Bijna 60% van het hout op de Belgische markt gecertificeerd: “maar toch nog werk aan de winkel”

DSC03192.pngmaandag 03 september 2018

In een studie over gecertificeerd hout stellen BOS+, Probos en IDEA Consult vast dat het aandeel FSC- en PEFC-gecertificeerd primair hout op de Belgische markt in 2016 samen 59,5 procent bedroeg. Een positieve trend is duidelijk zichtbaar, maar grotere inspanningen zijn nodig rond gecertificeerd tropisch en gematigd hardhout en rond boscertificering in eigen land.

Hoe kunnen de houtinvoerder, de handelaar en uiteindelijk de consument de juiste keuze maken bij de aankoop van een product op basis van hout? Labels als FSC en PEFC bieden het beste antwoord op deze vraag. Het zijn de meest betrouwbare leidraden naar een houtig product van verantwoorde herkomst. Door te kiezen voor gecertificeerd hout geven particulieren, bedrijven en overheden een duidelijk signaal dat roofbouw van bossen geen optie is.

Hout is overal en niet per definitie fout

Hout is overal, van aan de ontbijttafel tot je 's avonds in bed kruipt. Het is een prachtige grondstof die je vindt in allerlei soorten, kleuren, gewichten en zelfs geuren en smaken. Het groeit vanzelf zonder energieverslindende, CO2-uitstotende industriële processen die wel nodig zijn voor andere materialen zoals metaal of beton. Het is een erg waardevolle en hernieuwbare grondstof die het verdient om aangeprezen te worden. Voorwaarde is echter dat het op een verantwoordelijke manier geproduceerd wordt met respect voor mens en natuur.

Hout is dus niet per definitie fout. Maar jammer genoeg wordt, bijvoorbeeld in veel tropische bossen, nog zeer veel hout op desastreuze manieren geroofd waardoor onherstelbare schade aan de zeer waardevolle ecosystemen wordt veroorzaakt.

Aanzienlijk deel van de bedrijven uit houtsector nog niet transparant genoeg

Hoe zit het met het aandeel gecertificeerd hout op onze Belgische markt? BOS+, Probos en IDEA Consult zochten het uit. De studie kadert in het duurzaam aankoopbeleid van de Federale Overheid en zal gebruikt worden bij de onderhandelingen over een nieuw sectoraal akkoord.

Ondanks de beloofde transparantie vanuit de houtsector, bleek het niet eenvoudig om alle data uit de houtsector bijeen te sprokkelen. Cijfers over houtvolumes en herkomst waren heel moeilijk te verzamelen en de initiële respons was uitzonderlijk laag. BOS+ moedigt overheden, sectorfederaties, labels, maar vooral ook bedrijven aan om zo transparant mogelijk te zijn. Dit blijkt momenteel nog niet het geval.

Van 40,5 procent naar 59,5 procent gecertificeerd primair hout

Met deze studie konden we toch 42,8 % van het volume aan primaire houtproducten (gezaagd hout en plaatmateriaal) dat in 2016 op de Belgische markt geconsumeerd werd, in beeld brengen. In totaal bedroeg het aandeel FSC- en PEFC-gecertificeerd primair hout samen 59,5 procent in 2016. Dit is een duidelijke stijging ten opzichte van de marktmeting van 2012 toen het aandeel gecertificeerd primair hout samen 40,5% bedroeg.  

 

Primaire groepen

Percentage gecertificeerd

Voornaamste herkomstlanden van gecertificeerd hout

Gezaagd naaldhout

71,6%

Rusland (24,0%), Zweden (16,9%) en Nieuw-Zeeland (9,6%)

Gezaagd gematigd loofhout

17,8%

Verenigde Staten (55,4%), Frankrijk (26,7%) en Tsjechië en Slowakije (13,0%)

Gezaagd tropisch loofhout

25,8%

Congo (33,2%), Brazilië (25,8%) en Maleisië (20,6%)

