COPtimisme: 5 redenen om optimistisch te zijn over het klimaat

woensdag 25 januari 2017 13:49

Droogte. Overstromingen. Bosbranden. Orkanen. Elke dag lijkt er nieuws te zijn over de schadelijke gevolgen van klimaatverandering. En sinds het internationale Akkoord van Parijs voor klimaatactie werd ondertekend, eind 2015, is het niveau van koolstofdioxide in de atmosfeer blijven pieken, waardoor 2016 het warmste jaar was sinds de metingen. Met andere woorden: verwacht niet dat nieuwsberichten over klimaatgerelateerde rampen binnenkort zullen afnemen.

En nu hebben de Verenigde Staten, een van de belangrijkste ondertekenaars van het historische Akkoord van Parijs, een klimaatsceptische president.

Het nieuws is grimmig. En toch moeten we erkennen dat er substantieve vooruitgang is geboekt: bedrijven, overheden, ngo's, burgers en gemeenschappen wereldwijd ondernemen belangrijke acties om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Terwijl de gevaren van slecht overheidsbeleid niet ontkend kunnen worden, worden we aangemoedigd door tekens van samenwerking en een groeiend bewustzijn van de urgentie waarmee we klimaatverandering moeten aanpaakken. Mensen snappen het

Het implementeren van de doelstellingen van het Akkoord van Paris was de focus van de VN Klimaatconferentie (COP22) van eind 2016, in Marrakech, Marokko. We kunnen het ons niet veroorloven om moedeloos te worden, er staat te veel op het spel. Maar het goeie nieuws is dat dat ook niet nodig is. Hier zijn vijf redenen om optimistisch te blijven over klimaatactie:

  1. Het Akkoord van Parijs is sneller in werking getreden dan eender welk multilateraal akkoord ervoor (ter vergelijking: bij het Kyoto Protocol Protocol duurde het acht jaar om te ratificeren, en de VS hebben het nooit ondertekend). Vijfenvijftig landen, die minstens 55% van de globale emissies vertegenwoordigen, moesten het klimaatakkoord van Parijs ratificeren opdat het in werking trad, en sinds oktober 2016 hebben 92 partijen dat gedaan. Vijf ondertekenende landen alleen al (China, de VS, India, Brazilië en Indonesië) vertegenwoordingen ongeveer 46 procent van de globale emissies, dus hun bijdrage is significant. COP22 markeert het startpunt voor landen om hun emissies te beperken en te voldoen aan de doelstelling die in Parijs werd bepaald. Hoewel de doelstelling waarschijnlijk onbereikbaar is, zelfs als alle landen hun huidige engagementen vervullen, hebben wereldleiders zich in beweging gezet. Deze landen begrijpen dat het in hun eigen belang is om actie te ondernemen tegen klimaatverandering; samenwerking tussen hen zou de overhand kunnen krijgen en andere landen, zoals China, tot een dwingende leidende rol kunnen stimuleren. Voor hen die ongerust zijn over wat een klimaatsceptische Amerikaanse president kan doen tegen het Akkoord van Parijs, is het de moeite om op te merken dat het historische akkoord tot stand kwam om precies zo'n bedreiging te weerstaan: het zou de VS vier jaar — de lengte van een presidentiële termijn— kosten om zich terug te trekken uit het Akkoord van Parijs. 

  2. Terwijl overheden en diplomaten zwoegen op beleid, maken vooruitdenkende bedrijven en andere niet-statelijke actoren klimaatverandering en duurzaamheid tot de kern van hun zaak. Meer dan 400 bedrijven van consumptiegoederen hebben doelstellingen vooropgesteld om de inkoop of de productie van grondstoffen die voor ontbossing zorgen te verminderen of regelrecht te stoppen. Unilever en McDonald’s, bijvoorbeeld, hebben zich geëngageerd om ontbossing te proberen elimineren uit specifieke bevoorradingsketens en om veratwoord producten aan te kopen. Fast-fashion gigant H&M engageert zich om over te gaan naar een circulaire bevoorradingsketen; terwijl papier- en verzorgingsberijven zoals Domtar en Kimberly-Clark omvattende bos- en milieubehoudsprogramma's hebben lopen. Google is de grootste corporate koper van hernieuwbare energie geworden, met het doel om de tech-industrie te transformeren. Duurzaamheid wordt een mainstream bezorgdheid en de publieke druk verandert de attitudes in de kantoren bij bedrijfsleiders.

