Agroforestry: nieuw woord, oude praktijk

vrijdag 10 maart 2017

Agroforestry betekent zoveel als het combineren van bomen en landbouw op hetzelfde perceel. De interactie tussen de bomen en gewassen of vee staat dus centraal. Het is belangrijk om goed te weten hoe ze elkaar beïnvloeden, om de voordelen optimaal uit te spelen en om negatieve verrassingen te vermijden.

Enkele decennia geleden (voor WO II) was agroforestry nog heel gangbaar in Vlaanderen. Prikkeldraad bestond nog niet dus weilanden werden afgebakend met doornige hagen en houtkanten waar de boeren ook hun brand- en geriefhout haalden. Overal in Vlaanderen kwamen er hoogstamfruitboomgaarden voor waaronder vee graasde, op ieder boerenerf stond er een notelaar (voor de noten en tegen de muggen) en een paardenkastanje (tegen kolieken bij paarden). Langs natte weilanden werden knotwilgen geplant, zowel voor de ontwatering als voor klompenhout. Enzovoort. Agroforestry is dus een relatief nieuwe term voor iets dat lang geleden mainstream was in onze streken: een plaats geven aan bomen op landbouwpercelen.

Door de opkomst van prikkeldraad, fossiele brandstoffen en het Europese landbouwbeleid (dat in het verleden uitsluitend heeft ingezet op schaalvergroting en intensivering) zijn veel van deze bomen echter uit het landschap verdwenen, vaak onder stimulans van de overheid: door de lage fruitprijzen werden er premies uitgedeeld voor het rooien van fruitbomen, omwille van het risico op ziektes bij peren werden meidoornhagen verplicht verwijderd,...

De laatste jaren zijn de geesten wat gerijpt en is er zowel vanuit de Europese als de Vlaamse overheid een hernieuwde interesse voor agroforestry en zie je deze landgebruiksvorm met mondjesmaat weer ingang vinden.

Boslandbouw kan op veel manieren gebeuren, maar in Vlaanderen zijn er vooral twee vormen van belang

Meer weten:

« Terug