Chocolade voor de vrede in Yasuní

woensdag 09 november 2016 16:39

Diep in de Ecuadoraanse Amazone, helpt de cacaoteelt van inheemse vrouwen de levensomstandigheden van hun gemeenschappen te verbeteren en de vrede tussen geïsoleerde volkeren te bevorderen. Een succesverhaal waar we trots op zijn. In een onlangs gepubliceerd artikel, geeft El País tekst en uitleg.

Marc Missoorten, naar een artikel van Jaime Giménez voor El País. Foto's door Esteffany Bravo S.

Wat draagt de naam 'Wao' en komt uit het oerwoud? Nee, het gaat hier niet om een kind maar om een chocolademerk. Geproduceerd door vrouwen van de inheemse Waorani gemeenschappen, is deze chocolade niet alleen een zoet genot, maar moet ze ook dienen om de relaties tussen twee inheemse volkeren te verzachten.

Een situatieschets. In Yasuní, een prachtig natuurreservaat in het Ecuadoraanse Amazonegebied, leven twee inheemse volkeren op korte afstand van elkaar: de Waorani en de Taromenane. Hoewel onopgemerkt voor de wereld buiten het oerwoud, en met onregelmatige tussenpozen, woeden er al decennia lang hevige conflicten tussen beiden. Terwijl de Waorani zestig jaar geleden het contact aangingen met Noord-Amerikaanse missionarissen en vandaag min of meer geïntegreerd zijn in de Ecuadoraanse samenleving, houden de Taromenane tot op heden vast aan een meer verborgen leven in de jungle. Dat zij daarbij steeds sterker te lijden krijgen onder de inname van hun territorium door petroleummaatschappijen en de houtindustrie, en daarmee ook een toename van het aantal wegen en kolonisten, maakt de relatie met de buitenwereld er niet makkelijker op. Zo speelden beide volkeren, in een spiraal van wederzijdse wraakoefeningen, de laatste jaren afwisselend de hoofdrol in bloedige confrontaties. Het belang van de chocolade die de Waoranivrouwen maken, ligt er dan ook in dat deze hun volk duurzame inkomsten bezorgt en overbejaging van wilde dieren en nieuwe ontbossing, steeds dieper in het Taromenanegebied, onnodig maakt. Of hoe de duurzame productie van Wao chocolade de kans op vrede en rust in Yasuní kan vergroten.


Oorlog in Yasuní…

De Waorani hebben steeds bekend gestaan als een krijgslustig volk. Diep verborgen in het oerwoud, zwierven ze vrij door het hele Amazonebekken, lang voor er daar van nationale grenzen sprake was. Afgaand op hun taal, die in niets gelijkt op om het even welke andere taal uit de regio, neemt men zelfs aan dat zij ook binnen het regenwoud duizenden jaren in isolement konden leven. Wanneer zij toch in contact kwamen met andere inheemse volkeren, of later met invallen van Spanjaarden en halfbloeden, leidde dit tot hevige confrontaties maar ook tot golven van intern geweld. Zo ook in de periode van de eerste contacten met blanke misionarissen in 1956, toen de verschillende Waoraniclans verwikkeld waren in een genadeloze en bloederige burgeroorlog. In een poging daaraan te ontsnappen, kozen de meeste groepen ervoor om zich bij de missionarissen aan te sluiten. Anderen, zoals de Tagaeri clan, wantrouwden de vreemdelingen en besloten in het oerwoud te blijven leven. Zo zouden zij en de Taromename uiteindelijk de laatste gemeenschappen worden die geïsoleerd in het Ecuadoraanse oerwoud woonden, en waarnaar vaak gerefereerd wordt als de ‘no contactados’. Vandaag gaat men ervan uit dat de Tagaeri verdwenen zijn of zich met de Taromenane vermengden, terwijl de Taromenane zelf ook met uitsterven bedreigd zijn. Hun aantal wordt op nog slechts enkele honderden geschat.

