De mythe van de wonderbaarlijke technologische klimaatoplossing

vrijdag 16 maart 2018

Het wordt steeds duidelijker dat klimaatsverandering een van de meest relevante thema’s van de toekomst zal worden. Getuige hiervan het akkoord van Parijs, ondertussen al weer meer dan 2 jaar oud en waarin vrijwel alle landen ter wereld zich hebben geëngageerd om de uitstoot van broeikasgassen binnen de perken te houden (mitigatie) en de kosten ervan te verdelen, zowel voor uitstootreductie als de voor aanpassing aan de verandering die er nu al is (adaptatie).

Klimaatopwarming: pro memorie

De huidige, door de mens veroorzaakte klimaatverandering, wordt voornamelijk veroorzaakt door de sterke toename van broeikasgassen zoals CO2 en CH4 in de atmosfeer. Die gassen komen in de eerste plaats op natuurlijke wijze voor. Er zijn verschillende processen van zowel uitstoot in de atmosfeer als opname door het aardoppervlak. Zonder die CO2 zou het trouwens veel kouder zijn op onze planeet. Maar om de hoeveelheid warmte in de atmosfeer constant te houden, is het belangrijk dat de hoeveelheid van die gassen gelijk blijft. De mens verstoort dit delicate evenwicht: we stoten sinds de industriële revolutie in versneld tempo veel meer broeikasgassen uit dan dat natuurlijke processen er uit de atmosfeer kunnen halen. Hierdoor geraakt het evenwicht zoek en warmt de atmosfeer en het oceaanwater op. 

Broeikasgassen of de ozonafbeekbare CFK’s, hetzelfde toch?

Waarom is dit zo’n aanslepend probleem, en waarom valt het niet gewoon technologisch op te lossen? De uitstoot van een groep gassen verminderen lijkt op zich een duidelijke opdracht, we hebben het tenslotte al eens gedaan, denk maar aan het akkoord van Montreal dat de uitstoot van CFK’s inperkte.  Die gassen sloegen een gat in de ozonlaag. Dat ging toch in essentie over hetzelfde? Komt er nog bij dat we in drie decennia een enorme technologische vooruitgang meemaakte. 

Toch gaat de vergelijking tussen broeikasgassen en CFK’s niet op. CFK’s maakten deel uit van een heel specifieke en beperkte categorie producten, terwijl de uitstoot van de meeste broeikasgassen veroorzaakt wordt door de energie- en voedselproductie. Ze maken, met andere woorden, integraal deel uit van onze complexe en globale wereldeconomie. De uitstoot wordt beetje bij beetje veroorzaakt tijdens ontelbare processen, over alle sectoren heen.

Hoeveel gaat dat kosten?

De opwarming van de aarde, dat is niet zozeer een technologisch probleem. In tegenstelling tot wat nog vaak wordt beweerd door personen, instanties of organisaties afkomstig uit de drie sectoren (zie hierboven) met de hoogste uitstoot, begrijpen we het huidige klimaatproces heel goed. We weten voor elke emissiebron hoe we die – in theorie – zouden kunnen dicht draaien. We weten ook hoe we CO2 uit te lucht kunnen halen, dit niet in het minst door, jawel, bosherstel, bosbehoud en bosaanplantingen.

Politieke en economische keuzes en gedragsverandering zullen een steeds fundamentelere rol spelen in onze strijd tegen de opwarming van de aarde. Daarnaast zullen ook de financiën van cruciaal belang zijn. De vraag die het meeste wordt gesteld door sceptici – en waar in essentie de klimaatonderhandelingen ook over gaan – is:  ‘hoeveel gaat dat allemaal kosten’. 

Een technologisch fata morgana

Technologie is dus slechts een van de middelen, maar zeker niet het wondermiddel. Alle verdienstelijke technologische toepassingen om de klimaatverandering tegen te gaan ten spijt, een wonderbaarlijke en absolute technologische klimaatoplossing bestaat nog niet.

Zo’n technologische fata morgana geeft daarenboven het gevoel dat we de sleutel niet in eigen handen hebben en zorgt voor een zekere passiviteit, terwijl een verantwoord klimaatbeleid er een moet zijn van dagelijkse moedige en weloverwogen beslissingen.

De technologieën van de geo-engineering (technologieën die de opwarming van de aarde tegengaan door onder meer CO2 uit de lucht te halen) worden dan ook slechts met mondjesmaat opgenomen in de IPCC-klimaatrapporten van de VN, net omwille van het psychologische effect dat we zouden denken dat de technologie het wel zal oplossen.

En wat dan gezegd van biodiversiteitsverlies en fijn stof?

Een belangrijke reden waarom we ons niet enkel mogen focussen op enkele technologische wonderoplossingen om CO2 uit de lucht te halen, is dat veel processen die uitstoot veroorzaken – niet in het minst ontbossing en bosdegradatie in de tropen – ook de oorzaak zijn van andere problemen van dezelfde grootorde als de klimaatopwarming. Een voorbeeld hiervan is biodiversiteitsverlies, of dichter bij huis, de negatieve impact op de volksgezondheid van fijn stof.

Hoe keren we dan wel een proces om dat we zelf in gang hebben gezet en waarop een groot deel van onze huidige welvaart is gebouwd? Met het antwoord op die vraag zijn steeds meer mensen, uit bijna alle sectoren, overal te wereld bezig.

Het project Drawdown

In de volgende artikels gaan we op zoek naar oplossingen. We zullen daarbij ook stilstaan bij het project Drawdown dat een soort verzameling is van mogelijke oplossingen, met optimistische maar wel mogelijke scenario’s, die aantonen hoe op een betaalbare manier de limiet van 2° graden Celsius alsnog bereikt kan worden.

Verminderen van vleesconsumptie, bomen planten, zonnepanelen plaatsen,… het zijn allemaal maatregelen die bijdragen. En die verscheidenheid aan oplossingen is dé manier hoe we het gaan oplossen: niet op een of twee manieren maar op heel veel verschillende fronten.

Het streefdoel van Parijs om de stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde tegen 2100"duidelijk onder" de twee graden Celsius te houden, mag dan volgens veel wetenschappers too little too late zijn, het klimaatbeleid moet een dagelijkse uitdaging blijven, gebaseerd op moedige en weloverwogen, politieke en economische keuzes. Het is alle hens aan dek, niet in het minst om het geloof te behouden dat we de doelstellingen alsnog kunnen halen.

« Terug