Bos Plus Logo
Nieuws

Het verminderen van de CO2 - uitstoot blijft erg belangrijk om de klimaatwijziging te matigen. Maar ondertussen is het sneller en goedkoper om tropische bossen te redden of ze opnieuw aan te planten.

Dr. Paul Salaman

Maandag 11 januari 2016,

Op 30 december 2015 was de temperatuur aan de Noordpool 0,7°C; ongeveer 10 graden boven het langjarig gemiddelde. Natuurlijk is er al langer onweerlegbaar bewijs dat de ijskap aan de Noordpool afbrokkelt door de opwarming van de planeet, maar het is pas de tweede keer sinds men de metingen registreert dat het ijs in het putje van de maandenlange poolnacht smelt.

En toch bestaat er een snelle en doeltreffende manier om de klimaatwijziging en het afsmelten van de poolkappen tegen te gaan. Wanneer we, een halve wereld verder, het tropisch bos beter zouden beschermen en herstellen, dan zouden we het effect van de globale opwarming al voor de helft kunnen terugdraaien door de koolstofopname van de planten. Dit stellen een aantal specialisten in een gezamenlijke publicatie in Nature Climate Change.

De koolstof-emissie reduceren, zoals zowat alle landen ter wereld verleden maand in Parijs beloofden, is essentieel om de opwarming aan te pakken. Maar tegelijkertijd koolstof aan de atmosfeer onttrekken, zoals de regenwouden doen, zou het gehalte aan koolstofdioxide in de lucht onmiddellijk en merkbaar doen afnemen. Het feit dat dit aan een verassend lage kostprijs kan, biedt ons bovendien de cruciale ruimte om de overstap naar het tijdperk na de fossiele brandstof te maken.

Het potentieel dat de bescherming van het regenwoud biedt om de globale opwarming van de aarde tegen te gaan, zou doorslaggevend moeten zijn om een wereldwijde golf van beschermingsinitiatieven op gang te brengen. De natuurlijke herbebossing en de bijhorende bescherming van vele miljoenen hectaren gedegradeerd regenwoud zouden heel snel resulteren in de massale opname van koolstof terwijl de bomen groeien. Waar het cruciaal blijft dat wij weg groeien van het gebruik van fossiele brandstoffen, is het duidelijk dat een betere bescherming van het regenwoud op veel kortere termijn vruchten zou kunnen afwerpen.

Maar dat is slechts een deel van het verhaal

Het regenwoud beschermen is bovendien economisch bijzonder verantwoord. De bescherming van een hectare regenwoud in het Peruaanse Amazonegebied kost slechts enkele dollars en hetzelfde geldt elders in Latijns Amerika en in Afrika. Dit terwijl een hectare regenwoud tot 485 ton CO2 kan opslaan. De gevolgen hiervan zijn onverwacht en moeten ons tot nadenken stemmen. Voor de prijs van een maaltijd – of zelfs die van een kop koffie – zou elk van ons een bos met de oppervlakte van vier voetbalvelden kunnen redden en aldus gemiddeld zeker 725 ton COvastleggen. Ter vergelijking: de jaarlijkse CO2-uitstoot van een gemiddelde personenwagen in de VS bedraagt 4,5 ton.

Koolstofopslag is echter slechts een van de voordelen die de bescherming van het regenwoud ons biedt. Daarnaast herbergt het dieren zoals olifanten, tijgers en orang-oetans en biedt het ook onderdak aan duizenden minder bekende soorten. Nog zo’n voordeel is dat de vele onontdekte en niet bestudeerde planten de sleutel kunnen zijn tot succesvolle behandelingen voor kanker en andere dodelijke ziekten.

Bovendien voorzien regenwouden de wereld van een buitengewoon groot aandeel van haar zuurstof en zoet water – de Amazonerivier alleen al bevat 20% van de zoetwatervoorraad van de aarde – en zij vormen eigenlijk de natuurlijke motor, die ervoor zorgt dat de tropische ecosystemen van de planeet geolied blijven lopen.

Hoewel grootschalige kaalkap en selectief kappen van waardevol hout uitgestrekte stukken regenwoud vernietigden, blijft er nog steeds een grote oppervlakte intact. En gedegradeerd regenwoud blijkt, als men het de kans geeft om te regenereren, bovendien ook verbazend veerkrachtig. In tien jaar tijd kunnen zaailingen uitgroeien tot vijftien meter hoge bomen en veel wilde dieren en planten kunnen terugkeren binnen enkele jaren na de kaalslag.

Zowel het resterende primair regenwoud als de gedegradeerde vorm ervan vereisen wereldwijde aandacht. Een krachtige en gebundelde inspanning is nodig, om gepast te reageren op de schrikbarende eisen die aan het regenwoud gesteld worden.

Ontbossing in naam van economische vooruitgang is al vele tientallen jaren ingeburgerd en gebeurd zonder aandacht voor de vernietigende gevolgen ervan. Maar het is absoluut niet langer te verantwoorden dat regeringen concessies, subsidies en verlaging van belastingen blijven verlenen aan bedrijven, wanneer die door houtkap, oliewinning, mijnbouw, palmolieplantages, grootschalige commerciële landbouw, veehouderij en wegenaanleg de onschatbare, maar eindige, regenwouden verder blijven aantasten.