Plaatmateriaal

53,8%

Niet gerapporteerd wegens te weinig data

Een positieve trend, maar nog heel wat werk

Een positieve trend is duidelijk zichtbaar. Desondanks is er nog heel wat werk aan de winkel. Tegen het licht van een ‘point of no return’ - het kantelpunt waarbij het Amazonewoud versneld aftakelt door houtkap - verbleken de cijfers gevoelig. We kunnen niet meer om the sense of urgency heen. Nog steeds is meer dan een derde van het hout op de Belgische markt niet gecertificeerd. Amper 25,8 procent van het hout afkomstig uit de tropenregio’s in Azië, Afrika en Latijns-Amerika draagt een duurzaamheidslabel. Daarnaast is slechts 17,8 procent van het gezaagd gematigd loofhout, soms afkomstig uit gevoelige landen zoals Rusland of Oekraïne, gecertificeerd. Er is nog heel wat ruimte voor verbetering. Dat bewijzen onze noorderburen waar in 2015 al 83,3 procent van het aangekochte hout FSC- of PEFC-gecertificeerd was.

Vooral particulier staat sceptisch tegenover gecertificeerd hout

Uit verkennend onderzoek blijkt dat veel bedrijven op de Belgische markt, zowel importeurs als producenten, eerder sceptisch zijn tegenover gecertificeerd hout. Zij geven aan dat er te weinig vraag is van de klanten en hekelen vooral de extra administratieve lasten en kosten. Daarnaast is het opmerkelijk dat de marktvraag naar gecertificeerd hout bij particulieren beperkt is en de jongste jaren lijkt te stabiliseren of slechts licht te stijgen.

Meubels, papier en karton

Uit de studie blijkt ook dat het aandeel gecertificeerd papier en karton op de Belgische markt 78,9% bedraagt. Verder werd ook over enkele secundaire houtproducten (meubels, paletten, vensters en deuren) informatie ingewonnen. Voor producten met kleine toegevoegde waarde zoals paletten is er nog een lange weg af te leggen. Maar ook: hoewel nog steeds een minderheid, zijn er voor meubels en schrijnwerk enkele grotere bedrijven die heel veel of zelfs alleen maar gecertificeerd hout aanbieden; een positieve noot die zeker het vermelden waard is. De grotere bedrijven blijken vaak trekkers te zijn die de vraag naar gecertificeerd hout verhogen vanuit een maatschappelijk engagement en omwille van bedrijfsimago.

BOS+ en Probos verwachten stevig signaal van de sector

In 2011 sloot de houtsector en de toenmalige minister van Klimaat en Energie het eerste sectoraal akkoord af om het aanbod van milieuvriendelijke producten te verruimen en klanten bij aankoop te sensibiliseren over het belang van duurzaam hout. De kwantitatieve doelstellingen van dat akkoord werden vlot gehaald, maar bleken weinig ambitieus. De kwalitatieve doelen zoals de promotie van gecertificeerde houtproducten, ketencontrole en verantwoord bosbeheer werden erg beperkt uitgevoerd door de ondertekende partijen.

BOS+ en Probos zijn duidelijk: “aanhoudende ontbossing en bosdegradatie wereldwijd eisen een sterker engagement. Het nieuwe sectoraal akkoord moet ambitieus genoegzijn met specifieke en meetbare doelen voor de verschillende productgroepen en vergezeld gaan van een faciliterend beleid. Engagementen ter promotie van hout uit verantwoord bosbeheer moeten effectief uitgevoerd en opgevolgd worden”.

De rol van de overheid

Ook de overheid vervult een cruciale rol. De Europese Houtverordering eist een actiever handhavingsbeleid tegen illegaal geëxploiteerd hout. Dat is hoognodig om een level playing field – voor iedereen dezelfde regels - te creëren voor duurzame houtproducten. Pas sinds het najaar van 2017 en na een stevige tik op de vingers van de EU, neemt de Belgische overheid deze taak enigszins serieus. Sindsdien zijn er twee halftijdse inspecteurs aan het werk. Ondanks deze vooruitgang, verdienen deze controles volgens BOS+ heel wat extra middelen. Ook het inkoopbeleid van de verschillende overheden kan duurzamer. Richtlijnen over het gebruik van gecertificeerd hout zijn onoverzichtelijk en worden niet altijd even goed opgevolgd.

