Opinie | Komt het ooit nog goed tussen Schauvliege en de bosoppervlakte? (deel I)

maandag 19 februari 2018

De Vlaamse bosoppervlakte blijft de gekste bokkensprongen maken. Zo bleek deze week dat Vlaanderen blijkbaar al jaren heel andere cijfers over de bosoppervlakte rapporteert aan Europa dan aan de Vlaamse burger.
Een opiniestuk door Bert De Somviele, directeur BOS+

De Vlaamse bosoppervlakte blijft de gekste bokkensprongen maken. Zo bleek deze week dat Vlaanderen blijkbaar al jaren heel andere cijfers over de bosoppervlakte rapporteert aan Europa dan aan de Vlaamse burger.

Waar er begin jaren 2000 nog consensus bestond over de oppervlakte in Vlaanderen - we spraken toen over ca. 148.000 hectare (ongeveer 10% van Vlaanderen) - werden de voorbije jaren gekenmerkt door steeds sterkere uitspraken door bevoegd minister Schauvliege over hoe ze onze bossen substantieel liet toenemen. Op een bepaalde moment was Vlaanderen zelfs even wereldkampioen bebossing, als we de cijfers van de minister mochten geloven. De terechte vragen en aanzwellende kritiek door tal van experts (ook binnen de eigen Vlaamse administratie) op die uitspraken liet niet op zich wachten. Vrij snel werd bij iedereen duidelijk dat de gehanteerde methodiek vol fouten zat. Enkel minister Schauvliege bleef halsstarrig het stilaan onverdedigbare verdedigen. Bij het brede publiek en heel wat politici uit meerderheid en oppositie leidde deze houding tot steeds groter wordende verwarring en frustratie over waar het nu eigenlijk heen gaat met onze bosoppervlakte.

Even recapituleren: toen Joke Schauvliege in 2009 de bevoegdheid over onze bossen kreeg, beloofde ze een nieuwe methodiek, de zgn. Boswijzer, waarmee ze voortaan op een “accurate, objectieve en wetenschappelijk onderbouwde” wijze (de evolutie van) onze bosoppervlakte zou bepalen. Sindsdien is er vooral veel inkt gevloeid over de tienduizenden percelen die door de Boswijzer onterecht als bos werden gekarteerd. De door de minister zo geroemde methodiek heeft de voorbije jaren vooral het tegendeel gedaan van waar hij voor bedoeld was: i.p.v. een accuraat beeld te schetsen werd er vooral heel veel mist gespoten over onze bosoppervlakte.

En dat had en heeft echt wel belangrijke repercussies. Neem het voorbeeld van de gemankeerde ‘Boskaart’, het initiatief waarmee Joke Schauvliege 12.000 hectare van onze meest bedreigde bossen beter wilde beschermen. Toen ze deze kaart in het voorjaar van 2017 in openbaar onderzoek liet gaan, bleek al snel dat de vele fouten uit de Boswijzer ook deze nieuwe kaart met te beschermen bossen hadden “besmet”. Duizenden eigenaars stelden tot hun stomme verbazing vast dat hun eigendom geen bos was, maar desondanks wel stond aangeduid als te beschermen bosgebied. Andere eigenaars van waardevolle bossen ontsprongen dan weer de dans. Gevolg: een begrijpelijke storm van protest die minister-president Bourgeois ertoe noopte om het dossier over te nemen en het openbaar onderzoek (en dus ook het initiatief ter bescherming van de bossen) al na enkele dagen af te voeren. Dat minister Schauvliege na deze ontzettende blamage voor haar beleid nog meegaf blij te zijn “dat het gezond verstand was teruggekeerd” bewijst andermaal hoe serieus ze haar eigen bevoegdheden neemt.