Het pleidooi voor het behoud van de regenwouden – nu al verpletterend in zijn kracht – kan niet langer afgedaan worden als een stokpaardje van natuurbeschermers en wetenschappers; bescherming dient nu echt ieders zorg te zijn. Voor diegenen die de grootste milieu-uitdaging van onze planeet willen aanpakken, is er geen betere insteek denkbaar dan het redden van het tropisch regenwoud. 

woensdag, 10 februari 2016 09:46

Recept | (On)kruidenkaasje

Vandaag start Dagen Zonder Vlees. BOS+ doet alvast mee. Je kan je nog steeds aansluiten bij het BOS+ team
Natuurkok Barbara Cremers stelde voor ons bosrecepten samen. Het eerste: kaasjes met (on)kruid.

donderdag, 28 januari 2016 13:49

Bosbarometer 2015 | Correctie

BOS+ streeft er naar zijn dossiers en communicatie steeds grondig voor te bereiden, te documenteren en te checken. Alleen zo kunnen we onze boodschap voor een duurzaam bosbeleid op overtuigende wijze wereldkundig maken en er steun voor zoeken. Maar ondanks alle aandacht die we aan die kwaliteitszorg besteden, is er in onze Bosbarometer 2015 een spijtige rekenfout geslopen waardoor de gecommuniceerde ontbossingscijfers van de voorbije 3 jaar licht overschat werden.

Door een foute formule in de tabel hebben we de vergunde totale ontbossing gemeld als de som van de beide onderstaande cijfers, terwijl het enkel de eerste rij had mogen zijn. Het is dus geen 335 ha ontbossing in 2014, maar 263 ha; het is geen 800 ha ontbossing de voorbije 3 jaar, maar wel 651 ha… Via deze link kan je de gecorrigeerde Boswijzer consulteren.

We verontschuldigen ons oprecht voor de gemaakte rekenfout; de cijfers zijn dus net een beetje anders. Maar de algemene conclusies van de Bosbarometer blijven wél helemaal overeind: er zijn en blijven véél te veel vergunde ontbossingen, er zijn en blijven véél te veel ministeriële ontheffingen toegekend worden, en er wordt géén vooruitgang geboekt t.o.v. de voorgaande jaren. Deze correctie verandert niets aan de algemene vaststelling dat de evolutie van onze bosoppervlakte flirt met het nulpunt, terwijl er jaarlijks netto eigenlijk ongeveer 1.000 hectare bos zou moeten bijkomen, als de Vlaamse Regering écht haar engagementen uit de Ruimtebalans (vermeld in het huidige Regeerakkoord) wil realiseren.

 

 

2012

2013

2014

Bron

         

Jaarlijkse vergunde ontbossing (ha)

195

193

263

ANB

Ontheffing toegekend (ha)

45

36

72

ANB

Bijlage: de gecorrigeerde Bosbarometer 2015

Met de Bosbarometer, gebaseerd op de cijfers van de Vlaamse overheid zelf, maakt BOS+ jaarlijks de balans op van het gevoerde bosbeleid. Die balans is vernietigend. In de periode 2012-2014 verdween – met vergunning – meer dan 800 hectare bos. Het jaar 2014, het laatste waarover cijfers beschikbaar zijn, was goed voor maar liefst 335 hectare verdwenen bos, of net geen 1 hectare bos/dag.

Ontbossing is wettelijk verboden in Vlaanderen, maar er zijn meerdere uitzonderingen op deze regel. Zo kan men in de harde bestemmingen van het gewestplan, bv. woongebied of industriezone, met een eenvoudige stedenbouwkundige vergunning toch tot ontbossing overgaan. Daarnaast kan ook de bevoegde minister een zogenaamde ontheffing verlenen op het ontbossingsverbod. Deze uitzonderingen op het ontbossingsverbod zouden in principe slechts met mondjesmaat mogen gebruikt worden in gevallen waar het maatschappelijk belang dit echt vereist. Vandaag zijn het echter wagenwijde achterpoorten die veel te vaak toegepast worden.

Een bekend voorbeeld van een dergelijke ontbossing is dat van het logistieke bedrijf Essers nv. De firma kreeg enkele jaren geleden bijvoorbeeld de toestemming om 1,75 hectare van het eeuwenoude Ferrarisbos in Wilrijk te kappen. Argument was een dringende economische ontwikkeling die kapping van dit bos vereiste. Sinds de kap, nu meer dan 2 jaar geleden, is er echter verder niets meer gebeurd, en ligt het terrein er onaangeroerd, onbebouwd en troosteloos bij. Een eeuwenoud, ecologisch zeer waardevol bos werd voor niets gekapt, terwijl dergelijke bossen per definitie niet kunnen gecompenseerd worden door bosaanleg elders. Ze zijn vergelijkbaar met kathedralen: die kunnen ook niet afgebroken worden en dan gecompenseerd worden door elders een loods te bouwen. Essers nv heeft bovendien de smaak van het ontbossen te pakken, want momenteel loopt er nog een procedure om voor dit bedrijf in Genk een ontbossing van Europees beschermd bosgebied van meer dan 10 hectare mogelijk te maken. Het Genkse bos zal plaats maken voor een uitbreiding van een nabijgelegen industrieterrein. Lokale actiecomités en natuurverenigingen staan op de bres om dit bosgebied te beschermen, en experts in Europees milieurecht stellen grote vragen bij de procedure die Vlaanderen volgt in dit dossier, toch lijkt de minister bevoegd voor het bosbehoud door te willen gaan met dit plan.

