Panikeer niet, maar handel: van een hoopvolle naar een onbevreesde aanpak van de klimaatverandering

DSC09206-BII.pngdinsdag 27 maart 2018 07:35

Drawdown is het moment waarop de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer begint af te nemen op jaarbasis. Hoewel deze dalende lijn nog veraf lijkt, brengt het project Drawdown met zijn concrete aanpak het kantelpunt heel wat dichterbij.

Drawdown is het moment waarop de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer op jaarbasis begint af te nemen. Hoewel deze dalende lijn nog veraf lijkt, brengt het project Drawdown met zijn concrete aanpak het kantelpunt heel wat dichterbij.

"Drawdown is er niet om hoop te geven. Hoop is de keerzijde van angst terwijl het project objectieve oplossingen wilt aanreiken." Moedig en onbevreesd, zo definieert Paul Hawkin, de bezieler van het project, liever de mens die de klimaatcrisis onder handen neemt.

BOS+ surft mee op deze positieve maar pragmatische klimaatgolf. De missie van BOS+ is om optimaal naar het Drawdown-moment toe te werken, door onze strategische doelstellingen en dagelijkse praktijken te integreren in het ambitieuze kader van duurzame klimaatoplossingen.

Project Drawdown is een globaal plan om de opwarming van de aarde terug te draaien

De organisatie Drawdown verzamelde een gekwalificeerde en diverse groep van onderzoekers van over de hele wereld om de 100 belangrijkste bestaande oplossingen om klimaatverandering aan te pakken, te identificeren, onderzoeken en modelleren. Wat boven water kwam is een pad voorwaarts dat de opwarming van de aarde binnen dertig jaar kan terugdringen.

Het toont aan dat de mensheid de middelen voorhanden heeft. Er moet niets nieuws worden uitgevonden. De oplossingen zijn aanwezig en in werking. Drawdown wilt de kennis en groei van wat mogelijk enkel versnellen.

Geïntegreerde klimaatoplossingen

De lijst bestaat voornamelijk uit acties die hoe dan ook zinvol zijn, los van hun klimaatimpact, omdat ze wezenlijke voordelen hebben voor gemeenschappen en economieën . Deze initiatieven verbeteren levens, creëren jobs, herstellen het milieu, zorgen voor meer veiligheid, wekken weerbaarheid op, en bevorderen de menselijke gezondheid.

Elke oplossing wordt gemeten en gemodelleerd om zijn impact op de koolstofdioxide in het jaar 2050 te bepalen, de totale en de netto kosten voor de samenleving, en de totale levenslange besparingen (of kosten). Elke oplossing vermindert broeikasgassen door uitstoot te vermijden en/of door koolstofdioxide op te slaan die al aanwezig is in de atmosfeer. 

De rangschikking toont de gedetailleerde resultaten van het aannemelijk scenario, dat de groeioplossingen modelleert die gebaseerd zijn op een aanvaardbaar, maar sterk percentage vanaf 2020-2050. De weergegeven resultaten stellen een vergelijking voor met een dossier ter referentie dat uitgaat van 2014 niveaus van oplossingen die voortgaan in verhouding met de groei van de wereldmarkten.

De top 5 oplossingen

Plaats

Oplossing

Sector

Totale vermindering van CO2 in de atmosfeer (GT)

Netto kosten (miljarden $)

Besparingen (miljarden $)

1

Koelmiddelen beheer

Materialen

89.74

N/A

$-902.77

2

Windturbines (aan land)

Elektriciteitsopwekking

84.60

$1,225.37

$7,425.00

3

Vermindering voedselverspilling

Voedsel

70.53

N/A

N/A

4

Plantenrijk Dieet

Voedsel

66.11

N/A

N/A

5

Tropische Regenwouden

Landgebruik

61.23

N/A

N/A

Het valt op dat drie topoplossingen voor de opwarming van de aarde zich binnen de sectoren van voedsel en landgebruik liggen. Omdat BOS+ in deze beide sectoren zowel in het veld werkt als op het vlak van bewustmaking, onderwijs en advocatuur, worden de oplossingen 3, 4 en 5 hieronder meer in detail uitgewerkt.

