Minder grijs, meer groen?

woensdag 16 november 2016 14:55

Op 8 november organiseerde de Hogeschool Gent een debatavond rond het natuurbeleid in Vlaanderen en de rol die kunst en landschapsontwerp kan spelen om de natuur in Vlaanderen te versterken. Na een performance van Wouter Deprez over zijn recente actie als geëngageerde en bezorgde burger voor het behoud van het “Essersbos” (Genk) en voor een effectiever bosbeleid, gingen docenten van de opleiding Landschapsarchitectuur aan de School of Arts (HoGent) in debat met Denis Dujardin, Paul Geerts en Wouter Deprez over de relatie tussen kunst, natuur, esthetiek en ethiek. 

De debatavond ‘Minder grijs, meer groen’ ging van start met de performance van Wouter Deprez over zijn recente relatie met het Vlaams natuurbeleid (en over hoe zijn moeder het hele verhaal met verbazende verstomming volgt en becommentarieert). Hij verdiepte zich de laatste maanden in de dossiers van de zaak Essers en kreeg een opmerkelijke affiniteit voor het Gemeentelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (oftewel het GRUP) en het milieu-effectendossier. Tot zijn verbazing merkte hij dat er bij de overheid toch het één en ander fout moet gelopen zijn. Hij deelde zijn bezorgdheid op Facebook en zoals iedereen gemerkt heeft werden zijn posts gretig geliket en gedeeld. Vlaams minister Joke Schauvliege kon daar niet mee lachen, ze ontkende de fouten, noemde Deprez een hype en voelde zich uiteindelijk persoonlijk geviseerd. De zaak Deprez werd dan maar beschouwd als afgesloten. Hij verdiepte zich dan maar in het Boscompensatiefonds, waarvan hij vaststelde dat dit fonds wel 8 miljoen EUR bevat, maar dat het geld niet mag worden uitgegeven. Met steeds stijgende verbazing stelt Deprez vast dat er nog wel meer fout loopt met het boscompensatiefonds. Amper 16 % van de ontbossingen waarvoor geld gestort wordt in het boscompensatiefonds werden effectief gecompenseerd, de boscompensatiebijdrage is de afgelopen 15 jaar niet geïndexeerd en is dus veel te laag om gronden voor compensatiebebossing aan te kopen. De bottom-line van zijn betoog is een oproep naar een consequent (bos)beleid, dat minstens haar eigen beloftes nakomt: 10.000 ha bosuitbreiding tegen 2007 (waarvan op dit moment 380 ha gerealiseerd) en het effectief compenseren van ontbossingen (± 20% van de in natura compensaties is niet gerealiseerd).

Na deze uiteenzetting gingen docenten van de School of Arts Paul Demets (ook plattelandsdichter voor de provincie Oost-Vlaanderen), Sylvie Van Damme en Hendrik Devis in gesprek met Denis Dujardin (Landschapsarchitect & Docent Landschap aan de faculteit Architectuur van Louvain-la-Neuve), Paul Geerts (journalist met een passie voor tuin- en landschapsarchitectuur, bomen en bossen) en Wouter Deprez over de rol van kunst en landschapsontwerp om de natuur in Vlaanderen te redden.

Een eerste discussielijn ging over het nut en vervangbaarheid van bossen en natuur. Er ontstond een discussie over uitspraken zoals “bomen zijn gemaakt om gekapt te worden” en over het nut van het rooien van uitheemse soorten en ontbossing voor heideherstel. Er was in het panel geen eensgezindheid of biodiversiteit, dan wel esthetiek de belangrijkste parameter moet zijn om bepaalde soorten te planten, behouden of bevoordelen. Paul Geerts introduceerde het Angelsaksische begrip “Urban Forestry” in het debat. Urban Forestry gaat verder dan de stads(rand)bossen zoals die in Vlaanderen ontwikkeld worden, maar omvat ook alle straatbomen en bomen in parken en groengebieden. Het erkennen van de grote waarde van dit “Urban Forestry”-netwerk, en het inschakelen van dat netwerk in het natuur- en landschapsbeheer en ontwerp zou de ecologische structuur in Vlaanderen sterk vooruit helpen. noot: dergelijke netwerken worden vandaag ook benoemd als groene infrastructuur

Een tweede lijn in de discussie ging over privaat eigendomsrecht versus collectief recht op natuur. Paul Demets verwees naar Robert Elliott’s term “False Forest” om te verwijzen naar de ontbrekende compensatiebossen. De nood aan gemengd ruimtegebruik kwam ruim aan bod, met opnieuw een verwijzing naar de term “Urban Forestry”.

Het panel had het tenslotte ook over hoe we mensen kunnen bewustmaken van het belang van bossen en natuur. Paul Demets verwees naar de belangrijke rol van de dichters van de Lappersfort Poets Society, die altijd mee zijn blijven trekken aan de kar om een deel van het Lappersfort te beschermen. Hij stelt ook vast dat er nu veel meer aandacht is voor natuurgroen, dan voor cultuurgroen (zoals aangelegde tuinen etc.). Dennis Dujardin had het dan weer over zijn verwondering dat iedereen wel wil moestuinieren in zijn eigen tuin, maar niet verder kijkt naar de natuur in zijn ruimere omgeving. Demets sprak de mening van de rest van het panel tegen dat conflicten rond ontbossingen iets recent zijn: hij verwees naar protesten tegen het kappen van het Haagse Bos (onder Willem van Oranje) en Fontainebleau (Franse koningen). Hendrik Devisch verwees ook naar de ongekende grote kaalslagen in de 10e tot de 12e eeuw om de noden van de explosief groeiende steden Brugge en Gent te voeden.

Ook over de finale vraag “Kan kunst de natuur redden” waren er evenveel meningen als panelleden. Dennis Dujardin ziet kunstenaars als indicatoren, die met bepaalde beelden induceren, die dan door landschapsarchitectuur in de realiteit gebracht worden. Paul Geerts benadrukte dan weer de rol van Land Art, een kunstvorm die hij echter steeds minder belangrijk ziet worden.

Als afsluiter las Plattelandsdichter Oost-Vlaanderen, Paul Demets, zijn gedicht ‘Kikakaka ko’ voor dat hij speciaal geschreven had voor dit Studium Generale.

De plattelandsdichter is een initiatief van de provincie Oost-Vlaanderen

« Terug