De voorbije jaren werd ook meermaals aangekondigd dat de zgn. ministeriële ontheffingsbevoegdheid op het ontbossingsverbod sterk was verstrengd. De cijfers van het Agentschap voor Natuur en Bos spreken dit tegen, want daaruit blijkt dat de ontheffingen perfect gelijke tred houden met de voorbije jaren, en dat de ministeriële ontheffing elk jaar wordt toegepast op tientallen dossiers. In 2014 werd zo via de ministeriële ontheffing 72 hectare ontbossing vergund. Uit een parlementaire vraag in 2012 is trouwens gebleken dat voor niet minder dan 92% van alle aanvragen de ministeriële ontheffing werd verleend; men kan dan ook bezwaarlijk van een strenge aanpak spreken.

Boscompensatie: hopeloos achterop

Ook met de verplichte compensatie van de ontbossingen loopt het goed fout: in theorie leidt een ontbossing tot een compensatiebos van minstens dezelfde oppervlakte, in realiteit werd volgens de cijfers van de Vlaamse overheid voor de 800 hectare ontbossing van de voorbije jaren minder dan 500 hectare compensatiebos aangelegd. Sinds het boscompensatiesysteem in voege is, werden vergunningen toegekend voor meer dan 4.500 hectare ontbossing in Vlaanderen, en is de compensatieachterstand inmiddels opgelopen tot meer dan 1.600 hectare, een oppervlakte vergelijkbaar met het bekende Heverleebos en Meerdaalwoud nabij Leuven.

Nochtans houdt het concept van de compensatiebebossing wel steek: wie in Vlaanderen een bos kapt, moet dat (in de meeste gevallen) compenseren. Hiertoe kan de ontbosser op een andere plaats een nieuw bos aanplanten of een partnerschap aangaan met iemand die dat doet voor hem. Gebruikelijker dan in natura compenseren is echter om geld te storten in het zogenaamde boscompensatiefonds. Op die manier delegeert de ontbosser zijn compensatieverantwoordelijkheid naar de Vlaamse overheid, die met deze middelen gronden kan kopen om compensatiebos aan te leggen. De ontbosser betaalt 1,98 euro per vierkante meter gerooid bos (te vermenigvuldigen met een factor naarmate de natuurwaarde van het bos stijgt). Van dit mechanisme wordt veel gebruik gemaakt: in 2014 werd 2,3 miljoen euro gestort in dat compensatiefonds, in 2013 was dat 3,1 miljoen euro en in 2012 2,8 miljoen euro. Forse sommen dus waarmee de overheid aan de slag moet om de compensatiebossen aan te leggen.

Een tijdje geleden liet bevoegd minister Schauvliege echter weten dat ze een groot deel van de middelen in het fonds, 8 miljoen euro, niet kon gebruiken, omdat haar collega-ministers van begroting dit niet toelieten wegens de Europese begrotingsrichtlijnen. Cabaretier Wouter Deprez beet zich vast in de kwestie waarop zowel minister Muyters als Turtelboom, resp. in de vorige en deze regering bevoegd voor begroting, lieten weten dat de vraag om dit geld aan te wenden hen nooit gesteld was en dat deze middelen wat hen betrof helemaal niet geblokkeerd waren. Het voorval is illustratief voor het steeds terugkerend patroon van een zeer permissieve houding wanneer het erover gaat ontbossingen toe te laten, terwijl er op allerlei manieren wordt gedraald om terreinen te bebossen.

Het boscompensatiemechanisme vertoont bovendien nog een ander zeer groot manco: het bedrag van 1,98 euro per vierkante meter dat de ontbosser betaalt, werd vastgelegd in het begin van de jaren 2000, en is sindsdien nooit aangepast aan de evoluerende grondprijzen. Gevolg is dat de ontbosser vandaag dus € 19.800/hectare te compenseren bos betaalt, terwijl de Vlaamse overheid tot soms meer dan het driedubbele in de buidel tast om diezelfde oppervlakte aan te kopen. Zo blijf je natuurlijk altijd achter de feiten aanhollen en gaat het met de Vlaamse bosoppervlakte van kwaad naar erger.

