Ruimtelijke ordening in Geel in praktijk

geel 4.jpgmaandag 20 november 2017 12:09

In Geel is een nieuw Ruimtelijk beleidsplan opgesteld omdat het vorige structuurplan, dat dateerde van 2006, verouderd was. Dit oude plan kon onmogelijk een antwoord bieden op de vraag hoe Geel de snelle groei van de stad op een goede manier kan begeleiden. Tenzij door het slopen van karakteristieke panden en deze te vervangen door grote appartementsgebouwen of door almaar meer open ruimte in te nemen. Bovendien is het besef eindelijk gegroeid dat onze ruimte eindig is en dat we die daarom moeten beschermen. We hebben in het verleden veel te veel ruimte zomaar verspild en er moest dus dringend iets veranderen.

Met het uitkomen van het groenboek en na veelvuldig overleg met het departement Omgeving is de stad nu overgeschakeld naar een nieuw ruimtelijk beleidsplan. “Dit plan sluit helemaal aan bij de ambities van Geel, is op maat gemaakt en heeft een toekomstgerichte meerwaarde,” zegt Rob Krabbenborg, de planoloog van stad Geel.

Groene vingers

Geel heeft in vergelijking met andere steden van een vergelijkbare grootte nog veel groene ruimte, omdat de stad een atypische ruimtelijke ontwikkeling heeft doorgemaakt. De bebouwing vanuit het kleine stadshart heeft zich vingervormig langs de steenwegen ontwikkeld waardoor hiertussen zogenaamde ‘groene vingers of groene lobben’ zijn ontstaan. Deze wil de stad zeker behouden, want de bewoners appreciëren deze groene oases, die zich zelfs tot diep in het stedelijk centrum uitspreiden. Door voedselproductie, recreatie, biodiversiteit en wateropvang kennen deze open ruimtes een multifunctioneel gebruik en zo leveren ze voor de maatschappij belangrijke ecosysteemdiensten en natuur-en landschapswaarden.

Tussen deze open ruimtes liggen vaak ook trage wegen die enkel door fietsers en voetgangers kunnen worden gebruikt. Het multifunctioneel gebruik van deze wegen hangt af van gebied tot gebied en de gemeente wil dit ook zo houden. Het trage-wegen-netwerk wordt nog uitgebreid, ook in de kernen, door bij nieuwe bouwprojecten altijd extra ruimte te voorzien. Zo wil de stad het vanzelfsprekender maken om de auto thuis te laten en ervoor zorgen dat alles beter en sneller te bereiken is met de fiets of te voet. Ook wil de stad de open ruimtes zo beter toegankelijk maken.

De stad is ook van plan om meer bomen te planten in de open ruimtes en de kernen van de stad, waar reeds veel bomen staan, en deelgemeenten willen ze vergroenen waar mogelijk. Zo vertelt de planoloog van Geel: “Bomen zijn hier heel belangrijk maar ook zoeken we naar mogelijkheden voor bijvoorbeeld groene gevels, kleine stoeptuintjes, verticale groenobjecten en het verminderen van verhardingen in private tuinen. . We vergeten vaak dat ook de vele groene tuinen en kleinschalige groene elementen samen een enorme waarde hebben voor onze biodiversiteit.”

Veel open gebieden die in woonzone of woon-uitbreidingsgebied liggen zullen voorlopig worden bevroren en andere zones kunnen een herbestemming krijgen. De stad Geel heeft al verschillende maatregelen genomen om dit te kunnen realiseren, waaronder het doorvoeren van herbestemmingen van dergelijke gebieden naar open ruimte functies.

Veel van de belangrijkste valleigebieden (Zammelsbroek, Malesbroek, Belse bossen, De Zegge en Breeven) liggen aan de Grote, Molse en Kleine Nete. Deze vochtige natuurgebieden blijven behouden want ze hebben een grote ecologische waarde (ze maken ook deel uit van het Vlaamse Ecologische Netwerk en Natura2000 netwerk). Aangezien ze ook belangrijk zijn voor recreatie en toerisme maar ook voor de woonomgeving moet er een evenwicht worden gevonden tussen de natuurontwikkeling en de toegankelijkheid. In het Zammelsbroek bijvoorbeeld wordt er meer voor natuurontwikkeling gekozen waardoor de toegankelijkheid beperkt wordt. Op plaatsen waar het recreatieve aspect belangrijker is, wil de stad nieuwe wandel- en fietsroutes aanleggen. Dit is bijvoorbeeld het geval in de Belse bossen.