NUMMER 3: VERMINDERING VAN DE VOEDSELVERSPILLING

Een derde van het voedsel dat wordt geteeld of klaargemaakt, haalt het niet vanop de boerderij of vanuit de fabriek tot op de vork. Voedsel produceren dat niet wordt opgegeten, verspilt een groot aantal hulpbronnen – zaden, water, energie, land, meststof, werkuren, financieel kapitaal – en produceert broeikasgassen in elke fase – waaronder methaan, wanneer organisch materiaal in de mondiale vuilnisbak belandt. Het voedsel dat we verspillen is verantwoordelijk voor ongeveer 8 percent van de totale uitstoten.

Voedsel verliezen aan de een of andere afvalberg is zowel een probleem in landen met een hoog inkomen als met een laag inkomen. In plaatsen waar het inkomen laag is, gebeurt de verspilling meestal onbedoeld en vroeg in de voedselketen – voedsel rot op de boerderijen of bederft tijdens bewaring of distributie.

In gebieden met een hoger inkomen, is er sprake van opzettelijke voedselverspilling verder in de bevoorradingsketen. Handelaars en consumenten weigeren voedsel omwille van bulten, kneuzingen, en verkleuring, of bestellen, kopen en serveren gewoonweg teveel.

IMPACT

Als er tegen 2050 50 percent minder voedsel wordt verspild, waarbij we er ook van uitgaan dat men plantenrijke diëten omarmt, zou er 26.2 gigaton minder koolstofdioxide worden uitgestoten. Verspilling verminderen vermijdt ook ontbossing voor bijkomende landbouwgrond, wat  44.4 gigaton uitstoten voorkomt.

We gebruikten voorspellingen van regionale verspilling, geschat van boerderij tot huishouden. Deze gegevens tonen dat in landen met een hoog inkomen tot 35 percent van het voedsel wordt weggegooid door verbruikers; in landen met een laag inkomen daarentegen wordt er relatief weinig verspild op het niveau van de huishoudens.

WAT TE DOEN? 

In landen met een lager inkomen, is het essentieel om de infrastructuur voor bewaring, verwerking en transport te verbeteren. In gebieden met een hoger inkomen, zijn er grote maatregelen nodig op het niveau van de verkoop en van de verbruikers. Nationale streefdoelen en beleidsmaatregelen om voedselverspilling tegen te gaan kunnen een wijdverspreide verandering stimuleren. Naast het aanpakken van emissies, kunnen deze inspanningen ook helpen om tegemoet te komen aan de toekomstige vraag naar voedsel.

NUMMER 4: PLANTENRIJKE DIETEN

Overschakelen naar een dieet rijk aan planten is een oplossing tegen de opwarming van de aarde die ingaat tegen het Westers dieet waarin vlees centraal staat en dat wereldwijd in opmars is. Dat dieet heeft een stevig prijskaartje wat het klimaat betreft: een vijfde van de totale uitstoten. Als vee een eigen natie zou hebben, zouden ze op wereldvlak de derde grootste uitstoter van broeikasgassen zijn.

Plantenrijke diëten verminderen uitstoten en zijn doorgaans gezonder, met een lager risico op chronische ziekte. Volgens een studie uit 2016 zouden de gewoonlijke uitstoten met niet minder dan 70 percent kunnen verminderd worden door over te schakelen naar een veganistisch dieet, en 63 percent voor een vegetarisch dieet, dat kaas, melk en eieren toelaat. 1 triljoen dollar in jaarlijkse gezondheidszorgkosten en verloren productiviteit zouden bespaard worden.  

IMPACT

Uitgaande van gegevens op landenniveau van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, schatten we een groei in de algemene voedselconsumptie tegen 2050, ervan uitgaande dat landen met een lager inkomen in het algemeen meer voedsel zullen verbruiken en hogere hoeveelheden vlees als de economieën groeien.