Inspanningen voor bosuitbreiding compleet stilgevallen

Ten slotte zijn de Vlaamse investeringen om bosuitbreiding te realiseren stilaan opgedroogd tot een wel zeer spaarzaam druppelend waterstraaltje... Niet alleen is er de voorbije jaren fors bespaard op de bosuitbreidingsmiddelen, maar binnen het Agentschap voor Natuur en Bos zijn de bosuitbreidingsteams die in het verleden de aankoopdossiers onderhandelden, ook nog eens grotendeels ontmanteld. De realisatie van de stadsrandbossen is zo goed als stilgevallen. Studies van het ANB stellen dat er ca. 4.800 hectare stadsrandbos moet voorzien worden; na al die jaren is daarvan nog geen 1.000 hectare gerealiseerd. De enkele locaties waar wel nog vooruitgang geboekt wordt, betreffen vaak lokaal getrokken initiatieven, en ook daar gaat het om slechts enkele hectare per jaar.

Onduidelijke communicatie

De manier waarop over de inspanningen t.b.v. het bos gecommuniceerd wordt, doet ook heel wat vragen rijzen: zo stond in het bekende Vlaanderen In Actie-plan (VIA) van de vorige Vlaamse regering bijvoorbeeld dat elke stad in Vlaanderen een stadsbos moest hebben of in ontwikkeling hebben. In 2011 stond in een vooruitgangsrapport van het VIA dat Vlaanderen wat dat betreft zijn doelstelling al helemaal gehaald had. Een stelling waar iedereen die met bossen bezig is in Vlaanderen toch wel zeer verrast over was. Bij navraag bleek dat die stadsbossen voor het overgrote merendeel ‘in ontwikkeling’ waren: er werden plannen over gemaakt, maar in heel veel gevallen waren er nog lang geen realisaties op het terrein. Toch volstonden deze planningsprocessen om te besluiten dat deze stadsbosdoelstelling behaald was. Later werd deze parameter geschrapt uit de voortgangsrapporten van het VIA.

Ook de introductie van een nieuwe methode om het Vlaams bosbestand in kaart te brengen, de zogenaamde Boswijzer, was geen schoolvoorbeeld van duidelijke communicatie. Op basis van de resultaten van deze nieuwe methodiek werd enkele jaren geleden euforisch aangekondigd dat de totale oppervlakte bos in Vlaanderen op 2 jaar tijd was toegenomen met meer dan 8.000 hectare bos tot ruim 185.000 hectare. Dat de Boswijzermethodiek heel wat tekorten vertoont, en bovendien een foutenmarge heeft die vele malen groter is dan de vastgestelde oppervlaktetoename, werd onvermeld gelaten. KU Leuven en zelfs het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), de eigen onderzoeksinstelling van de Vlaamse overheid, stelden samen met BOS+ heel wat vragen bij de methodiek van de Boswijzer, en vandaag kan je op de website van het INBO lezen dat er op basis van deze methodiek geen conclusies kunnen getrokken worden over de evolutie van de Vlaamse bosoppervlakte.

Dit maakt het natuurlijk erg moeilijk om vandaag nog betrouwbare uitspraken te doen over de werkelijke bosoppervlakte in Vlaanderen, laat staan over de evolutie ervan. Tot voor enkele jaren was er algemeen consensus dat de Vlaamse bosoppervlakte een kleine 150.000 hectare bedroeg. Dat is ongeveer 11 procent van de totale oppervlakte, erg weinig in vergelijking met de meeste Europese regio’s. Door de hele Boswijzerdiscussie is er vandaag veel minder eensgezindheid over hoeveel bos er in Vlaanderen is, maar zelfs als de cijfers uit de Boswijzer zouden kloppen, dan komen we nog niet verder dan een bosareaal van 13 procent en blijven we bij de rode lantaarns van het Europese bospeloton.

Waarheen met het Vlaamse bosbeleid?

Niet alleen blijft Vlaanderen compleet verzaken aan haar engagementen uit het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen – de 10.000 hectare bosuitbreiding die tegen 2007 moest gerealiseerd zijn – maar onze regio bekleedt met zijn vele ontbossingen en gestagneerde bosuitbreiding ook een unieke, negatieve, positie in Europa. De voorbije 20 jaar is er in West-Europa immers meer dan 2 miljoen hectare bos bijgekomen. Het argument dat er in Vlaanderen geen grond voor nieuwe bossen te vinden is, wordt nog steeds gebruikt als vergoeilijking voor de achteruitgang. Maar na 20 jaar beloftes is dit excuus stilaan van een ondraaglijke lichtheid. Andere drukbevolkte en bedrijvige regio’s en landen dat het anders kan. Île-de-France, rond Parijs, en Nordrhein-Westfalen hebben een vergelijkbare bevolkingsdruk als Vlaanderen, maar ongeveer 2,5 keer zo veel bos. In Nederland nam de bosoppervlakte op 18 jaar tijd toe met 8 procent. In de Engelse Midlands steeg de bosoppervlakte van 6 naar 16 procent van de landoppervlakte in 14 jaar tijd, door samenwerking tussen overheid, middenveld, bedrijven en het brede publiek. In Denemarken nam de oppervlakte bos toe met 9 procent. De inspanningen in Vlaanderen staan in schril contrast daarmee: onze cijfers zijn zeker een factor 10 lager dan wat er eigenlijk jaarlijks zou moeten gebeuren (ca. 1.000 ha netto bosuitbreiding/jaar) om op een aanvaardbare termijn tot de beoogde 10.000 hectare extra bossen te komen. Zelfs als er geen ontbossingen zouden plaatsvinden, dan nog zou het aan het huidige tempo meer dan 100 jaar duren vooraleer we de beloofde 10.000 hectare bosuitbreiding halen.

