Bosbarometer 2012 - Waar blijven de daden?

maandag 10 december 2012 10:33

De conclusie van de 2012: andermaal blijft de realisatie van de bosbeleidsdoelstellingen mijlenver van de genomen engagementen verwijderd, terwijl de Vlaming vragende partij is.

Met de Bosbarometer houdt BOS+ al jaren de vinger aan de pols van het Vlaamse en internationale bosbeleid. Aan de hand van een aantal meetbare indicatoren en officiële cijfers volgt BOS+ zo de belangrijkste bostrends op de voet. De conclusie van de editie 2012 van de Bosbarometer is eenvoudig: andermaal blijft de realisatie van de bosbeleidsdoelstellingen mijlenver van de genomen engagementen verwijderd. Dit terwijl nog maar eens gebleken is dat de Vlaming écht wel vragende partij is voor een doortastend beleid op vlak van bos.

Download hier het volledige rapport.

BOS+ komt in haar Bosbarometer 2012 tot de volgende vaststellingen:

De Vlaming wil meer toegankelijk bos en natuur in zijn buurt. Ook dit jaar werd duidelijk dat de Vlaming steeds meer belang hecht aan voldoende toegankelijk bos en natuur in de directe nabijheid. De grootschalige burgerbevragingen die ter gelegenheid van de gemeenteraadsverkiezingen georganiseerd werden, lieten verstaan dat de Vlaming van zijn beleidsmakers verlangt dat deze voor leefbare, groene en propere steden en gemeenten op mensenmaat zorgt. Aspecten als duurzame mobiliteit, voldoende kwaliteitsvolle kinderopvang en een goed en evenwichtig aanbod van werken, schoolgaan en winkelen voldoende dicht bij huis, gaan hierbij hand in hand met een duidelijke roep om (veel) meer toegankelijk groen in de nabije omgeving van de woonplaats en werkplek. Ook de grootschalige bevraging “Ruimte voor Morgen” die de Vlaamse overheid recent organiseerde, leverde gelijkaardige resultaten op. Opvallend is ook dat voor de meeste Vlamingen de ideale leefomgeving er heel anders uitziet dan het Vlaanderen van vandaag. De stad Freiburg, nota bene de stad met de grootste oppervlakte stads(rand)bos van Europa, wordt daarbij als de meest ideale leefomgeving verkozen.

In 2011 nam de netto bosoppervlakte in Vlaanderen verder af, met 59 hectare. Niettegenstaande het grote maatschappelijk draagvlak voor bos blijft het met onze bosoppervlakte duidelijk de verkeerde richting uitgaan. Vlaanderen flirt nu al jaren met die "nulgrens" van netto bosuitbreiding: over de periode 2007-2011, de laatste vijf jaar waarvan we officiële cijfers hebben, is er een negatieve netto-bosbalans van – 1 hectare. Tegen eind 2012 had men ons nochtans 10.000 hectare extra bos beloofd. Van een ambitieus bosbeleid, nochtans beloofd in het Vlaams Regeerakkoord, is dus echt geen sprake.

In 2011 ging maar liefst 231 hectare bos vergund tegen de vlakte (0,63 hectare/dag). Bosbehoud is het fundament van een doeltreffend bosbeleid. Ondanks een ontbossingsverbod in het Bosdecreet is – dankzij een aantal uitzonderingsmaatregelen op dat verbod ontbossing in Vlaanderen echter nog steeds dagelijkse praktijk. Ook de ministeriële ontheffing op het ontbossingsverbod, een mogelijkheid waarop slechts uiterst sporadisch en bij zeer hoge uitzondering beroep zou mogen gedaan worden, is courant: maar liefst één derde van alle vergunde ontbossingen in 2011 werd bekomen via een ministeriële ontheffing, en 92% van de aanvragen tot ontbossing via deze “uitzonderingsmaatregel” worden door de minister goedgekeurd. De voorbije 11 jaar werd 2.610 hectare legaal ontbost waarvan niet minder dan 1.102 hectare (d.i. 42% van alle vergunde ontbossingen!) via de ministeriële ontheffing!

