OPINIE | De Boskaart: wat nu?

Bourgeois beleidsactie BOS+zaterdag 27 mei 2017 09:14

Beter dan wat minister-president Bourgeois deze week aankondigde in het actualiteitsdebat over de boskaart in het Vlaamse Parlement, konden we eigenlijk niet verwachten. Hij verzekerde zijn toehoorders uit meerderheid en oppositie van de vaste intentie om nog voor het einde van de legislatuur het huiswerk van de mislukte Boskaart over te doen, en het deze keer wél goed te doen.

Auteurs: Bert De Somviele (directeur BOS+) en Erik Grietens (Beleidsmedewerker ruimte BBL)

Beter dan wat minister-president Bourgeois deze week aankondigde in het actualiteitsdebat over de boskaart in het Vlaamse Parlement, konden we eigenlijk niet verwachten. Hij verzekerde zijn toehoorders uit meerderheid en oppositie van de vaste intentie om nog voor het einde van de legislatuur het huiswerk van de mislukte Boskaart over te doen, en het deze keer wél goed te doen.

Het goede nieuws daarbij is dat de intentie om onze waardevolle maar bedreigde bossen beter te beschermen overeind gebleven is in het discours van Geert Bourgeois en zijn regering. Maar meteen is dat ook de grote zwakte van dit verhaal: los van een intentieverklaring en wat algemene krijtlijnen kon Bourgeois op dit moment niet concreter worden over het nieuwe plan van aanpak. Bevoegd minister Schauvliege bleef zo nodig nog vager, en blonk vooral uit in het opsommen van al haar andere inspanningen ten behoeve van het bos… Inspanningen die overigens zeer relatief zijn, en die met de afgevoerde Boskaart weinig tot niets te maken hadden…

Quasi achteloos geven we onze open ruimte en onze bossen prijs aan lintbebouwing

Voor wie er nog mocht aan twijfelen dat bossen en bomen belangrijk zijn: stilaan kan men letterlijk hele bibliotheken vullen met – vaak fascinerende - wetenschappelijke literatuur over de positieve rol die het bos speelt in de strijd tegen klimaatverandering, als cruciale bron van grondstof voor de circulaire economie waar we echt wel heen moeten, en niet in het minst als boost voor onze gezondheid. De economische winst van deze aantoonbare en significante gezondheidsvoordelen zou onze fel geplaagde gezondheidszorg zeker een forsere duw in de rug kunnen geven dan vandaag het geval is. In Nederland zet men zo al jaren in op zgn. healing environments, waarbij zorginstellingen zeer veel aandacht aan het groen in en om de gebouwen besteden. 

En laat ons eerlijk zijn: dat beetje toegankelijk groen dat we dan toch nog in onze omgeving vinden, of waarvoor we in het weekend naar de Ardennen of Nederland rijden, doet ons toch ongelooflijk veel deugd? Even uitwaaien in de natuur en met een frisse kop op maandag terug aan de slag, wie kent het niet? Het doet de vraag rijzen waarom in het nog drukker bevolkte en al even bedrijvige Nederland blijkbaar wel kan waar wij in Vlaanderen niet in slagen, namelijk de open ruimte vrijwaren en naast de economie ook de natuur kansen geven.

Minister voor of tegen natuur?

Dus ja, het is zowel onbegrijpelijk als problematisch dat bevoegd minister Schauvliege zo weinig werk maakt van een beter bosbehoud en van een actievere aanpak van de bosuitbreidingsdoelstellingen. In het debat over de Boskaart ging ze eigenlijk zeer weinig in op de kwestie die voorlag, maar verwees ze – zoals ze zo vaak doet wanneer ze in het nauw komt over haar bosbeleid - naar alle acties die ze wél onderneemt ten behoeve van onze bossen.

Stilaan wordt het toch wel tijd om hierover duidelijke taal te spreken. Van een minister, net zoals van ieder ander, mag eerst en vooral verwacht worden dat ze naar best vermogen antwoord geeft wanneer ze om verantwoording wordt gevraagd over haar werk. Steeds weer over andere zaken beginnen helpt het debat geen meter verder.

Bovendien hebben de meeste van de acties die onze minister de voorbije tijd dan wél voor het bos heeft ondernomen, stelselmatig twee zaken met elkaar gemeen: ten eerste zijn ze er in de meeste gevallen pas gekomen onder zeer grote druk vanuit publieke opinie, oppositie of vertegenwoordigers van de andere meerderheidspartijen. Ten tweede dragen de acties waarover mevrouw Schauvliege haar triomfantelijke uitspraken doet vaak in veel te beperkte mate bij tot het bosbeleid om echt een verschil te maken.