Bossen: hotspots voor de maatschappij

Eigenlijk is het onbegrijpelijk dat in het bosarme Vlaanderen zo onzorgvuldig met de schaarse bossen wordt omgegaan. Met de onderzoeken die aantonen dat een voldoende aanbod aan toegankelijk bos ontzettend grote maatschappelijke meerwaarden biedt, kan je stilaan hele bibliotheken vullen. Niet alleen voor biodiversiteit, of klimaat, of houtproductie, maar ook voor mens en gezondheid zijn bossen belangrijk: voldoende toegankelijk groen zet aan tot bewegen, is goed voor de mentale gezondheid, biedt mensen rustpunten in onze jachtige samenleving… Uit studies blijkt bv. dat een dagelijkse wandeling van een klein kwartiertje in het groen het stressniveau bij mensen - in Vlaanderen toch een reëel probleem - significant terugdringt. Ook voor kinderen er grote voordelen aan kunnen spelen in het groen: het zet aan tot creatief spel, de kinderen ontwikkelen een goede motoriek, ze zijn minder angstig van het onbekende en tonen later meer respect voor de natuur. In de gezondheidszorg leidt vergroening rondom gebouwen (ziekenhuizen, verzorgingsinstellingen) tot een sneller herstel en dus minder ziekenhuisovernachtingen per patiënt. Een korte greep uit de ellenlange lijst aan voordelen die het bos ons biedt.

Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek publiceerde in dit kader onlangs een erg interessante studie over ecosysteemdiensten. Dit zijn de diensten die onze natuur aan onze maatschappij levert, zoals bv. waterhuishouding, erosiebestrijding, klimaatregulering, recreatieve noden vervullen, houtproductie, enz…. Uit die studie bleek duidelijk dat de Vlaamse natuur en bossen de ecosysteemdiensten die onze maatschappij ervan vereist niet naar behoren kan vervullen, en dat de evolutie bovendien in negatieve zin gaat. Vlaanderen hoeft heus geen Finland te worden, maar een zekere toename aan bos is maatschappelijk gezien echt wel noodzakelijk.

De kostprijs van een bosrijk buitengebied. Hoezo, onbetaalbaar?

Bosuitbreiding kost natuurlijk geld, maar met een budget van bv. 20 à 30 miljoen euro kan reeds heel wat gerealiseerd worden, en de maatschappelijke winsten, zoals d.m.v. de gezondheidsvoordelen die hiermee geboekt worden, zorgen op korte termijn voor grote terugverdieneffecten. Bovendien moet Vlaanderen zich dringend diepgaand bevragen over de enorme kostprijs van onze mismeesterde ruimtelijke ordening: elke dag verdwijnt in Vlaanderen ca. zes hectare grond onder beton of asfalt, en als we dit tempo aanhouden zal in 2050 bijna de helft van de Vlaamse oppervlakte verhard zijn. Vandaag reeds heeft Vlaanderen het dichtste wegennet van West-Europa en bedraagt de kostprijs alleen al van het wegenonderhoud jaarlijks honderden miljoenen meer dan in de ons omringende landen. Vlaanderen is dus blijkbaar wel bereid om elk jaar de kost van het onderhoud van duizenden kilometers lintbebouwing op te hoesten, en van het fileleed, de verkeersslachtoffers, de zeer versnipperde noden op vlak van openbaar vervoer en de oncontroleerbare want diffuse water- en luchtverontreiniging die dit met zich meebrengt. De kostprijs van de beloofde bosuitbreiding is een fractie van de miljardenkost waar onze ruimtelijke wanorde Vlaanderen mee opzadelt.

Hopelijk, in 2016, toch positief nieuws?

Toch is er ook enig positief nieuws te melden over het bosbeleid van Vlaanderen: enkele weken geleden beslisten de meerderheidspartijen in het Vlaamse Parlement om voor 12.500 hectare van onze meest waardevolle maar bedreigde bossen een moratorium op ontbossing in te stellen. Dat is een reële en belangrijke stap vooruit. Maar ook hier is het nog wachten tot deze beslissing kracht van wet krijgt. The proof of the pudding will be in the eating.