  3. Propere energie krijgt voet aan grond, en toont het potentieel om te concurreren met fossiele brandstoffen. Het afgelopen jaar werden er wereldwijd elke dag 500.000 zonnepanelen geïnstalleerd. De kostprijs van zonne- en windenergie daalt snel, vaak zonder subsidies, waardoor propere energie toegankelijk en goedkoop wordt. Ondertussen blijft het gebruik van steenkool wereldwijd afnemen, in het bijzonder in China — 's werelds grootste uitstoter van koolstof— tegen de achtergrond van wereldwijde economische groei. De wereld heeft vandaag een grotere capaciteit om energie te genereren uit hernieuwbare bronnen dan uit fossiele brandstoffen. In de Verenigde Staten alleen al heeft de zonne-industrie in 2015 35.000 jobs gecreëerd (70 procent meer dat de steenkoolindustrie), en verwacht wordt dat er in 2016 nog eens 44.000 bij komen. Propere energie is nog niet de norm, maar het wordt wel mainstream. Met de financiering van de overdracht van technologie naar armere landen, kunnen sommigen de fase van afhankelijkheid van fossielee brandstoffen misschien overslaan tijdens hun economische ontwikkeling. De groei van propere energie is van cruciaal belang —als we niet afraken van de afhankelijkheid van koolwaterstoffen als motor voor globale economische groei, zullen alle andere strategieën om koolstofuitstoot te beperken ontoereikend blijken.

  4. Er zijn wereldwijd 500 miljoen kleinschalige boerderijen, die ongeveer 2 miljard mensen bevoorraden en de meerderheid van het voedsel voor Azië en sub-Sahara Afrika voorzien. De beweging om deze boeren te ondersteunen en in hen te investeren om hun levensonderhoud te verbeteren en een grotere voedselzekerheid te bereiken, groeit. Bijvoorbeeld: 1,2 miljoen boeren hebben klimaatslimme landbouwpraktijken aangenomen die hun uitstoot van broeikasgassen (en het gebruik van pesticiden) verminderen, en hun opbrengst per hectare verhogen. Hun boerderijen zijn Rainforest Alliance Certified™ en volgen de strikte standaard van het Sustainable Agriculture Network. Door klimaatslim aan landbouw te doen, bereiken ze drie belangrijke zaken. Ten eerste, een betere aanpak leidt tot meer voedsel op dezelfde oppervlakte land. Dit kan de nood om natuurlijke bossen om te vormen naar akkers verminderen, en daardoor uitstoot vermijden en habitats voor dieren behouden. Ten tweede, deze grotere productiviteit helpt boeren om meer inkomsten te genereren en hun levensonderhoud te verbeteren. Ten derde, de technische kennis van de boeren verbetert, dus boerderijen zijn beter bestand om op droogte, hogere temperaturen en onberekenbare regenval te reageren en eraan te weerstaan. Dit noemt men klimaatbestendigheid en hoewel het moeilijk te kwantificeren is, is het een significant resultaat van wijdverspreide investeringen in klimaatslimme landbouw.


  5. Terwijl landbouwexpansie de grootste reden voor ontbossing is, voorzien bossen de beste verdediging tegen klimaatverandering. In de tropische bossen van Azië, het Congo-bassin en de Amazone, winnen inheemse en lokale gemeneschappen landrechten over de bossen die ze thuis noemen en ontwikkelen ze duurzame bosbouweconomieën. De gemeenschappen die in het bos leven hebben de sterkste motivering om het te behouden. Waar hun rechten duidelijk gevestigd zijn, gebruiken ze het bos —zonder het te vernietigen—om een betekeisvol levensonderhoud uit te bouwen. Waar lokale en inheemse gemeenschappen legale of officiële rechten hebben over hun land in de tropen, zijn ontbossingsratio's lager dan elders. Deze gemeenschappen slagen bovendien 37,7 miljard ton koolstof op. Dat is 29 keer de jaarlijkse CO2-uitstoot van al de passagiersvoertuigen op de planeet.

Het is duidelijk dat het goed zou zijn voor landen om de landrechten van (inheemse) gemeenschappen te verduidelijken, te verzekeren en te beschermen. Het is niet alleen een effectieve manier om de doelstellingen van het Akkoord van Parijs te halen, het is ook een goedkope manier. Recente studies in Latijns-Amerika tonen dat de kostprijs voor het veiligstellen van landbezit voor inheemse gemeenschappen ongeveer 1 procent van de totale waarde van de voordelen bedraagt die door de bescherming van bossen tot stand komen. Vandaag zijn bijna een derde van de tropische bossen onder een vorm van gemeenschapsbeheer en dat percentage neemt toe. Het verankeren van landbezit heeft een dubbel effect: het beschermt bossen, dus het mitigeert (verzacht) klimaatverandering, en het respecteert mensenrechten.

De doelstellingen van het Akkoord van Parijs halen, vereist veranderingen van beleid op hoog niveau, vooruitgang in technologie en infrastructuur en actie van overheden —maar zelfs kleine en lokale acties kunnen helpen. Terwijl de wereld naar de implementatiefase gaat, hebben we nood aan heel veel inspiratie en optimisme om te zegevieren in wat een zware strijd lijkt te worden. Het is absoluut noodzakelijk dat we druk blijven zetten en een gevoel van urgentie veroorzaken bij onze gemeenschappen, bedrijven en leiders—en niet alleen bij de president van de Verenigde Staten. En dat organisatie hun aanzienlijke collectieve gewicht in de schaal werpen voor het gemeenschappelijke doel van het verminderen van klimaatverandering. 

Dit artikel is een vertaling van een artikel van Rainforest Alliance en verscheen origineel op Sustainablebrands.com.

« Terug