Kunnen de lage olieprijzen de Amazone redden?

woensdag 18 februari 2015 12:29

De recente scherpe daling van de olieprijzen zou wel eens nieuw licht kunnen werpen op het befaamde ITT Yasuní initiatief in Ecuador. Dat stelde onze tropenwedewerker Debbie vast tijdens een lezing aan de Universiteit Andina Simon Bolivar in Quito (Ecuador) door prof. Carlos Larrea.

De recente scherpe daling van de olieprijzen zou wel eens nieuw licht kunnen werpen op het befaamde ITT Yasuní initiatief in Ecuador. Dat stelde onze tropenwedewerker Debbie vast tijdens een lezing aan de Universiteit Andina Simon Bolivar in Quito (Ecuador) door prof. Carlos Larrea.

ITT Yasuní is een Ecuadoraans verhaal met heel wat hoofdstukken van hoop en teleurstelling dat zich niet gemakkelijk laat samenvatten. Yasuní is een Nationaal Park gelegen in de Ecuadoraanse Amazone dat ook erkend is als Unesco Biosfeerreservaat. Het is een hotspot van biodiversiteit, bestaat uit grotendeels nog onaangetast primair regenwoud en herbergt ook verschillende inheemse bevolkingsgroepen, waaronder de Taromenane die in vrijwillige isolatie leven. Een plek die meer dan de moeite waard is om te behouden en dus lanceerde de Ecuadoraanse overheid in 2007 het ITT Yasuní initiatief. Een vooruitstrevend project dat de grote olievoorraden (naar schatting 850 miljoen vaten olie, voor een waarde van 18 000 miljoen $) onder de grond wilde laten, op voorwaarde dat de internationale gemeenschap financieel zou bijdragen aan een fonds ter behoud van Yasuní, dat fonds zou beheerd worden door de VN en besteed worden aan de ontwikkeling van onder andere duurzame energieprojecten. In augustus 2013 echter kondigde de president Rafaël Correa, die het voorstel voordien steeds verdedigde, de opheffing van het initiatief aan. Officieel omdat er te weinig geld werd toegezegd, namelijk slechts 13,3 miljoen dollars oftewel 0,37 % van het gevraagde bedrag. Officieus omdat de verlokking van het zwarte goud te groot werden en er al volop voorbereidingen werden getroffen om de ontginning zo snel mogelijk te starten. Er werden beelden bekend gemaakt van wegen die al aangelegd waren in het gebied ondanks de belofte van de regering om de ontginning op een manier te doen met een lage milieu-impact "slechts 1 duizendste van Yasuní zal aangetast worden". De internationale milieubeweging reageerde verontwaardigd, maar ook de Ecuadoranen lieten het er niet bij. Na zo veel mooie beloftes, promopraatjes en verwachtingen kon het niet zijn dat de overheid plots een draai van 180° nam en de olie nu plots ging dienen voor de verbetering van de levensomstandigheden van de bevolking in de Amazone. Had de geschiedenis dan al ooit de levens van de mensen die rond de olievelden woonden verbeterd? Er werd onder de naam Yasunídos (verenigd voor Yasuní) een heuse campagne opgezet om handtekeningen in te zamelen voor een volksreferendum. 500.000 handtekeningen waren nodig, er werden er een 700.000-tal ingezameld en zo'n 400.000 afgekeurd... Einde democratie, einde verhaal?

Ondertussen zijn we anderhalf jaar verder en is er nog niet al te veel gebeurd in ITT. Worden er in stilte verder voorbereidingen getroffen? Vreest de president toch te veel tegenstand? Zijn de investeringen te groot? Wordt er geen bedrijf gevonden dat zich aan dit ondertussen symbooldossier wil wagen? Volgens prof. Carlos Larrea is het waarschijnlijkst dat de investeringen en het risico te hoog zijn, en dat dan nog in een tijd dat de prijs voor een vat olie lange tijd op zo'n 100 dollar aftikte. Een heuse winstmarge voor aardolie uit ITT waarvan de productie zo'n 40-50$ per vat zou kosten. En daar komen we bij de kern van zijn lezing: de huidige lage olieprijs zou wel eens de redding kunnen betekenen voor Yasuní.