Het Rekenhof berekende in mei vorig jaar een achterstand van meer dan 2.000 hectare in de boscompensatieverplichtingen. Met de beloofde 10.000 hectare bosuitbreiding gaat het al helemaal de foute richting uit: daarover geeft de administratie van minister Schauvliege zelfs geen cijfers meer vrij. En op de nieuwe editie van de “tweejaarlijkse” Boswijzer, bekend van de villa van Jean-Marie Pfaff en de Zoo van Antwerpen, waarmee Schauvliege belooft om “accuraat de trends in bosoppervlakte op te volgen”, is het intussen al vier jaar wachten. Stilaan gelooft ook niemand nog dat de 1.000 hectare bijkomend groen die het Regeerakkoord ons in de Vlaamse Rand rond Brussel belooft, er tegen 2019 ook effectief zal zijn.

Dat zijn de cijfers die er écht toe doen als we het bilan van de voorbije jaren bosbeleid willen maken. Het contrast met de paar tientallen hectare compensatiebebossing die minister Schauvliege vorig jaar met haar oproep uit het Boscompensatiefonds heeft gesubsidieerd, en waar ze nu naar verwijst als een triomf van haar onafgebroken inzet voor meer en beter bos in Vlaanderen, is groot.

Het klopt dat minister Schauvliege nu toch middelen uit het Boscompensatiefonds heeft vrijgegeven, waarvan ze jarenlang ten onrechte beweerde dat ze geblokkeerd waren omwille van Europese begrotingsregels. Onder impuls van de scherpe vragen van cabaretier Wouter Deprez moest ze toegeven dat ze toch gebruik kon maken van deze middelen, en kende ze meteen een groot deel ervan toe aan de Regionale Landschappen. De minister maakt zich echter sterk dat deze organisaties met de hen toebedeelde 3,75 miljoen € over de komende jaren ca. 150 hectare compensatiebos zullen aanleggen. Dit is met de huidige grondprijzen in Vlaanderen überhaupt niet realistisch – wij schatten dat men zal uitkomen op 50 à 70 hectare. En het blijft als ambitie sowieso ver onder de jaarlijkse compensatieverplichtingen waar het Bosdecreet Schauvliege toe verplicht.

Het klopt ook dat mevrouw Schauvliege na de vernietigende studie van het Rekenhof over het falende boscompensatiemechanisme de compensatiebijdrage die ontbossers moeten betalen, nu eindelijk toch heeft opgetrokken tot 3,5€/m². Deze verhoging was inderdaad één van de belangrijkste aanbevelingen van deze studie, maar nog steeds is dit ontoereikend om de verplichte compenserende oppervlaktes te kunnen realiseren.

Versta ons niet verkeerd: elke stap in de goede richting, hoe klein ook, is er één die BOS+ en BBL verwelkomen en ondersteunen (en vaak hebben we er ook hard voor moeten strijden). Maar het geeft geen pas om als minister je falende bosbeleid keer op keer te vergoelijken met de enkele inspanningen die je mondjesmaat levert en die bovendien ver onder het ambitieniveau blijven van wat écht nodig is.

Economie vs. Ecologie: een valse tegenstelling

En ja, het is al even onbegrijpelijk en problematisch dat werkgeversorganisatie VOKA en de Confederatie Bouw bij het afserveren van de Boskaart een jubelend persbericht de wereld instuurden dat “deze absurde boskaart voorrang gaf aan de grillen van moeder natuur in plaats van aan ambitieus ondernemerschap”. Het streven naar het behoud van wat ons nog rest aan waardevol bos gelijkstellen met een gril van de natuur is niet alleen intellectueel oneerlijk, het is een communicatie die eerder gebaseerd is op het recht van de sterkste dan op een objectieve en onderbouwde argumentatie. Het draagt ook echt niet bij tot het debat over waar het met onze Vlaamse ruimtelijke ordening heen moet. Écht sterke sectororganisaties gebruiken hun kracht ook om het eigenbelang te overstijgen en mee werk te maken van een welvarend maar ook duurzaam Vlaanderen.

Met BOS+ en BBL onderkennen en steunen wij overigens het belang van een economisch welvarend Vlaanderen, we werken graag en vaak samen met actoren uit het bedrijfsleven en we ervaren bij deze samenwerkingen meestal een authentieke bezorgdheid voor ons leefmilieu en onze natuur, en komen erdoor tot verrijkende en vernieuwende inzichten. Omgekeerd moeten de protagonisten van ons economisch weefsel inzien dat ook zij een belangrijke rol te spelen hebben en verantwoordelijk zijn voor een duurzaam Vlaanderen, dat natuur, milieu en open ruimte respecteert en niet ondergeschikt maakt aan eender welke economische ontwikkeling. Onder het huidige beleid zadelen we de generaties na ons met een loodzware ruimtelijke erfenis op, en dat VOKA en Confederatie Bouw daarbij staan te juichen is echt niet netjes. Ook zij moeten onze ruimtelijke wanorde erkennen en meezoeken naar oplossingen.

