De lobbenstad als natuurgebaseerde oplossing. Case-study Sint-Niklaas

woensdag 26 april 2017

In de lobbenstad ben je altijd dicht bij natuur en groen. Lees hoe de stad Sint-Niklaas het concept in de praktijk brengt.

Het lobbenstadmodel werd in de eerste helft van de vorige eeuw ontwikkeld als een tegenreactie tegen de zich concentrisch uitbreidende steden. Doordat de stadsrand steeds verder van de stadskern ging liggen, vergrootte de fysieke én mentale afstand tussen de stadsbewoner en de omgevende natuur en platteland. De stadsbewoner ging minder de open ruimtes opzoeken, de lucht- en waterkwaliteit ging verder achteruit, enzovoort. Kortom, de concentrische groei van de stad had een negatief effect op de levenskwaliteit in de stad.

De ideale lobbenstad bestaat uit een vijf- of zeshoekig stadscentrum, waaruit een aantal sterk verstedelijkte lobben vertrekken. Deze lobben zijn geënt op de wegeninfrastructuur. Tussen de lobben komen groenblauwe vingers voor, die de stedelijke groenelementen verbinden met de groengebieden in de stad. De groenblauwe vingers voorzien de stad in zuiver lucht en zuurstof, slaan koolstof op, bufferen water, en zorgen voor verkoeling. Het zijn ook de locaties waar fietsverbindingen tussen de lobben onderling en tussen de lobben en het stadscentrum kunnen worden voorzien.

De ideale lob is maximum 2.500 m lang, maximum 600 m breed(max. 300 m tot groengebied), en heeft een dichtheid van minimum 50 wooneenheden/ha. De lengte wordt ingegeven voor de focus op fietsverplaatsingen: 2.500 meter is fietsbaar in minder dan 10 minuten voor de meeste fietsers. Door de breedte te beperken tot 600 m heeft iedere lobbenbewoner een groengebied op minder dan 300 m (maximum 5 minuten stappen), en woont iedereen op wandelafstand van de structurerende hoofdassen waarop een frequent openbaar vervoer kan worden uitgebouwd. De beperkte breedte geeft ook de mogelijkheid om veel mensen zicht te geven op de groene omgeving.

Case study Sint-Niklaas

Sint-Niklaas is één van de weinige Vlaamse steden waar geëxperimenteerd wordt met het lobbenmodel. In 2014 werd het ruimtelijk concept door het stadsbestuur bekrachtigd en het lobbenmodel is de basis van de ruimtelijke en mobiliteitsplanning. Het lobbenmodel zal er zelfs toe leiden dat woonuitbreidingsgebieden die niet binnen de verstedelijkte woonlobben liggen, geschrapt zullen worden en omgezet zullen worden in (stads)landbouw, stadsbos of groene gebieden.

Wat betekent het lobbenmodel voor het groen in en om de stad?

De groenblauwe vingers verbinden de groengebieden rondom de stad met de groenelementen in de stad. In de groenblauwe vingers zal er ruimte zijn voor innovatieve inrichting zoals stadslandbouw, speelnatuur, waterberging, etc. De groengebieden langs de stadsrand zullen verbonden worden via een groene singel van minimum 25 meter breed. En rond het stadscentrum wordt een groene stadswal aangelegd die enerzijds meer groen in de stad zal brengen, maar anderzijds ook het stadscentrum fysiek zal begrenzen.

Bron: Lobbenstad Sint-Niklaas. Presentatie door J.F. Van den Abeele (Fris in het Landschap), 4 oktober 2016

Bron: Lobbenstad Sint-Niklaas. Presentatie door J.F. Van den Abeele (Fris in het Landschap), 4 oktober 2016

Meer lezen:

« Terug

Archief > 2017 > april