10 medicijnen waarvan je niet wist dat ze uit het bos komen

woensdag 09 maart 2016 17:34

Een kwart van onze geneesmiddelen bevat plantaardige stoffen. De helft daarvan is afkomstig uit de tropische regenwouden. Naar schatting 50.000 plantensoorten worden medicinaal gebruikt, met een handelswaarde van meer dan 60 miljard dollar per jaar. Binnen het plantenrijk hebben bomen een substantiële bijdrage aan deze cijfers, veel bomen worden gebruikt in traditionele en modern geneeskunde.

Alle planten produceren chemische stoffen: fytochemicaliën. Sommige ervan hebben genezende eigenschappen. Wetenschappers schatten dat slechts 1% van de planten tot nu toe op geneeskrachtige eigenschappen is onderzocht.

1. Aspirine

Aspirine is misschien wel het bekendste geneesmiddel dat uit een boomsoort wordt gewonnen. Salicylzuur zit in wilgenbast. Al millennia wordt het in heel de wereld gebruikt als koortswerend middel. Zelfs Hippocrates, de vader van de geneeskunde, beval zijn patiënten rond 300 v.C. al aan om op de wilgenbast te kauwen om koorts en ontstekingen te verminderen. De wilg groeit in Europa, China en Noord Amerika, alles soorten kunnen gebruikt worden in de geneeskunde. Het was van de schors dat wetenschappers van het Duitse bedrijf Bayer aspirine ontwikkelden in 1897. Een interessante kanttekening: Bayer verloor al zijn patenten en handelsmerken in de Eerste Wereldoorlog, toen de Amerikaanse regering de onderneming als oorlogsbuit in beslag nam en het patent veilde aan een Amerikaans bedrijf.

2. Roze maagdenpalm

De roze maagdenpalm groeit in het regenwoud in Madagascar. Het is een kleine, altijdgroene plant met lichtroze bloemen. In de jaren vijftig van de vorige eeuw ontdekten westerse onderzoekers dat muizen met leukemie langer leven na een inspuiting met een extract van de maagdenpalm dan onbehandelde zieke soortgenoten. In 1960 werden testen op mensen uitgevoerd, met succes! Wetenschappers vonden uiteindelijk twee werkzame stoffen in de roze maagdenpalm. Vincristrine is een geneesmiddel voor kinderen met leukemie. Met vinblastine behandelen dokters mensen met de ziekte van Hodgkin. Aan de ontdekking van deze twee medicijnen hebben vele mensen hun leven te danken.

3. Kinine

Kinine werd voor het eerst ontdekt in een boom in het regenwoud, Cinchona ledgeriana, meer dan honderd jaar geleden. Jarenlang werd de kinine chemisch geëxtraheerd uit de schors van deze boom en verwerkt in pillen die malaria behandelen. Tot een wetenschapper erin slaagde een synthetische kopie te maken van de alkaloïde die in de plant zit. Zo ontstond een chemisch geneesmiddel waarvoor de originele schors niet meer nodig was om de pillen te maken. Vandaag zijn alle kininegeneesmiddelen die verkocht worden louter chemisch. Maar, een andere chemische stof in de boom, kinidine, bleek nuttig tegen verschillende hartkwalen en kon niet volledig gekopieerd worden in het laboratorium. De schors van de boom wordt daarom nog steeds geoogst en gebruikt om deze geneeskrachtige stof uit te halen.

4. Taxus

Taxus is nog zo’n bekende medicinale soort. Het bevat de kostbare stof baccatine die gebruikt wordt om het belangrijkste geneesmiddel tegen kanker te maken. Voor 1 kilo baccatine is meer dan 12 ton taxussnoeisel nodig. Daarom is het belangrijk om je taxussnoeisel in te zamelen. Dat kan via http://taxussnoeisel.be/.