De laatste grote uitspatting van geweld in de regio dateert van begin dit jaar, in een conflict dat terugging tot maart 2013. Toen had een groep Waorani een Taromenanedorp aangevallen en tientallen mensen, waaronder vrouwen en kinderen, vermoord. Terwijl deze opflakkering van geweld er kwam na jaren van relatieve rust, toonde ze de buitenwereld niet alleen dat de verborgen oorlog in het Ecuadoraanse oerwoud nog steeds voortwoedt, maar ook het (door velen in twijfel getrokken) voortbestaan van de ‘no-contactados’. De Taromenane, gevreesd om hun kracht en bedrevenheid met hun enorme lansen, lieten de agressie onbeantwoord tot januari 2016. Toen doorboorden die lansen de lichamen van een Waorani-echtpaar dat de Shiripuno-rivier in een kano overstak. De man, stierf ter plaatse, maar zijn vrouw Onenka overleefde de aanval en werd zo één van de weinige mensen die hun confrontatie met de Taromenane kunnen navertellen.



maar ook bedreigingen van de petroleum- en houtindustrie

Toch zou het fout zijn het geweld in de regio uitsluitend af te schrijven op twisten tussen de Waorani en de Taromenane; de werkelijkheid is een stuk complexer. Ook de aanhoudende illegale kap van waardevolle houtsoorten en de invasieve landhonger van petroleummaatschappijen wekken de woede van de ‘no contactados’ op. In 2009 werden een halfbloed vrouw en twee van haar kinderen vermoord door de Taromenane, vlak bij een petroleumboorput in de gemeente Los Reyes. ‘De Taromenane grijpen naar geweld omdat het oerwoud alsmaar inkrimpt. Voor hen staat het rooien van bos gelijk aan verbanning uit hun huizen en hun territoria… ze voelen dat aan als een verlies vanhun leefwereld en isolement’ vertelt Washington Huilca van de Fundación Labaka, die ijvert voor vrede in de regio. Zelf woont hij al van kindsbeen af in de rand van de Yasuni: ‘Ik kwam naar hier met mijn familie, die zich in het Amazonegebied wilde vestigen. Wij waren arm en we waren op zoek naar grond om op te leven. In die tijd was alles hier oerwoud, er bestonden nauwelijks wegen en van overvallen was geen sprake. Ik trok rond in de jungle en stootte op vreemdsoortige woningen. Destijds besteedde ik er geen aandacht aan, maar inmiddels weet ik dat het om hutten van de Taromenane ging. De houtblokken in het vuur smeulden soms nog en zij konden niet ver weg zijn, maar ze deden ons nooit iets.'

De voorbije julimaand was Huilca één van de deelnemers van de ‘Caravana de Paz’, een tiendaagse ‘vredestocht’ langs Waoranidorpen in de contactzone met het territorium van de Taromenane. Daarmee wilde men aantonen dat het verbeteren van de levensomstandigheden in deze dorpen ook rechtstreeks bijdraagt aan de preventie van conflicten met de Taromenane. Duurzaamheid is een sleutelwoord in dit verhaal. De Waorani trekken immers niet alleen het oerwoud in om te jagen, maar ook deel van de illegale houtkap is op hen terug te voeren en een aantal onder hen werken in de petroleumontginning. Pas als deze activiteiten verduurzaamd kunnen worden, of vervangen door goede alternatieven, zal de druk op het territorium van de Taromenane afnemen, en de onderlinge relaties herstellen.


En zo verschijnt het chocoladeproject Wao als een klein lichtpuntje in een onzekere toekomst. Aan de ideeën van Huilca komt het alvast helemaal tegemoet: ‘Wat de mensen daar echt zou helpen, zijn performante projecten die educatie, gezondheidszorg en dergelijke zaken bevorderen. Alleen zo vermijdt men dat zij zich steeds verder in het oerwoud vestigen in hun zoektocht naar land’.