Het is echter tijd voor veel meer dan dat: meer en meer Vlamingen zijn het huidige non-beleid t.o.v. onze bossen meer dan beu. Het is hoog tijd voor een beter bosbehoud waarbij de uitzonderingsmaatregelen op het ontbossingsverbod echt gebruikt worden waarvoor ze dienen, nl. uitzonderlijke situaties waar het maatschappelijk belang ontbossing onvermijdelijk maakt. Het is hoog tijd voor een compensatiemechanisme dat gelijke tred houdt met de ontbossingen. Het is hoog tijd voor een krachtdadig bosuitbreidingsbeleid dat de 10.000 hectare bosuitbreiding op een aanvaardbare termijn realiseert, en elke Vlaming voorziet van voldoende toegankelijk bos in zijn of haar omgeving. Het is tijd voor een ander bosbeleid. Het is tijd voor een ruimtelijke ordening. Aan de Vlaamse overheid om die vragen ernstig te nemen en werk te maken van haar engagementen ten bate van het bos.

 

De cijfers van de Bosbarometer 2015 vind je in de bijlage.

 

De Bosbarometer

De Bosbarometer is de naam die BOS+ aan zijn evaluatie van het Vlaamse bosbeleid geeft. Door cijfers van de Vlaamse overheid op te vragen, verkrijgt de organisatie een inzicht in de evolutie van de bosoppervlakte: het gaat over de vergunde ontbossingen, de compenserende bebossingen die daarmee moeten samengaan, en de activiteiten op vlak van bosuitbreiding. De zgn. natuurontbossingen noch de spontane bebossingen zijn opgenomen in deze telling, en ook illegale bebossingen blijven uiteraard onder de radar. Toch is de Bosbarometer een nuttig document omdat het een uitstekende graadmeter is voor de daadkracht pro en contra bos van de Vlaamse overheid.

BOS+

BOS+ vindt dat bossen van cruciaal belang zijn, voor iedereen: dieren, planten én mensen. Bossen zuiveren onze lucht, zetten ons aan tot bewegen en zijn de ideale plaats om het jachtige leven even te vergeten.

Jammer genoeg is er in Vlaanderen te weinig bos, en verdwijnt er ook wereldwijd nog steeds te veel bos. BOS+ wil in eerste plaats bestaande bossen beschermen en het duurzaam beheer ervan promoten. Daarnaast willen we nieuwe bossen aanleggen. Want die hebben we dringend nodig!

Samen met tal van partners is BOS+ actief in Vlaanderen én in een aantal landen in Zuid-Amerika. We werken onder andere aan de aanleg en inrichting van speelbossen en stadsbossen, het toegankelijk maken van bos, de 10-miljoen bomencampagne, herbebossingsprojecten in de tropen, … We organiseren wandelingen, infoavonden over bosbeheer en -beleid, ludieke media-acties, en natuurlijk ook de Week van het Bos! En dit alles doen we samen: we werken samen met overheden, burgers, grote en kleine middenveldorganisaties, scholen, partnerorganisaties uit de milieu- en ngo-sector, de bedrijfswereld, ...

www.bosplus.be

Contactpersoon: Bert De Somviele, directeur BOS+. Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. – 0474/274.094

BOS+, Globelink en StampMedia willen jongeren ondersteunen in hun klimaatacties met het project Olie op het Vuur. We nemen de problematiek van olieontginning in het Amazonegebied en klimaatverandering onder de loep en zetten jongeren aan tot actie. Samen met jongerengroepen doorlopen we een traject van twee tot drie begeleidingen om tot een creatieve en eigenzinnige actie te komen. De jonge verslaggevers van StampMedia schrijven ondertussen een artikelenreeks over jongeren en het klimaat, zodat de stem van jongeren luid en duidelijk weerklinkt. Omdat fossiele brandstoffen zo passé zijn!

Wat hebben we jouw jongerengroep te bieden?

We komen twee keer langs gedurende 2,5 uur om je een spoedcursus te geven in duurzaam actievoeren. We leggen kort en bondig uit wat het probleem is met olieontginning, zeker in kwetsbare regio’s als het Amazonewoud. We gaan op een interactieve manier aan de slag met jullie meningen en reacties en we zetten je op weg om een actie met jouw jongerengroep op te zetten.

Een geslaagde actie is leuk om te doen, heeft uitstraling en geeft goesting om nog meer te doen. Dat willen we met jouw groep bereiken!

Voor wie?

Voor jongeren van 15 tot 24 jaar die zich op een of andere manier verenigen (jeugdbeweging, theatergroep, tekenacademie, wereldwinkeliers, sportvereniging…)

Wanneer?

In de loop van 2016. Wil je meedoen? Contacteer dan Lauren Maes (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.  of 09/264 90 57).

maandag, 18 januari 2016 13:10

Plantactie in Balen op zondag 21 februari

In Balen organiseren BOS+ en Bosgroep Zuiderkempen op zondag 21 februari van 14u tot 17u een publieke plantactie waarop iedereen welkom is om bomen te komen planten. De opbrengst van de verkoop van onze trendy T-shirts en talloze giften worden ingezet om in de Kempense naaldhoutbossen kloempen (= groepjes schaduwverdragende loofboomsoorten) te planten.

