Wat heeft ruimtelijke ordening met natuur te maken?

donderdag 19 januari 2017 13:36

Vlaanderen is de meest dichtbebouwde regio van de Europese Unie, een weinig eervolle prestatie. De versnippering gaat zo ver dat land stilaan een schaars goed is in Vlaanderen, en dat verschillende functies op een steeds beperktere oppervlakte moeten gerealiseerd worden. Onze Vlaamse ruimte botst op zijn limieten.

Ruimtebeslag is het aandeel van de landoppervlakte die wordt ingezet voor functies als wonen, werken en mobiliteit. In Vlaanderen bedraagt dat ruimtebeslag meer dan een kwart van de totale landoppervlakte. Ter vergelijking: Nederland heeft met zijn hogere bevolkingsdichtheid een ruimtebeslag van slechts 13%. En in de meeste Europese landen blijft men zelfs onder de 5%. Sinds 1982 is Vlaanderen bovendien meer dan 130.000 hectare aan open ruimte kwijtgespeeld door een zeer versnipperde inname van grond voor wonen, werken en mobiliteit.

En dat “ruimtebeslag” gaat vandaag onverminderd verder, want nog  elke dag verdwijnt er zes hectare open ruimte. We zijn met andere woorden de meest versnipperde, meest verharde, en meest bosarme regio van West-Europa (op enkele dwergstaten na).

Geen wonder dat we met zijn allen massaal in de file staan, dat een betaalbaar openbaar vervoer onhaalbaar is, dat onze bouwgronden duur zijn, dat landbouwers moeilijkheden hebben om land te vinden en dat natuurverenigingen de grootste moeite hebben om natuur te behouden of – moeilijker nog – uit te breiden.

Hoe is het zover kunnen komen?

Simpel, onze ruimtelijke ordening deugt niet. Een rit door het Vlaamse land toont al snel de pijnpunten: Vlaanderen verkavelingsland, koning van de lintbebouwing. Honderdvijftig jaar geleden waren de steden vuil en onleefbaar, en vreesden de katholieke elites dat verstedelijking zou leiden tot losbandigheid en stemmen voor de socialisten. De overheid voerde daarom een sterk anti-stedelijk woonbeleid en was tegen collectieve woonvormen. Fabrieksarbeiders werkten in de grote industriële bekkens, maar bleven gehuisvest op het platteland, waar hen volop kansen werden geboden om een eigen huis te bezitten. De Vlaming met de baksteen in de buik werd hier geboren.

Na de Tweede Wereldoorlog was er geen verbetering. De premie De Taeye stimuleerde de bouw van 50.000 goedkope woningen voor heel België, jonge koppels werden actief aangezet om zelf een eigen huis te bouwen. Daarbij werden weinig restricties gezet: bijna eender waar konden gegadigden het huis van hun dromen bouwen.

En terwijl andere Europese landen al lang gemerkt hadden dat land een schaars goed was en dat verrommeling van de ruimte enorme beheerkosten met zich mee bracht - sommige landen begonnen al aan het einde van de negentiende eeuw maatregelen te nemen -, duurde het in België tot de jaren 80 van de vorige eeuw om een eerste poging tot echt ruimtelijk beleid te ontwikkelen. Niettemin bleven heel wat achterpoortjes in de regelgeving wagenwijd openstaan, en bleef de Vlaamse bouwwoede ook de voorbije decennia over Vlaanderen razen, met verregaande versnippering en verharding van ons landschap tot gevolg.

Meer weten over de geschiedenis van lintbebouwing en verkavelingen

En nu? 

Eind 2016 besefte de Vlaamse regering dat het zo niet verder kon, en kondigde ze een zogenaamde betonstop aan. Volgens dat principe zal er ook in de toekomst nog kunnen gebouwd worden, maar enkel op voorwaarde dat de totale verharde oppervlakte niet meer toeneemt. Een levensnoodzakelijke maatregel om wat ons nog rest aan open ruimte te behouden. Maar: de timing om dit plan te implementeren (2040, met een afbouwscenario vanaf 2025) is laat, veel te laat. De regering schuift haar verantwoordelijkheid naar de toekomstige generaties door, en zelfs als die in dit opzet zouden slagen, zal tegen 2040 nog eens tienduizenden hectare open ruimte ingenomen zijn door bijkomende bebouwing en wegen. Dit uitstel impliceert meteen ook dat de komende decennia bos- en natuurbeschermers achterhoedegevechten zullen moeten blijven leveren om hier en daar één van de vele bedreigde bossen en natuurgebieden te vrijwaren.

Meer ruimte voor bos en natuur betekent dus onvermijdelijk een duidelijke visie op de ruimtelijke ordening van het platteland, die gepaard moet gaan met actie op het terrein. En de zorg voor een duurzaam platteland is op zijn beurt nauw gelinkt met de leefbaarheid van onze steden. 

Meer weten over bomen buiten het bos

Meer weten:

« Terug