Terug naar de Boswijzer. Het heeft lang geduurd, maar zelfs Schauvliege lijkt nu ook tot het besef gekomen dat de Boswijzer beter moet. Tijdens de voorbije maanden nodigde ze – eindelijk – experts vanuit diverse organisaties, waaronder ook BOS+, uit om mee te denken over een verbetering van het instrument. Het leidde tot de zgn. Boswijzer 2.0. Deze methodiek doet het beter (maar nog lang niet perfect) waar het de kartering van onze bosgebieden betreft. Maar iedereen die het thema van nabij opvolgt, is het erover eens dat ook deze verbeterde tool niet in staat is om onze bosoppervlakte op voldoende accurate wijze te bepalen, laat staan de trends op te volgen.

Tijdens een recente parlementaire hoorzitting[1] over het thema zag ook Joke Schauvliege zelf eindelijk het licht, gaf ze toe dat haar Boswijzer nog steeds ernstige tekortkomingen vertoonde, en verklaarde ze zich bereid om – i.s.m. de sector - verder werk te maken van beterschap. Schauvliege: “De conclusies […] wijzen uit dat de Boswijzer niet geschikt is om trends op korte termijn te detecteren”. Ze achtte het “wenselijk om […] toch een betere meetmethode te ontwikkelen”.

Maar wie dacht dat de discussie over de bosoppervlakte daarmee nu stilaan toch in goede plooien aan het vallen was, en dat de minister na jarenlange onwil eindelijk bereid leek om alsnog het huiswerk over te doen, verslikte zich deze week andermaal behoorlijk in zijn koffie. Want n.a.v. een parlementaire vraag van Bruno Tobback dook nog maar eens een nieuwe cijferreeks op over bosoppervlakte. Daaruit bleek dat Schauvliege al jaren heel andere cijfers over de bosoppervlakte aan Europa dan aan het Vlaamse parlement en het brede publiek rapporteert. Op die manier word je als minister natuurlijk een fact check van jezelf. Door andere cijfers aan Europa te rapporteren geeft Schauvliege immers impliciet toe dat ze de eigen Boswijzercijfers blijkbaar al jarenlang niet betrouwbaar vindt.

Zijn deze nieuwe cijfers nu de juiste? BOS+ durft het niet te zeggen, want we hebben voorlopig geen enkele informatie over hoe deze nieuwe cijferset tot stand is gekomen. Hoog tijd dat Schauvliege hier verder tekst en uitleg over geeft. De eerste reactie van haar kabinet is in elk geval ontoereikend. “De cijfers voor Europa worden anders gegenereerd”, vernemen we van woordvoerder Jan Pauwels in de pers. “De oppervlakte van een bos moet minimum 0,5 hectare bedragen, en bomen in stadsparken en tuinen mogen niet worden meegerekend.” De uitleg van Dhr. Pauwels klopt niet, want diezelfde criteria[2] gelden ook voor de Boswijzer. Hij voegt er nog aan toe dat “ongeacht de methode, het bosoppervlak niet lijkt te krimpen”. Ook dat is wel héél erg kort door de bocht: de methodiek waarin dit kabinet nu al zoveel jaren geld pompt, is niet nauwkeurig genoeg om eender welke uitspraak over de trends toe te laten. En andere instrumenten doen wel degelijk vermoeden dat het met de Vlaamse bosoppervlakte de verkeerde richting uitgaat…

Niet alleen wordt uit deze antwoorden opnieuw pijnlijk duidelijk dat dit kabinet zijn bosdossiers eigenlijk nauwelijks beheerst, maar ook en vooral blijft de vraag waarop die nieuwe cijferreeks dan wel gebaseerd werd, en waarom ze zo sterk verschilt van de oppervlaktes die de minister zo veel jaren met zo veel vuur verdedigde. Frappant detail: de nieuwe cijferreeks geeft sinds 2009 een systematische terugloop van de bosoppervlakte aan. En laat 2009 nu net het jaar zijn waarin minister Schauvliege bevoegd werd over de Vlaamse bossen…

Het is tijd voor een bosbeleid.

« Terug