In dit bosrevue-artikel vind je alles over het hoe, wat en waarom van kloempen. 

maandag, 11 januari 2016 08:30

Schrijf je nu in voor het Bosweekend 2016

Goed nieuws: BOS+, Gezinsbond, de Gezinsportfederatie en Natuurpunt-CVN slaan de handen in elkaar en organiseren ook in 2016 een gewéldig BOSweekend voor u! Van vrijdag 29 april tot zondag 1 mei 2016 entertainen wij u en uw hele gezin met een ongeziene stroom aan bosactiviteiten. Voor kinderen van 0 tot 100 jaar.

donderdag, 24 december 2015 09:34

Op bezoek in Buenos Aires

Begin november ben ik op bezoek in Nuevo Loreto en Buenos Aires, twee idyllische dorpen omringd door water en bos. Ik wil graag beter zicht krijgen op de lopende activiteiten die BOS+ er, met middelen van GRACO, in de Shipibo Konibo gemeenschappen in de Peruaanse Amazone opzet rond duurzaam bosbeheer.

Ik meer aan in Buenos Aires met de boot van partnerorganisatie AIDER en maak er kennis met Nemesio en Wilma, zoon en moeder, twee bewoners van Buenos Aires, twee heel gewone maar tegelijk bijzondere mensen, met een hart voor bos en voor elkaar.

Nemesio, een ondernemer met zin om te werken en te leren

"Ik ben 28 jaar, getrouwd met Liz en heb een dochtertje van 4 jaar. Liz is nu zwanger van ons tweede kindje. Ik ben geboren in Buenos Aires; ik heb heel mijn leven bij dit prachtig meer Imiria, aan de rand van het bos geleefd. We leven vooral van de vis uit het meer en de producten uit het bos. We telen ook nog maniok, maïs, suikerriet en ananas voor eigen consumptie. Sinds enkele jaren hebben we ook enkele kippen en een varken omdat er minder wild te jagen is in het bos.

Ik heb mijn lagere school hier in het dorp gelopen. Voor het secundair onderwijs ging ik naar Caimito, een dorp in de buurt; daar ben ik tot 2007 naar school gegaan.
Ik ben vanaf 6 uur 's ochtends op het meer aan het vissen. Mijn vrouw bereidt de vis als ik terugkom. We ontbijten en gaan dan met de kano naar ons veld, en werken daar samen tot ongeveer 16 uur in de namiddag. In de late namiddag of in het weekend sporten we graag in het dorp; we spelen dan voetbal of volleybal.

Sinds de opstart van het bosbouw-comité in Buenos Aires neem ik actief deel. Ik werk graag. En voor onze zoon en binnenkort 2 kinderen hebben we inkomsten nodig. Ik zou graag wat sparen om ons huis wat te verbeteren en wat verder in te richten, met tafel, stoelen,...

De klimaatverandering maakt het ons niet makkelijk. De regenperiodes zijn veel langer zodat wij lange tijd niet kunnen werken in ons bos. Bovendien zijn de regens zo onvoorspelbaar. Gezien onze ligging hier aan het meer, in het Amazonebekken, leven wij mee met het ritme van de regens, want het waterpeil van de rivier maakt dat we al dan niet met onze kano's in het bos kunnen geraken, of we hout kunnen transporteren, ..."

Doña Wilma, een wijze vrouw en goede moeder

"Ik ben Wilma; ik ben 51 jaar en ben in Buenos Aires geboren en getogen. Ik ben getrouwd met Rodolfo, hij is afkomstig van een naburige gemeenschap. We hebben zeven kinderen; daarvan leven er zes nog hier in het dorp. Eén dochter woont en werkt in Lima; zij tracht er ons artisanaat te verkopen. In Buenos Aires wonen 12 gezinnen, verwanten van twee families. Onze kinderen zijn allemaal betrokken bij het duurzaam bosbeheer van ons gemeeenschapsbos. Ook de meisjes; zij helpen mee met koken als ze allemaal samen kamperen nabij het bos.

Er is wel veel veranderd met én in onze bossen. Vroeger zagen we af en toe handelaars komen die een boom op stam wilden hebben. Ze gaven ons enkele Soles ofwel ruilden ze het hout voor kleren of andere waren. Toen ik kind was waren hier grote houtkapbedrijven aan het werk; zij kwamen met zware machines. Nu trachten we als gemeenschap ons bos zelf te beheren en eigen inkomsten te verwerven. Gelukkig hebben we nu een groep van mensen van de gemeenschap, die aan bosbouw willen doen, én die opgeleid en begeleid wordt zodat de houtkap slechts een beperkte impact heeft op ons bos.

Het bos is voor ons nog altijd heel belangrijk. Voor onze juwelen en artisanaat gaan we vaak op zoek naar geschikte zaden. Ik stel vast dat de fauna zich geleidelijk aan herstelt nu we het beheer van ons bos in eigen handen hebben. We jagen zelf minder en voeren controles uit, zodat er ook niet door indringers gejaagd wordt. Dat willen we zelf en dat zijn ook de normen van het FSC-bosbeheer, waaraan we binnen de gemeenschapsbossen van Buenos Aires aan voldoen. Sinds dat de regio van ons Imiria-meer hier erkend is als natuurreservaat zijn de regels van de visserij ook strenger geworden. Gelukkig maar. Dat voelen we ook; we zien weer meer soorten en grotere vissen. Een ander waardevol product uit het bos is de latex van de Copal boom; die gebruiken we om als insectenwerend middel. Natuurlijk mogen we de natuurlijke materialen voor onze huizen niet vergeten; het hout van de Espintana boom voor de stevige constructie van onze huizen en de palmbladeren van de Shebon voor het dak.