Boscompensatie loopt ver achter op de ontbossing. Om een “gelijkwaardig” bosareaal te verzekeren, moet bij ontbossing gecompenseerd worden. Dit kan in natura door compensatiebossen aan te planten, maar ook financieel door het storten van een bosbehoudsbijdrage in het zgn. Boscompensatiefonds, of door een combinatie van beide. In de praktijk bestaat er echter een zeer groot verschil tussen het aantal hectare dat op deze manier bebost wordt, en de ontbossingen die er aan de grondslag van liggen. Hierdoor neemt de compensatieachterstand elk jaar toe, en neemt ze stilaan erg grote proporties aan: eind 2011 moest meer dan 1.300 hectare van de ontbossingen van de voorbije jaren nog op het terrein gecompenseerd worden.

Boscompensatiefonds open voor lokale overheden. Om deels aan dit euvel tegemoet te komen, lanceert minister Schauvliege sinds 2011 een oproep aan alle Vlaamse gemeentes en provincies om projecten in te dienen voor de aankoop van nog niet eerder beboste terreinen. Inmiddels zijn er voorstellen goedgekeurd voor de resp. realisatie van 30,57 hectare compensatiebos in 2011 en 68 hectare in 2012. Het initiatief kan op ruime interesse rekenen en BOS+ juicht dit uiteraard toe: deze compensatiebossen zijn echt een stap in de goede richting. Ze moeten echter ook gezien worden in het licht van de totale bosoppervlaktedoelstellingen: realisaties als deze zijn mooi, maar zijn tegelijkertijd nog verre van voldoende om gelijke tred te houden met de ontbossingen die ze moeten compenseren, laat staan dat ze de beloofde bosuitbreiding dichterbij zouden brengen. Om het initiatief nog slagvaardiger te maken zou de oproep ook verder verruimd kunnen worden en opengesteld voor terreinbeherende verenigingen en private eigenaars. BOS+ pleit er wel voor dat er steeds over gewaakt wordt dat er met de aldus toegekende middelen bossen worden aangelegd met een duidelijke maatschappelijke meerwaarde. Zo lijkt bv. het publiek toegankelijk stellen van de nieuwe bosgebieden een basisvoorwaarde voor het toekennen ervan.

Wachten op het Plan van Aanpak Zonevreemde Bossen. Het hoofdprobleem van de legale ontbossingsproblematiek is en blijft de ruimtelijke bestemming. Heel wat bossen liggen in een niet-groene gewestplansbestemming en moeten systematisch wijken voor andere vormen van landgebruik. De Vlaamse Regering is zich bewust van de problematiek en beloofde in haar Regeerakkoord oplossingen te zoeken voor dit reeds jarenlang aanslepend probleem. In het voorjaar van 2011 kondigde Minister Schauvliege in de media een Plan van Aanpak voor de Zonevreemde Bossen aan. Eind 2012 is het nog steeds wachten op concrete beslissingen. BOS+ volgt dit proces van nabij op, en pleit ervoor dat er nu op korte termijn ambitieuze en generieke keuzes worden gemaakt, gepaard met een duidelijk omlijnde toekenning van verantwoordelijkheden aan de verschillende beleidsniveaus en een adequaat pakket aan instrumenten en middelen om dit bosbehoud ook effectief te realiseren. Het behoud van meerdere duizenden hectare van dergelijke ruimtelijk bedreigde, waardevolle bossen is een must. Naast de generieke bescherming van deze waardevolle bossen kan ook de afschaffing of minstens een beduidende verstrenging van de uitzonderingsmogelijkheden op het ontbossingsverbod (art. 90 bis van het Bosdecreet) hier een bijdrage toe leveren.