   

Kernversterking

Kernversterkende projecten krijgen bij voorkeur een plaats in de directe omgeving van drie buurten in het centrum van Geel (met name Sint-Amands, Sint Dimpna en de stationsbuurt), omdat het aanbod van voorzieningen hier het hoogst is en er ook veel mogelijkheden zijn voor alternatieve vormen van vervoer. De stationsbuurt richt zich qua ontsluiting op de nabijheid van het station en openbaar vervoer van De Lijn.

Wanneer bijvoorbeeld een bestaand verouderd huis met tuin niet verkocht raakt, wil de stad hier een nieuwbouwproject van maken. De gemeente zal deze woning dan kopen en plaats maken voor een nieuw woonproject met verschillende soorten huizen die dan kunnen zorgen voor een sociale mix. Het is de bedoeling om in de toekomst ook meer in de hoogte te bouwen maar dit mag niet ten koste gaan van de omgeving.

Ook Geel-West, met name het gebied tussen het stadscentrum en de Thomas More-campus, zijn nog nieuwe bouwprojecten gepland. Door dit gebied sterk te verdichten kan de link tussen de campus en het centrum worden versterkt en wil de stad het voorzieningsniveau van dit gebied verhogen. Geel heeft 8000 studenten en dit aantal zal de komende jaren nog sterk groeien. “De parking die aan deze school ligt is de grootste van de Kempen”, zegt de planoloog van Geel. Veel studenten nemen de auto om te pendelen naar de campus, zelfs al zitten ze maar twee straten verder op kot. Door dit gebied te verdichten, meer trage wegen aan te leggen en door afspraken te maken rond het mobiliteitsbeleid op de campus zullen de studenten meer gestimuleerd worden om met de fiets te gaan.

De eerste stappen

Twee grote woonuitbreidingsgebieden waren voorzien in Bel en Winkelomheide Goed voor in totaal 17,2 hectare. Maar de stad heeft beslist om deze open ruimte te behouden. 7,6 hectare werd omgevormd naar landbouwgrond, 4,2 hectare blijft groene ruimte en bos en waar sportclub ‘Kfcv Alberta’ is gevestigd, zal recreatie de hoofdfunctie worden. Ook was er een grote KMO-zone van 6 hectare voorzien in Stelen, maar deze zal zijn landbouwfunctie behouden.

Het groot kerkhof dat zich in Sint Dimpna bevindt, heeft meer het uitzicht van een park gekregen en op lange termijn willen ze die paar huizen weghalen die zich rond het park bevinden.

Het marktplein is enkele jaren geleden vernieuwd maar hierover krijgt de dienst stadsontwikkeling vanuit sommige inwoners nog altijd kritiek.  Ten eerste kunnen er geen auto’s meer over het plein rijden, tot grote ergernis van deze bewoners. De bedoeling was om het centrum veiliger te maken voor de zwakke weggebruiker en om de inwoners te stimuleren om te voet of met de fiets de stad in te gaan. Maar de mentaliteit is nog niet helemaal omgeschakeld. Nog altijd wordt de auto gebruikt voor kleine verplaatsingen.

Een ander punt van kritiek is dat er maar weinig bomen op het nieuwe marktplein geplant zijn. “Oorspronkelijk was dit zo beslist omdat er verschillende evenementen op het plein worden georganiseerd en de bomen dit kunnen verstoren,” zegt Rob Krabbenborg. “Maar uiteindelijk hadden er misschien wel wat meer bomen mogen staan.”

Het beleid voor open ruimte wil Geel nog in detail uitwerken met een specifiek beleid voor bijvoorbeeld alle verschillende woonlinten, één rond functieveranderingen in het buitengebied en nog een paar andere via een extra beleidskader open ruimte. Dit jaar zullen ze dit nog opstarten en in de loop van volgend jaar zou dit afgerond moeten zijn.

Meer weten: ons dossier Ruimtelijke Ordening

« Terug