Vroeger heb ik nog stoffen geweven, mijn dochters daarentegen doen en kunnen dat niet meer. Nu kopen we stof uit de stad; stoffen zelf kleuren is ook eerder iets zeldzaams geworden. Ik leer wel nog aan mijn kinderen hoe ze verschillende planten kunnen gebruiken voor ziekten en kwalen.

Ik zou het zo fijn vinden als je meer op bezoek zou komen naar onze en andere afgelegen gemeenschappen, en dat je ons blijft ondersteunen. Ik hoop dat mijn zonen en dochters kunnen werken in en leven van het bos. Ik zou zo blij zijn als wij vrouwen hulp krijgen met ons artisanaat. Ik zou zo graag aan mijn kinderen en kleinkinderen willen meegeven dat ze respectvol omgaan met de dieren en dat ze de natuur naar waarde schatten."

Door: Coördinator tropen Hilke Evenepoel

BOS+ tropen is een NGO voor ontwikkelingssamenwerking met bijzondere aandacht voor mensen, bos én klimaat. BOS+ vindt dat de natuurlijke rijkdommen in eerste instantie aan de lokale bevolking toebehoren; zij moeten hiervan optimaal en duurzaam kunnen genieten.
Ontbossing neemt steeds grotere proporties aan waardoor niet alleen klimaat en biodiversiteit maar ook het welzijn van deze bevolking in het gedrang komt.
BOS+ focust op duurzaam bosbeheer, -behoud en -herstel in het Zuiden en wil hiertoe optimaal samenwerken met de lokale partnerorganisaties.
In het Noorden vergroot BOS+ het maatschappelijk draagvlak voor het globaal & lokaal belang van bossen voor ontwikkeling door het opzetten van educatieve activiteiten en campagnes.

 

 

Ter versterking van haar team zoekt de vzw BOS+ tropen een

Projectmedewerker ontwikkelingseducatie (deeltijds)

Omschrijving van de opdracht
Projectmedewerker van project Olie op het vuur”, gefinancierd door DGD (Belgische Ontwikkelingssamenwerking):
Doelgroep: jongerengroepen en leiding: 15-24 jaar
Thematiek: olieontginning in het Amazonegebied, klimaatverandering, transitie
Doel: Bewustmaking, empowerment, actie & communicatie

BOS+, Jeugddienst Globelink en StampMedia nemen de problematiek van olieontginning in het Amazonegebied en klimaatverandering onder de loep en zetten jongeren aan tot actie. Samen met jongerengroepen doorlopen we een traject van twee tot drie begeleidingen om tot een creatieve en eigenzinnige actie te komen. De jonge verslaggevers van StampMedia schrijven ondertussen een artikelenreeks over jongeren en het klimaat, zodat de stem van jongeren luid en duidelijk weerklinkt. Omdat fossiele brandstoffen zo passé zijn.

Taken:

  • Inhoudelijke inbreng en opvolging (organiseren en begeleiden van workshops aan jongeren, uitwerken van educatief en communicatief materiaal voor de doelgroep, …)
  • Coördinatie met collega’s, projectpartners, financier, doelgroep
  • Financiële en administratieve opvolging
  • Fundraising
  • Opvolging monitoring en evaluatie
  • Kennisbeheer mbt ontwikkelingseducatie, meer bepaald m.b.t. tropisch bos, olieontginning en transitie

Profiel:

  • Opleiding: hoger onderwijs
  • Gebeten door milieu & ontwikkeling
  • Niet bang van organisatie en administratie
  • Ervaring met projecten inzake ontwikkelingseducatie is een pluspunt
  • Ervaring als begeleider/monitor van (jongeren)groepen is een pluspunt
  • Kennis van/ervaring met EDO is een pluspunt
  • Kennis van  Spaans is een pluspunt
  • Zin voor creativiteit
  • Nauwgezet en organisatorisch sterk
  • In staat om zelfstandig te werken
  • Dynamisch, sociaal en communicatief vaardig
  • Bereid tot avond- en weekendwerk
  • (In het bezit van rijbewijs)

Omvang van de opdracht:

Deeltijds contract (60 %) van bepaalde duur (01/02/2016-31/07/2016).
Verloning a ratio van een 100% VTE brutomaandloon van 2.530 euro.

Solliciteren met CV en motivatiebrief tav Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of Geraardsbergsesteenweg 267, 9090 Gontrode, vóór 3 januari 2016. Gesprekken tussen 11 en 15 januari 2016 .
Meer info bij: Thibaut Joris (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. ) of Hilke Evenepoel (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. , 09/264.90.55.)

Pagina 1 van 19
Ontvang onze nieuwsbrief
Gelieve een geldig e-mailadres in te vullen.