De Lijn langs het lint

vrijdag 20 januari 2017 14:36

Openbaar vervoer is gebaat bij compacte kernen zonder lintbebouwing. Zeker wat busverkeer betreft, kan het openbaar vervoer in een gebied als Vlaanderen dus onmogelijk efficiënt geregeld worden. Meer haltes, meer bussen en een langere reistijd zorgen voor veel onnodige kosten.

Inefficiëntie

Hoe compacter een kern, hoe meer mensen er in de nabijheid van een halte wonen en hoe nuttiger de bushalte dus is. De Vlaamse lintbebouwing zorgt net voor het omgekeerde effect:de kern wordt als het ware uiteen gereten, waardoor de woningen verspreid liggen langs een weg. Hierdoor zijn er meer haltes nodig die bovendien door minder passagiers gebruikt worden. Vlaanderen telt meer dan 40.000 bushaltes (2,92 per km²), terwijl dat cijfer in het driemaal grotere Nederland op slechts 50.000 ligt (1,2 per km²).

De dienstverlening verloopt bovendien minder vlot omdat de bus constant moet remmen en optrekken om telkens maar een paar reizigers te bedienen. Dat lintbebouwing de intensiteit van het autoverkeer verhoogt, helpt natuurlijk ook niet. Overal waar de wegen dichtslibben, staat de bus mee in de file.

Basismobiliteit

Waarom dan niet gewoon haltes afschaffen? Wel, in 2001 voerde de Vlaamse Regering het principe van de basismobiliteit in. Dat garandeert binnen de Vlaamse woonzones een minimumaanbod aan openbaar vervoer. In 2008 had circa 95% van de woongebieden voldoende haltes en werd ongeveer 86% van de woonzones goed bediend. De gebieden die niet in orde waren zouden buitenproportionele kosten met zich meebrengen omdat er amper reizigers van de buslijnen gebruik maken. Veel dunbevolktegebieden worden bediend door een belbus maar rendabel is die constructie niet. In onderstaande tabel kan u zien dat zowel bel- als lijnbussen kampen met structurele onderbezetting. En daar speelt de versnippering van onze woonzones een grote rol in.

Kostendekkingsgraad

Al deze problemen zorgen ervoor dat De Lijn aan concurrentiekracht inboet. In 2015 besteedde de Vlaamse regering 1,03 miljard aan De Lijn en in 2014 bedroeg de kostendekkingsgraad (de mate waarin de maatschappij zijn kosten kan dekken met eigen inkomsten) van de vervoersmaatschappij 15,8%. De Lijn genereert zelf dus slechts 205 miljoen euro. De rest van het budget – een slordige 1 miljard euro - wordt gewonnen uit belastinggeld van de Vlaming. Daartegenover heeft Nederland een kostendekkingsgraad van 38%.

In beeld

Overal langs Vlaamse wegen komt met bushaltes tegen.

Vlaanderen: een roekeloos kluwen vol fermettes, verkeersborden en file. Onze karakteristieke steenwegen zijn bezaaid met bushaltes. De paaltjes, bankjes en hokjes langs het lint zijn niet allemaal even populair. Vaak zijn ze slechts de bestemming van een handjevol mensen die wonen tussen het ergens en nergens. Lijn 42 tussen Brugge en Breskens rijdt van de Vlaamse lintbebouwing naar het open polderlandschap van Zeeland.

Conclusie

Het busnetwerk in Vlaanderen is heel omslachtig. Een hertekening dient zich aan en zou helpen om overbodige haltes te schrappen en trajecten vlotter te laten verlopen. Een andere oplossing om het aandeel van de belastingbetaler in het openbaar vervoer terug te dringen zou de privatisering van het openbaar vervoer kunnen zijn.

Dit dossier is een samenwerking tussen studenten journalistiek van de Arteveldehogeschool en BOS+. Redactie: Annelore Vandervoort, Bavo Delbaere, Cheyenne Curé, Jeroen Desmecht, Michiel Martin, Senne Verhaeghe, Stef Debeuf, Vincent Cardon, Willem De Maeseneer
Projectwebsite van de studenten

Meer weten:

« Terug