Point of no return

Tien keer de oppervlakte van België, zoveel tropisch regenwoud zijn we de afgelopen twee jaar wereldwijd verloren. Nooit eerder zag onze aarde zoveel van zijn kostbaar tropisch woud verdwijnen. Tien, twintig jaar geleden was de vraag naar hout de belangrijkste oorzaak van ontbossing in de tropen. Dat is in korte tijd radicaal veranderd. Vandaag is de belangrijkste oorzaak van de ontbossingen in de tropen: de expansie van landbouwgrond voor de productie van rundvlees, leer, palmolie en soja voor voedingsmiddelen, diervoeder, leren schoenen en biobrandstoffen. 

Er zijn dringend maatregelen nodig zijn om de resterende tropische bossen te beschermen, en niet in het minst om bovenstaande bedreiging onder controle te krijgen. Een verantwoord bosbeheer waarbij hout zo duurzaam mogelijk gekapt wordt, is misschien niet meer de silver bullet, maar wel nog steeds een belangrijk deel van de oplossing. Dat ondertussen bijna 60 procent van het hout op de Belgische markt een duurzaamheidslabel draagt, stemt BOS+ en Probos natuurlijk gelukkig. Toch blijft er nog heel wat werk aan de winkel.

De ideale wereld

Degelijke bosbeheerplannen, voldoende controle en maatregelen tegen corruptie zijn maar enkele van de strikte maatregelen die nodig zijn in het land van herkomst. Naast de verantwoordelijkheden van de overheid in het land van herkomst, is het importerende land verantwoordelijk voor het al het hout dat binnenkomt.

In een ideale wereld controleren overheden strikt het geïmporteerde hout, eist de houtsector duurzame kwaliteit en kiest de consument voor een verantwoord product, dit alles binnen een internationaal wetgevend kader. De dramatische staat van onze tropische regenwouden laat echter zien dat dat doorgedreven inspanning noodzakelijk zijn.

Niet gecertificeerd hout mag geen optie meer zijn

BOS+ en Probos benadrukken stellig: “De FSC en PEFC-labels zijn nog niet feilloos. Toch is de keuze voor niet gecertificeerd hout geen optie. Bij de aankoop van niet gecertificeerd hout is de kans dat het gekapt werd op een onverantwoorde, schadelijke manier vele malen groter. Er bestaan altijd mazen in het net maar kies je voor gelabeld hout, dan ben je veel zekerder dat je geen fout hout koopt. Dit geldt voor alle producten waar hout in verwerkt zit, ook bijvoorbeeld houtskool, karton en papier.”

Bescherm mee het Yasuní-reservaat in het Amazonewoud

Naast de certificering van hout hebben inheemse gemeenschappen, de oorspronkelijke bewoners van tropische wouden zoals het Amazonewoud, de sleutel in handen om onze regenwouden te vrijwaren van een desastreuze kaalslag.

Inheemse volkeren en lokale gemeenschappen behoren tot de beste milieubeschermers op onze aarde. Hun bestaan en cultuur zijn afhankelijk van bossen, proper water en andere natuurlijke hulpbronnen. Een duurzaam beheer van hun land is levensnoodzakelijk. Ze vervullen daarom een cruciale rol bij het behoud van tropische bosbestanden wereldwijd.

Jouw steun helpt

Al sinds 2012 werkt BOS+ intensief samen met de Waorani-vrouwen in het Amazonewoud van Ecuador. Samen gaan we op zoek naar economische en sociale alternatieven die het bos en bewoners maximaal respecteren en bedreigende activiteiten zoals illegale houtkap overbodig maken. Hun gebied is bijna zo groot als heel Vlaanderen en voor BOS+ vormt de steun aan deze inheemse gemeenschappen het speerpunt van de acties rond bosbehoud in de tropen. 

De druk is op het Yasuní-reservaat is groot: palmolieplantages, aardolieontginning, illegale houtkap en de uitbreiding van landbouw vormen een permanent gevaar voor dit unieke reservaat dat bijna zo groot is als heel Vlaanderen. Steun daarom de campagne van BOS+ en steun de Waorani’s in hun strijd tegen de boskap in hun reservaat.

Help mee het Yasuní-reservaat te beschermen

 

« Terug