COP22 | De conclusie: positieve signalen maar nood aan stevige actie

maandag 21 november 2016 15:13

In Marrakesh eindigde vorige week, vrijdag 18 november, de 22ste klimaattop. De Belgische leden van het Platform Klimaatrechtvaardigheid* aanwezig op COP22 maken de balans op van een constructieve internationale klimaatconferentie. Het belangrijkste resultaat van COP22 is de start van een traject dat in 2018 tot sleutelbeslissingen over de implementatie van het Akkoord van Parijs moet leiden. Twee intensieve jaren kondigen zich aan.

Lien Vandamme van 11.11.11, in naam van het Platform Klimaatrechtvaardigheid:

“Er werden kleine stappen gezet om het Akkoord van Parijs te concretiseren, maar er is nog enorm veel werk voor de boeg om de opwarming effectief tot 1,5 °C te beperken.”  

In het kielzog van de snelle inwerkingtreding van het Akkoord van Parijs en de Amerikaanse verkiezingen geeft de Marrakech Action Proclamation een belangrijk politiek signaal dat de politieke wil en ambitie ingeschreven in het Akkoord van Parijs niet minder is geworden.

Het belangrijkste resultaat van COP22 is de start van een intensief traject dat in 2018 tot sleutelbeslissingen over de implementatie van het Akkoord van Parijs moet leiden. Het is belangrijk dat de Europese Unie en andere grote uitstoters tegen dan hun ambities verhogen. De discussies in Marrakesh verliepen moeizaam, vooral de toekomst van de internationale klimaatfinanciering en het Adaptation Fund (een belangrijk klimaatfonds voor de ontwikkelingslanden) zorgden voor tegenstellingen. Er werden verschillende technische beslissingen genomen om het werk verder te zetten in 2017 en 2018.

De uitdaging voor België is nu om een Nationaal Klimaat- en Energieplan voor 2030 op te stellen, samen met een langetermijnvisie die coherent is met de engagementen van Parijs en de rechtvaardige transitie naar een koolstofarme maatschappij integreert. “Dat plan moet begin 2018 ingediend worden bij de Europese Unie. Dat betekent in de praktijk dat zowel de federale overheid als de regio’s morgen al aan de slag moeten.” concludeert Lien Vandamme. 

« Terug