Planologische bosuitbreiding boert achteruit. Sinds 1994 belooft het beleid werk te maken van 10.000 hectare extra ruimte voor bos op de ruimtelijke bestemmingsplannen. Eind 2007, de oorspronkelijke deadline van deze taakstelling, was amper 20%, 2.000 van de 10.000 beloofde hectare bos, effectief ingekleurd op de plannen. Daarmee scoort de bestemming bos veruit het slechtst in de totale rangschikking. Toen in 2007duidelijk werd dat de doelstellingen van het RSV niet zouden bereikt worden, werd de deadline eenvoudigweg 5 jaar opgeschoven. Op 31 december 2012 verstrijkt dus de tweede deadline voor de realisatie van de doelstellingen van het RSV. En ook nu is duidelijk dat we de vooropgestelde doelstelling absoluut niet halen. Vooruitgang is er de voorbije vijf jaar immers echt niet geweest: sinds 2007 werd een beschamende 100 hectare bijkomende bosbestemming op het gewestplan ingekleurd; het hadden er dus eigenlijk 8.000 moeten zijn. De laatste jaren gaat het pas echt hélemaal de verkeerde richting uit: voor het tweede jaar op rij is er in de ruimteboekhouding van het RSV 100 hectare bosgebied verloren gegaan op de bestemmingplannen. Regelrecht tegen alle politieke engagementen in slaagt Vlaanderen erin niet alleen op het terrein, maar ook planologisch te ontbossen. Bijna 20 jaar na datum kan men alleen nog maar stellen dat men deze processen te laat, te inefficiënt en met een absoluut gebrek aan besluitvaardigheid en daadkracht organiseert. Van de beloofde extra ruimte voor bos en natuur wordt er dus geen vierkante meter waargemaakt!

Een nieuw plan voor de Ruimtelijke Ordening in Vlaanderen. Over de lange termijnvisie op onze ruimtelijke ordening denkt het beleid, samen met de actoren actief in het open-ruimtegebied, momenteel grondig na: het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) is in volle ontwikkeling. Dit BRV wordt de opvolger van het RSV en moet ruimtelijke doelstellingen formuleren voor het Vlaanderen van 2050, en dit koppelen aan acties op korte termijn. Ter voorbereiding hiervan ligt momenteel het “Groenboek Ruimte Vlaanderen” op tafel. BOS+ juicht toe dat er grondig wordt nagedacht over de toekomst van ons ruimtegebruik en erkent ook een aantal zeer positieve aspecten in dit Groenboek, onder meer het stopzetten van de verdere verharding van Vlaanderen. Het is voorlopig echter nog raden naar hoe, waar en op welke termijn dit alles gerealiseerd worden. Temeer daar het ernaar uitziet dat het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen niet langer bindende kwantitatieve doelstellingen zoals de 10.000 hectare extra bos uit het RSV, zal bevatten. Qua oppervlaktedoelstellingen wordt de lat dus niet langer hoog of zelfs maar laag gelegd; nee, het risico bestaat dat de lat gewoon aan de kant wordt gegooid. En dat is, gezien het bilan dat de Vlaamse Regering de voorbije jaren op vlak van ruimtelijke ordening en bos- en natuurbeleid voorlegt, erg zorgwekkend. BOS+ pleit er dan ook met aandrang voor dat er in het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen concrete en ambitieuze oppervlaktedoelstellingen voor bos- en natuuruitbreiding gesteld worden.