Waoranivrouwen strijden voor vrede

De ouderen zeggen dat de mannen lang geleden oorlog wensten, maar dat de vrouwen daar niet meer van wilden weten en nu in vrede willen leven.’, vertelt Mencay Nenquihui Nihua, voorzitster van de ‘Asociación de Mujeres Waorani de la Amazonía de Ecuador’ (Amwae), de vereniging van Waoranivrouwen. Deze vereniging probeert sinds 2005het leven van haar leden te verbeteren en hun zelfstandigheid te vergroten, en zette daartoe recent ook het Wao chocoladproject op poten. ‘We waren bezorgd omdat onze mannen te veel wild uit de bergen haalden. Ze joegen er om het vlees te verkopen op de lokale markt’ gaat Mencay verder. ‘Als ze zo verder gegaan waren, zouden ze het wild uitgeroeid hebben en zou er voor onze kinderen niets meer overgebleven zijn.’

 

Om het plunderen van het wildbestand te stoppen, zochten de Waoranivrouwen naar een manier om inkomsten voor hun gemeenschap te verwerven buiten de jacht om. Aanvankelijk begonnen ze ‘artesanías’, kleine gebruiksvoorwerpen en juweeltjes, te maken om ze in de steden te verkopen. Volgens technieken van hun grootmoeders, vlechten de vrouwen armbanden, halssnoeren en tassen uit bladvezels van de ‘chambira’palm (Astrocaryum chambira) die in het regenwoud groeit. Later startten ze, met de hulp van de lokale NGO EcoCienca, het Wao chocolade project op. ‘We moesten de vrouwen uit de dorpen opleiden om ze te leren de cacao te telen, te oogsten en de zaden te laten gisten en drogen’ legt Mencay uit. Vandaag verbouwen zij hier de Ecuadoraanse variëteit ‘cacao fino de aroma’, op plantages die worden aangelegd op plaatsen die voorheen reeds ontbost waren, om bijkomend verlies van waardevol bos te vermijden. Wanneer de oogst verwerkt is, koopt Amwae de cacaobonen van de producenten aan een eerlijke prijs en brengt ze naar de fabriek van Bios in Quito, waar ze verwerkt worden tot chocoladereepjes van 30 en 100 gram. Tenslotte zorgt de organisatie voor de verpakking en distributie van het eindproduct, dat verkocht wordt over heel Ecuador. Alle winst, van de ‘artesanías’ en van de chocolade, gaat rechtstreeks naar de Waoranivrouwen. Het initiatief kent zoveel succes dat de lokale wildhandel inmiddels stilviel. Een erkenning voor hun inspanningen kreeg AMWAE van de VN, die het project in 2014 bekroonde met de ‘Premio Ecuatorial’.

We zijn geen grote producenten, maar met de cacao en de ‘artesanías’ hebben we onze kinderen een betere opvoeding en gezondheidszorg kunnen bieden. Deze inkomsten hebben ons echt geholpen’, bevestigt Mintare Baihua, terwijl ze ons trots de cacao toont die ze met haar Waoranigemeenschap in de provincie Orellana, kweekt. Met haar oogleden en jukbeenderen oker-rood geschilderd en met een kroon van veren op het hoofd, toont deze sterke vrouw zich bezorgd over het conflict dat haar gemeenschap met de Taromenane heeft. ‘Hier heel dichtbij leven families van deze stam. We moeten hen respecteren, want we zijn buren. We willen in vrede met hen leven zonder ruziën en begrijpen dat we onze territoriumgrenzen dan ook niet mogen overschrijden’. Toch blijft Mencay glimlachen: ‘We moeten optimistisch blijven, ondanks het feit dat we in oorlog leven’.


Dit project wordt ondersteund door BOS+, gesubsidieerd door het Vlaams Fonds voor Tropisch Bos. Meer info erover, vind je op onze projectpagina

 

« Terug