De Boskaart is dood

Terug naar die Boskaart. Dat het huiswerk de volgende keer véél beter moet, is de evidentie zelve. Onder het motto “De Boskaart is dood, leve de Boskaart” evalueren we waar het foutliep en formuleren we suggesties ter concretisering van de voorlopig nog zeer vage krijtlijnen die de Vlaamse Regering deze week uitsprak over de nieuwe, toekomstige Boskaart.

Voor een goed begrip: de Boskaart zoals die op de Vlaamse burger is losgelaten, zat tjokvol fouten en kon alleen tot een mislukking leiden. Van die fouten heeft BOS+ er meer dan 12.000 geteld: perceeltjes van kleiner dan een halve hectare die door minister Schauvliege als waardevol bos werden gekarteerd, terwijl vele ervan juridisch niet eens als bos zouden worden erkend. Eigenaars met een bomenrij langs hun oprit of waar de kruinen van de bomen van de buurman over hun perceelsrand hingen, stelden tot hun stomme verbazing vast dat hun eigendom mee werd ingekleurd bij de top van de Vlaamse te beschermen bossen en gingen – geheel terecht – in het verweer. Tegelijkertijd waren de voorbije maanden heel veel grote, ecologisch waardevolle en zeer bedreigde boscomplexen, zoals het Ferrarisbos van Essers in Antwerpen, ten onrechte van de eerdere versies van de Boskaart geschrapt. Grote projectontwikkelaars ontsprongen zo de dans, terwijl de kleine boseigenaar (of houtkanteigenaar) het gelag betaalde. Zo geef je het draagvlak voor bosbehoud in Vlaanderen natuurlijk een ontzettende knauw.

De basisvoorwaarde om het een volgende keer wel goed te doen, is lessen trekken uit voorbije fouten. Toch blazen onze beleidsmakers voorlopig nog warm en koud. Waar minister-president Bourgeois nog enigszins omfloerst erkent dat er “ongewenste neveneffecten” zijn voortgevloeid uit de Boskaart, houdt mevrouw Schauvliege vast aan een onhandige en weinig elegante spreidstand: enerzijds liet ze de voorbije week weten “blij te zijn dat de redelijkheid was teruggekeerd” toen minister-president Bourgeois in een ongeziene eenzijdige actie haar werkstuk onverkort naar de prullenmand verwees, maar anderzijds erkende ze in het parlementaire debat deze week op geen enkel moment de duizenden fouten die haar Boskaart besmet hadden. Integendeel, keer op keer benadrukte ze dat ze “geen slechte kaart” had afgeleverd. Begrijpe wie begrijpen kan.

Zelfkennis is nochtans het begin van alle wijsheid. Het feit dat Schauvliege zelfs in dit dossier de onvolkomenheden in haar huiswerk niet erkent, laat weinig goeds vermoeden voor de volgende versie van haar plan van aanpak. Stilaan kleeft aan deze minister in toenemende mate het weinig benijdenswaardige label van ‘slecht bestuur’. Of het nu gaat over het webloket voor de vergunningsaanvragen voor architecten, de klimaatakkoorden met de andere gewestregeringen of de diverse boskarteringen, stelselmatig lijkt het fout te lopen...

Het kan best zijn dat Geert Bourgeois de volle intentie heeft om nog tijdens deze legislatuur met een nieuw en beter initiatief te komen ter bescherming van onze waardevolle, bedreigde bossen, maar als zijn bevoegde vakminister die de pen vasthoudt niet bereid is om de eigen fundamentele fouten in haar eerdere werkstuk te erkennen, laat staan er oplossingen voor te zoeken, dan zit ook hij (en vooral het Vlaamse bos) met een levensgroot probleem. We hopen dat minister-president Bourgeois de vinger zeer nauw aan de pols houdt en er mee over waakt dat de gedane belofte, om nog tijdens deze legislatuur met een nieuw en beter plan van aanpak te komen, gerealiseerd wordt.

Leve de Boskaart!

Bij de weinige krijtlijnen die de Vlaamse Regering de voorbije week al kenbaar maakte, stellen we ironisch genoeg vast dat de eerdere versie van de Boskaart, daterend van juni 2016, in zeer grote mate reeds beantwoordde aan de verzuchtingen die de diverse vertegenwoordigers van de Vlaamse Regering en de meerderheidspartijen deze week maakten. De keuze om niet te gaan voor kleine versnipperde percelen maar voor ruimtelijk consistente bosgebieden: check. Respect voor een mininumoppervlakte: check. Criteria voor een breed gamma van indicatoren die de ecologische waarde objectief onderbouwen (waaronder de biologische waarderingskaart, maar bijvoorbeeld ook de boshistoriek): check. Het zijn logische parameters die iedereen met een beetje expertise in de materie zou meenemen in de denkoefening, en die in voorafgaande studies en zelfs ontwerpen van decreet al zeer grondig waren uitgewerkt. 

