuurlijke predatoren en meer diversiteit, optimaal gebruik maken van ruimte en tijd, zijn enkele van die principes.

Agroforestry kent vele vormen, maar is in essentie het integreren van bomen in voedselproductie, waardoor meteen aan heel wat van die principes wordt voldaan.

« Terug