5. Cola

De eerste cola was Coca Cola en werd in 1886 uitgevonden door de apotheker John Pemberton, die het drankje als een medicijn ontwikkelde tegen onder andere hoofdpijn en vermoeidheid. Aanvankelijk bevatte Coca Cola een extract van cocabladeren, maar onder druk van de autoriteiten werd dit in het begin van de 20ste eeuw weggelaten. Cola heeft nog andere voordelen: het zou ziektekiemen als salmonella en shigella kunnen doden en is werkzaam bij voedselvergiftiging, misselijkheid en diarree. De kolaboom komt voor in West-Afrika, Azië en Zuid-Amerika. Zijn gedroogde zaden, die veel cafeïne bevatten, hebben een stimulerende werking in sommige medicijnen. Om dezelfde reden zorgen ze voor een energieboost in frisdranken.

6. Tubocurarine

Tubocurarine zit in de schors van de Zuid-Amerikaanse plant Chondrodendron tomentosum, een liaan. Historisch werd de plant gebruikt om gifpijlen mee te maken. In het begin van de vorige eeuw werd het in combinatie met een verdovingsmiddel gebruikt om spierverslapping tegen te gaan tijdens operaties. Nu wordt het nog zelden gebruikt voor anesthesie, omdat er klinisch veiligere alternatieven beschikbaar zijn, zoals cisatracurium en rocuronium.

7. Witte berk

Betulinezuur wordt gewonnen uit de bast van de zachte berk. Het werkt tegen retrovirussen (bijvoorbeeld HIV), malaria en is ontstekingsremmend. Pas recent werd ontdekt dat de stof ook tegen kanker kan werken. Het zou interessant zijn als kankermedicijn omdat het de kankercel doodt maar geen negatieve invloed heeft op de gezonde cellen. De stof komt niet alleen in de zachte berk voor, maar bijvoorbeeld ook in de brunel en sommige vleesetende planten. 

8. Atropine

Atropine is een stof die voorkomt in plantensoorten als alruin, bilzekruid, doornappel en wolfkers. Rijpe bessen van een wolfkers kunnen wel 2 mg atropine bevatten. Atropine kan ook in de farmaceutische industrie geproduceerd worden, het is dan een wit poeder. Oogartsen gebruiken atropine voor diagnostische redenen. Doordat atropine de pupillen verwijdt kan een oogarts het netvlies beter bekijken. Men geeft het ook wel als medicatie vooraf, bij een narcose. Het doel is dan om de speekselproductie van de patiënt te verminderen. Ook kan het gebruikt worden bij een zeer lage hartslag in de acute fase van een hartinfarct. Tenslotte is er een toepassing als antistof bij bepaalde vergiftigingen bijvoorbeeld bij insecticiden en oorlogsgassen. Het werd ook soms in XTC en cocaïne gevonden.

9. Digoxine

Digoxine is een stof die in vingerhoedskruid zit. In 1785 al werd het ontdekt door de Britse bioloog William Withering. Het medicijn digoxine doet twee dingen: het versterkt de knijpkracht van het hart en het vertraagt het hartritme. Digoxine wordt tegenwoordig in het laboratorium vervaardigd, maar de naam digitalis (= vingerhoedskruid) wordt nog steeds naast digoxine gebruikt.

10. Ginkgo

De ginkgo is een van de oudste boomsoorten op aarde. Het is ook een van de meest verkochte kruidensupplementen. De ginkgo heeft een lange geschiedenis van medicinaal gebruik om bloedingen en geheugenproblemen te behandelen. laboratoriumstudies hebben uitgewezen dat de ginkgo de bloedciruclatie bevordert door de bloedvaten open te zetten en het bloed minder 'plakkerig' te maken. Het is ook een antioxidant.

Bronnen

http://theweek.com/articles/464010/8-drugs-that-exist-nature

http://www.rain-tree.com/plantdrugs.htm#.Vt7pg_nhCM8

http://globaltrees.org/threatened-trees/tree-values/medicinal/

http://www.grenswetenschap.nl/permalink.asp?i=2201

http://www.woodmagazine.com/materials-guide/lumber/medicinal-trees/

https://en.wikipedia.org/wiki/Tubocurarine_chloride

https://en.wikipedia.org/wiki/Betulinic_acid

http://www.farmacognosia.ufpr.br/pdf/rates_plant.pdf

https://www.jellinek.nl/vraag-antwoord/wat-is-atropine/

https://nl.wikipedia.org/wiki/Digoxine

http://www.hartwijzer.nl/Digoxine.php

http://umm.edu/health/medical/altmed/herb/ginkgo-biloba

« Terug