Als 50 percent van de wereldbevolking hun dieet zou beperken tot een gezonde 2500 calorieën per dag en de totale vleesconsumptie zou verminderen, schatten we dat tenminste 26.7 gigaton zouden kunnen vermeden worden door alleen al verandering via de voeding. Als we ook rekening houden met vermeden ontbossing door landgebruik voor vee, zou een bijkomende 39.3 gigaton emissies kunnen vermeden worden, wat van gezonde, plantenrijke diëten een van de meest effectvolle oplossingen maakt met een totale vermindering van 66 gigaton.

WAT TE DOEN?

Een verandering in voeding teweeg brengen is niet eenvoudig omdat eten uiterst persoonlijk en cultureel is, maar het wemelt van de veelbelovende strategieën. Plantaardige alternatieven moeten beschikbaar, zichtbaar, en aanlokkelijk zijn, onder andere met vleesvervangers van hoge kwaliteit. Ook van cruciaal belang: een einde maken aan overheidssubsidies die de prijs vervalsen, zodat de prijzen van dierlijke eiwitten nauwkeuriger hun ware kostprijs weerspiegelen.

Zoals de Zen meester Thich Nhat Hanh heeft gezegd, de overgang maken naar een plantaardig dieet zou de efficiëntste manier kunnen zijn waarop een individu de klimaatverandering kan stoppen.  

NUMMER 5: TROPISCHE REGENWOUDEN 

In de afgelopen decennia, hebben de tropische wouden geleden onder ingrijpend kappen, versnippering, achteruitgang, en aantasting van de biodiversiteit. Eens bedroegen ze 12 percent van de totale landmassa ter wereld, nu bedekken ze amper 5 percent. Terwijl de vernietiging op veel plaatsen doorgaat, groeit het herstel van het tropisch regenwoud en zou niet minder dan zes gigaton koolstofdioxide per jaar kunnen tegenhouden.

Als een bosecosysteem zich herstelt absorberen bomen, bodem, bladafval en andere vegetatie koolstofdioxide en houden die vast. Als de flora en fauna terugkomen en de interacties tussen organismen en soorten heropleven, herwint het woud zijn multidimensionele rollen: de waterkringloop ondersteunen, de bodem instandhouden, het leefgebied en bestuivers beschermen, voedsel, medicijnen en vezel voorzien, en de mensen plaatsen geven om te leven, op avontuur te gaan, en te aanbidden.

IMPACT

Zich baserend op lopende en geschatte verbintenissen van de “Bonn Challenge” en de “New York Declaration on Forests”, gaan onderzoekers ervan uit dat herstel zich zou kunnen voordoen op 174 miljoen hectare. Door natuurlijke hergroei, zou de betrokken grond jaarlijks 3.5 ton koolstofdioxide per hectare kunnen vasthouden, voor een totaal van 61.2 gigaton van koolstofdioxide tegen 2050. Alleen koolstofdioxide opgeslagen in organisch materiaal in de bodem en bovengrondse biomassa wordt meegeteld: ondergrondse biomassa niet.  

WAT TE DOEN?

De specifieke mechanismen van herstel variëren. Het eenvoudigste scenario is om grond vrij te maken van gebruik dat niet bosgebonden is, zoals de teelt van gewassen of het indammen van een vallei, en een jong bos uit zichzelf te laten ontstaan. Beschermende maatregelen kunnen bedreigingen zoals vuur, erosie of begrazing op afstand houden.

Andere technieken zijn intensiever, zoals inheems plantgoed kweken en planten en invasieve soorten verwijderen om natuurlijke ecologische processen te versnellen. Want wouden en mensen leven zelden afgezonderd in deze huidige dichtbevolkte wereld, lokale gemeenschappen moeten een belang hebben in wat er groeit, als we willen dat herstel standhoudt.  

Bron: http://www.drawdown.org/solutions

Vertaling: Els Van Daele

« Terug