Hoe BOS+ klimaatmigratie bij de wortel aanpakt

BUILD FORESTS NOT WALLS.jpgdonderdag 08 november 2018 07:45

Klimaatverandering en grootschalige migratie worden steeds meer genoemd als dé uitdagingen van de komende eeuw, maar nog al te vaak onafhankelijk van elkaar beschreven. Nochtans zijn deze mondiale fenomenen onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Originele foto (Vilda/Lars Soerink)

Klimaatverandering en grootschalige migratie worden steeds meer genoemd als dé uitdagingen van de komende eeuw, maar nog al te vaak onafhankelijk van elkaar beschreven. Nochtans zijn deze mondiale fenomenen onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Alleen al door natuurrampen worden jaarlijks meer dan 22 miljoen mensen uit hun woonplaats verdreven, en het steeds heviger en regelmatiger optreden van dit soort rampen zal dat getal in de toekomst alleen maar verhogen. Maar terwijl slachtoffers van orkanen en overstromingen meestal nog kunnen hopen op een terugkeer en heropbouw van wat vernietigd is, zien we vandaag ook een andere vorm van ‘klimaatmigratie’ oprukken; langzamer, minder zichtbaar, maar des te ingrijpend en onomkeerbaar.  

In een veranderend klimaat kan je niet (overal) leven 

De gevolgen van een veranderend klimaat zijn talrijk en uiteenlopend: woestijnvorming, bodemdegradatie, veranderende neerslagpatronen met droogte of overstromingen tot gevolg, een stijgende zeespiegel die leidt tot verzilting, enzovoort. Vooral in zuidelijke regio's en ontwikkelingslanden, die sterk of zelfs volledig afhankelijk zijn van landbouw, vormen deze blijvende maar typisch trage veranderingen in klimaat en leefmilieu – de zogenaamde slow-onset events - een levensgroot gevaar voor de bevolking.

Allemaal bedreigen ze voedsel- en watervoorraden, leiden tot misoogsten, tot grootschalige hongersnoden en, op plaatsen waar weinig alternatieve inkomens bestaan, tot zware armoede. Sommige regio's (zoals enkele Pacifische eilanden) dreigen zelfs in hun geheel te worden opgeslokt door een oprukkende zee.  

Wanneer de situatie echt onhoudbaar wordt, rest de lokale bevolking geen andere optie dan de huidige levensstijl op te geven en te verhuizen, op zoek naar betere gronden, nieuwe inkomens en een meer leefbaar klimaat. In die beslissing om te vertrekken spelen uiteraard tal van factoren een rol: economische, socio-culturele en politieke.

De precieze impact van een veranderend klimaat is dan ook onmogelijk in harde cijfers uit te drukken, en prognoses over toekomstige klimaatvluchtelingen lopen enorm uiteen; van 25 miljoen tot 1 miljard mensen tegen 2050. Hoe dan ook mag worden aangenomen dat klimaatverandering vandaag al één van de belangrijke drivers is voor grootschalige migratie, en dat het aandeel ‘klimaatontheemden’ in de toekomst alleen maar zal toenemen.   

Klimaat-onrechtvaardigheid: de vervuiler betaalt niet 

Deze vaststelling doet belangrijke vragen rijzen over onze eigen verantwoordelijkheid. Sinds de industriële revolutie werd de klimaatverandering grotendeels in gang gezet door het westen, maar volgens cijfers van de Wereldbank treft ze vandaag vooral de 'minst schuldige' ontwikkelingslanden en lagere middeninkomenslanden. En net die landen zijn het meest kwetsbaar: zowel vanwege hun geografische ligging – vaak langs kusten of in droge en hete regio's – als door een gebrek aan middelen om zichzelf tegen het veranderende klimaat te beschermen én een sterke afhankelijkheid van (vaak familiale) landbouw.   

“Een extremer klimaat, hoewel een globale realiteit, wordt niet door iedereen even hard gevoeld”, schrijft klimaatmigratie expert Arthur Wyns. En dat ziet ook BOS+ op terrein in het zuiden zo gebeuren.  Wanneer meer ontwikkelde landen met aanhoudende droogte te kampen krijgen – zoals Australië een decennium geleden al, of onze eigen regio het afgelopen jaar – worden de negatieve gevolgen voor de bevolking en economie efficiënt ingeperkt door aangepaste hulpverlening en maatregelen.