Professor Carlos Larrea Maldonado is algemeen coördinator van de afdeling Sociale en Milieu Informatie en hoogleraar aan de Universiteit Andina Simón Bolívar in Quito. Hij laat niet na om te benadrukken dat het om een hypothese gaat, zeker in een zo volatiel thema als olie en de internationale markt. En zo betaamt het een wetenschapper ook. Maar veel aanwijzingen ondersteunen zijn argument. Hij overloopt de evolutie van de olieprijzen gedurende de laatste decennia en toont aan dat dit geen op zich staande trend is. Ook voor koper, goud en andere commodities geldt dezelfde evolutie. En ook voor het inkomen per inwoner van zowel Ecuador als de wereld, met een verschil in timing. Grofweg zien we telkens een stijging tot 2008 met dan een diepe duik door de financiële crisis toen, waarna de prijzen opnieuw toenemen om het laatste half jaar tot jaar weer naar beneden te duiken. De olieprijs is natuurlijk wel een complex gegeven die ook sterk bepaald wordt door (geo)politiek. De huidige lage prijs is onder andere mede veroorzaak door het opendraaien van de kranen in de Arabische landen (wat ze met hun voorraden een 8-tal jaar kunnen volhouden) en de grotere productie door fracking in Noord-Amerika. Een techniek die echter alleen rendabel is als de olieprijs hoog genoeg is en die enorme milieuschade teweeg brengt. Alles op een rijtje vermoedt prof. Larrea dat de halvering van de olieprijs in een half jaar tijd geen tijdelijke trend is, maar een langdurige evolutie naar beneden met serieuze lange termijn implicaties die duidt op een wijziging in conjunctuur. Ook BP, een van dé grote spelers en best geïnformeerde bedrijven in de oliemark, doet voorspellingen in dezelfde trend met een vooruitzicht op minstens 3 jaar crisis op de oliemarkt. Ook de tweede spreker van de avond, ex-minister van energie en olie-analist Jorge Pareja Cucalón, beaamt de analyse van prof. Larrea.

Het hele thema is van groot belang in een olie-exporterend land als Ecuador, waar aardolie het belangrijkste exportproduct is en een hele economie en politiek van grote maatschappelijke investeringen ondersteunt. Ongeveer de helft van de inkomsten van de export in Ecuador is afkomstig van aardolie. Maar er is echter weinig van te horen over de effecten van de dalende olieprijzen in het publieke debat. Er werd anders ook hier eerder al veel geschreven over de nood aan een transitie naar een andere, lees schonere, energiematrix.

Maar nu zou de economie en het simpele gegeven van rendabiliteit wel eens aan de kant van de milieubeweging kunnen staan en de redding kunnen betekenen van Yasuní. Want in tijden van een olieprijs die bijna gelijk is aan de kost moet een bedrijf wel gek zijn om de 50 miljoen $ grote investering te doen om deze nieuwe velden te gaan ontginnen. Dit is echter maar een deel van het verhaal en zoals aan het begin aangehaald, een met veel beïnvloedende factoren en onzekerheden. Maar de milieubeweging heeft er alle belang bij dit argument aan te halen en op te volgen en zo hopelijk een van de meest ongerepte en biodiverse stukken natuur op aarde te behouden. En misschien is er opnieuw wel de mogelijkheid om de wereld te tonen dat dit model kan werken en zo ook ons klimaat binnen de leefbare grenzen kan houden? Wetenschappers wijzen er namelijk op dat we minimum twee derde van de bewezen oliereserves onder de grond moeten houden om onder de 2°C opwarming te blijven (referentie) .

BOS+ ondersteunt een project in de regio met de vrouwenbeweging van het Waoranivolk. Via duurzame alternatieve activiteiten, vooral cacaoproductie in agroforestry-systeem, wordt getracht om het bos te behouden en de inheemse fauna te beschermen en op die manier ook een alternatief te bedien voor de verlokkingen van de olie-industrie. Meer informatie over het project vind je hier.

« Terug