Maar waarom dan heeft de Vlaamse regering tussen juni 2016 (vorige versie van de Boskaart) en maart 2017 (publicatie van de definitieve en later dus afgeschoten versie van de Boskaart) die eigen criteria die ze nu opnieuw zo hard onderschrijft, in toenemende mate uitgehold? Een onbegrijpelijk traject dat ertoe geleid heeft dat zowel vriend als vijand enkel maar kon concluderen dat de Boskaart in die vorm naar de prullenmand moest verwezen worden.

De regering Bourgeois zal, als ze oprecht werk wil maken van een plan van aanpak voor onze waardevolle maar bedreigde bossen, nu toch heel gauw “uit haar kot” moeten komen. Wat zal ze concreet doen? En met welke timing? De voorgaande studies kunnen makkelijk als inspiratiebron dienen, dus verder uitstel is echt niet meer aan de orde.

Blijft dan nog de compensatieregeling voor de betrokken eigenaars. BOS+ en BBL onderschrijven ten volle dat eigenaars die hun bouwplannen door een betere bescherming van onze waardevolle bossen verhinderd zien, daar op een correcte manier voor moeten schadeloos gesteld worden. Maar dit kan perfect. De instrumentenkoffer van de Vlaamse overheid puilt stilaan uit met mogelijkheden om dit te doen, van (een eventueel geoptimaliseerd) planschade-planbatensysteem, over verhandelbare bouwrechten, tot grondruil, enz… Ook hier is de tijd van het oeverloos palaveren voorbij en die voor duidelijke keuzes aangebroken.

Toch nog een lichtpunt

Natuurlijk wordt niemand die het bos echt genegen is, gelukkig van de gebeurtenissen van de voorbije week. Maar toch was er een opmerkelijk lichtpunt: bijna terloops beloofde minister-president Bourgeois in de marge van de discussie over de Boskaart ook nog werk te zullen maken van een versnelde aanplant van niet-gerealiseerde bossen in groene bestemmingen. Dit is een significante ambitie die tot zeer veel extra bos zou kunnen leiden, want er zijn nog heel wat groene bestemmingen op het gewestplan die een ander landgebruik kennen. De daadwerkelijke realisatie van deze belofte impliceert echter dat er opnieuw bosuitbreidingsteams worden samengesteld binnen de Vlaamse overheid die met mankracht, middelen en expertise deze doelstelling kunnen nastreven. Het verleden heeft bewezen dat dit mogelijk is, en het zou een serieuze doorstart voor het gestagneerde bosuitbreidingsbeleid kunnen betekenen. Heel snel zal moeten duidelijk worden in hoeverre de Vlaamse regering het serieus meent met deze belofte en haar woorden ook omzet in daden.

Conclusie. We hebben een plan. Om een plan te maken.

In 2011 kondigde minister Schauvliege aan dat ze een plan van aanpak klaar had voor onze ruimtelijk bedreigde bossen. Naderhand bleek het om een plan te gaan om een plan te maken.

Meer dan 6 jaar later is de cirkel rond, staan we terug bij af, en doet men ons exact dezelfde belofte. In die periode is er volgens de eigen cijfers van de Vlaamse overheid meer dan 1.200 hectare met vergunning ontbost. In de gegeven omstandigheden is de hernieuwde belofte om de waardevolle bossen te beschermen voor iedereen die met onze bossen begaan zowel de strohalm waar we blij mee moeten zijn, als – na zoveel jaren van duidelijke loze beloftes – een absoluut zwaktebod waar we zeer bezorgd over zijn. Want wellicht ontstaat er nu door de hele heisa rond de Boskaart een golf van ontbossingsaanvragen.

In een enquête die BOS+ kort voor de verkiezingen van 2014 afnam van alle politieke partijen, verklaarden de huidige meerderheidspartijen zich unaniem voor een brede oplossing voor de bedreigde waardevolle bossen. Het zou Joke Schauvliege en de Vlaamse regering sieren mochten ze dat principe nu heel gauw waarmaken, en de potentiële nefaste effecten van de voorbije commotie preventief aanpakken door een voorlopig moratorium op ontbossing van zonevreemde bossen, tot het nieuw plan van aanpak operationeel is. 

Vlaamse Regering, laat ons dit nu doen. Nog eens 6 jaar bosvernietiging zou Vlaanderen onwaardig zijn.  

Contactpersoon:            
Bert De Somviele
Directeur BOS+
Bert.Desomviele@bosplus.be
0474/274.094

 

Gekoppelde documenten
TitelBestandsgrootteMIME-type
Opinie BOS+ BBL_de Boskaart_Wat Nu.pdf510.5 kBapplication/pdfdownload

« Terug