Maar in Oost-Afrika bijvoorbeeld leidt aanhoudende droogte vandaag al tot hongersnoden en hevige conflicten rond landgebruik. BOS+ probeert ook in deze regio’s duurzame antwoorden te bieden met de heropbouw van verzwakte ecosystemen aan de hand van bosherstel en bosbeheer. Maar waar de druk op water en vruchtbare grond zo groot is geworden dat familiale landbouw geen kans meer krijgt, rest de bevolking vaak geen echte keuze meer; verhongeren of vertrekken op zoek naar alternatieve inkomsten.  

Een lokaal probleem? 

Ondanks de enorme impact, mogen we er nog niet van uitgaan dat klimaatvluchtelingen op korte termijn voor grote, bijkomende migratiestromen naar Europa zullen zorgen – een ‘doemscenario’ dat vandaag al eens geschetst wordt. Om te beginnen zal de graduele achteruitgang van ecosystemen en leefomgevingen eerder leiden tot een geleidelijke stijging in migratiecijfers dan tot plotse vluchtelingenstromen.   

Bovendien is klimaatmigratie meestal een nationaal fenomeen. “Vluchten voor het klimaat? Naar het dorp verderop” schrijft onderzoeker Ingrid Boas. Haar research in de kwetsbare kustgebieden van Bangladesh toonde aan hoe permanente migratie door de meeste inwoners als een allerlaatste optie wordt gezien, en dan liefst nog zo beperkt mogelijk in afstand. Zo worden ook de grote steden in eigen land een populaire bestemming voor – veelal landbouwers – die zich gedwongen zien te vertrekken. En dat terwijl deze steden sowieso al met explosieve bevolkingscijfers kampen, vaak zelf in kwetsbare regio's (zoals kustgebieden) liggen en in infrastructuur tekortschieten. Eenmaal aangekomen, blijkt het opbouwen van een waardig bestaan voor nieuwkomers vaak een onmogelijke zaak.  

Mitigatie en adaptatie: bos- en natuurbeheer als antwoord  

Welke rol ziet BOS+ voor zichzelf in deze mondiale uitdagingen? Om te beginnen willen we klimaatverandering als reële en geldige driver voor migratie erkennen en benoemen. We vragen een sterk en humaan beleid voor al wie door klimaatverandering gedwongen wordt tot migratie - nationaal of internationaal. Het inzicht dat migratie doorgaans een laatste redmiddel is voor wie zich om welke reden dan ook in een uitzichtloze situatie bevindt, lijkt daarbij cruciaal.  

Beter nog dan migratie op een eerlijke manier aan te pakken, is het om elk gedwongen vertrek te vermijden. Daar wil BOS+ via plant- en beheerprojecten op twee manieren aan bijdragen: door het zoveel mogelijk beperken van klimaatverandering (mitigatie) en door het ondersteunen van ontwikkelingslanden om zich aan te passen aan de veranderende context (adaptatie).  

Wereldwijd zorgen onze projecten rond bosbehoud, -uitbreiding en -herstel voor de opslag van CO2 en de reductie van emissies, en zetten zo een rem op de vernietigende klimaatverandering die elk jaar meer oogsten vernielt en mensen uit hun huizen verdrijft.  

Maar ook in klimaatkwetsbare regio’s zelf zijn we aan de slag;  zowel in Oost-Afrika als in de Andeszone willen we de weerbaarheid van lokale bevolkingen en ecosystemen verhogen. Dat doen we onder meer door het introduceren van duurzame vormen van landbouw, en een sterk, participatief bos- en natuur- en waterbeheer. We begrijpen dat we als ontwikkelingsorganisatie steeds vooruit moeten kijken, en vandaag betekent dat ook rekening houden met de verwachte gevolgen van klimaatverandering en migratie in al onze projecten en ontwikkelingsplannen.  

  

 

« Terug