'Zonder het bos zou Selela, Selela niet meer zijn'; BOS+ op terreinbezoek in Tanzania

Mungere_grazingland_dryseason_flood.pngdinsdag 11 september 2018

“Zonder het bos zou Selela, Selela niet meer zijn”. Zo luidden de slotwoorden van een dorpsoverleg onder de acacia. BOS+ was erbij. 

Het dorp Selela ligt in de riftvallei ten oosten van Ngorongoro Conseration Area, nabij Mtowambu. In deze regio werkt BOS+ sinds oktober 2017 aan duurzaam bosbeheer, bosherstel en agroforestry. Het landschap is er zeer schraal. Daarom heeft BOS+ er samen met drie Tanzaniaanse partnerorganisaties het project ‘Bos voor Duurzame Ontwikkeling’ opgestart. Het programma zal vijf jaar duren en bevindt zich in de regio Arusha, meer bepaald in Monduli district.

Het doel van dit bezoek was om met alle stakeholders, partners en begunstigden, de voortgang van het programma te bekijken en te bespreken, de uitdagingen te identificeren en samen na te denken over ‘the way forward’.

“Wij zijn blij met de resultaten die we op korte termijn behaald hebben. Wij stellen vast dat het bos zich vrij snel herstelt, dat er nieuwe bronnen ontspringen en dat het bos weer helemaal op de route ligt van doortrekkende olifanten. Tijdens de laatste regens hebben we met de hulp van honderden kinderen, leraars en de plaatselijke bevolking meer dan 18.000 bomen geplant op onze schoolgronden, in ons bos, op onze akkers en nabij onze huizen”, zegt het dorpshoofd van Selela.

Beide dorpen hebben actief deelgenomen aan de opmaak van hun landgebruiksplan; er zijn in het dorp duidelijke afgebakende zones om te wonen, plaatsen voorbehouden voor het vee, landbouwgebieden en zones voor publieke diensten.

Naast het respecteren van het landgebruiksplan, engageert een groep van 30 leiders zich ook om hun bosreservaat (1.400 ha) te beheren volgens de nationale richtlijnen van Participatief Bosbeheer. De grote uitdaging is dat veehoeders hun vee niet toelaten in het bos of op de nieuwe aanplantingen. Voor sommige groepen is het jammer genoeg nog niet helemaal duidelijk waarom ze dit bos volgens duidelijke afspraken moet beheren. We blijven daarom inzetten op sensibilisering bij deze 9.000 mensen.

Nog een obstakel: het gebrek aan waterleidingen en waterschaarste in de scholen waardoor het voor sommige scholen zeer moeilijk is om de bomen voldoende water te geven. Heel wat kinderen komen daarom met handenvol flessen gevuld met water - soms wel drie keer per week - naar school om zo de boompjes te verzorgen. 

Binnen het programma ‘Bos voor Duurzame Ontwikkeling’ staat er in de komende maanden en jaren er nog heel wat te gebeuren in Selela:

  • De leiders van de comités ‘natuurlijke rijkdommen’ zullen de volgende maanden het bos in kaart brengen, vooral met het oog op welke directe voordelen het bos heeft voor de lokale bevolking. Daarnaast zullen lokale leiders opgeleid worden tot bosbeheerders.
  • In drie scholen zullen nieuwe zaailingen opgekweekt worden en bij de volgende regens aangeplant worden.
  • Leerkrachten krijgen ondersteuning bij milieueducatie zodat de kinderen inzichten verwerven over het belang van natuurlijk kapitaal.
  • De mensen kijken uit om nog meer agroforestry toe te passen; ze planten bomen aan als windbreaks en randaanplanting voor hun banaan- en maïsvelden. De zaaibedden voor mango, avocado en papaya zijn voorbereid want ze willen hun landbouwsysteem en hun dieet graag aanrijken met fruit.

 

BOS+ kijkt tevreden terug naar het terreinbezoek in Selela. Samen met de plaatselijke Masai-bevolking zijn we fier dat we kunnen bijdragen om de bossen weer op de kaart te zetten. Het zijn zeer unieke groene eilanden in een gedegradeerd landschap. Het is een zeer waardevol maar tegelijk enorm kwetsbaar ecosysteem. Toch is BOS+ hoopvol: het moment is daar om het tij te keren.

« Terug