Effectieve bosuitbreiding stagneert. Ook wat de effectieve bosuitbreiding betreft, blijft de kloof tussen beloftes en terreinrealisaties dagelijks groeien. Nochtans stelde het RSV in 1994 voorop dat gekoppeld aan de planologische bosuitbreiding ook effectief 10.000 hectare bijkomend bos gerealiseerd zou worden in Vlaanderen. Om deze doelstelling te behalen tegen de oorspronkelijke doelstelling van 2007 moest jaarlijks gemiddeld 1.051 hectare nieuw bos gerealiseerd zijn. Een ambitieuze, maar haalbare doelstelling, dat bewijzen voorbeelden uit het buitenland. Het verhaal van de planologische bosuitbreiding herhaalt zich echter: in 2007 werd, wegens het niet halen van de deadline, de planhorizon verruimd tot 2012. We schrijven eind 2012, en stellen vast dat na 18 jaar ook deze doelstelling absoluut niet gehaald werd. Op het terrein werd 4.131 hectare bos gerealiseerd, waardoor we momenteel aankijken tegen een achterstand van maar liefst 9.533 hectare effectief te planten bos. Zelden werd een doelstelling met zoveel brio gemist. Het hoeft dan ook geen betoog dat bijkomende inspanningen absoluut noodzakelijk zijn. BOS+ herhaalt dan ook haar dringend verzoek dat de Vlaamse overheid haar bosuitbreidingsengagementen opnieuw ernstig opneemt, door voldoende middelen voor haar aankoopbeleid vrij te maken, door daarbij ook specifiek te focussen op de realisatie van de bestaande bosuitbreidingsvisie van het ANB, en door de bosuitbreidingsteams van weleer, die in het verleden een actieve aankooppolitiek voor de Vlaamse overheid voerden, te reactiveren. Ook het kabinet Leefmilieu en Natuur dient hierin haar verantwoordelijkheid te nemen en de aangebrachte aankoopdossiers op tijdige wijze te behandelen.

Een nieuwe boskartering voor Vlaanderen. Eind 2011 werd de ‘Boswijzer’ gelanceerd, een nieuwe methode om de evolutie van het bosoppervlakte in Vlaanderen nauwgezet te kunnen volgen. Deze boskartering nieuwe stijl is een stap vooruit: actuele, eenduidige en correcte informatie die op geautomatiseerde wijze wordt verkregen door de analyse van digitale hoge-resolutie luchtfoto’s. De nieuwe werkwijze zal onder meer toelaten om deze monitoring elke twee jaar te herhalen, zodat er vanaf nu met grote regelmaat een duidelijk en goed onderbouwd beeld verkregen wordt van waar het met onze bosoppervlakte heen gaat. Op het eerste gezicht is het nieuwe cijfer van de Vlaamse bosoppervlakte echter bijzonder verrassend: in 2010 werd immers 177.424 hectare bos gekarteerd, een heel groot verschil met de cijfers van 10 jaar geleden (146.380 hectare). Wat deze nieuwe boskartering echter niet toelaat, is vergelijking met de voorgaande boskartering uit 2000: de methodieken van beide karteringen zijn immers zodanig verschillend dat je appelen met peren vergelijkt als je de cijfers van beide karteringen naast elkaar legt en daar rechtstreekse conclusies aan verbindt.

Versoepeling van de mogelijkheid tot bebossing door privé-eigenaars. Een aanzienlijk deel van de vooropgestelde bosuitbreiding zou ook via private grondeigenaars gerealiseerd kunnen worden. Het toelaten en stimuleren van privé-bosuitbreiding is immers met groot verschil de meest kostenefficiënte manier voor de Vlaamse overheid om haar doelstellingen op dit vlak waar te maken. Op dit vlak werden inspanningen geleverd: tot voor kort bleek het bindend karakter van het advies dat een aantal Vlaamse administraties dienen uit te brengen over de dossiers van privé-bebossing immers een groot obstakel dat veel kandidaat-bebossers in hun ambities fnuikte. Vooraleer een privé-eigenaar de eigen gronden kan bebossen moest hij of zij naast een vergunning van het College van Burgemeester en Schepenen van de betreffende gemeente meestal ook een gunstig advies van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) én van de Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling (ADLO) in handen hebben. Meer dan de helft van de privé bosuitbreidingsdossiers strandde tot voor kort op het niet-toekennen van een positief advies door ADLO. In 2011 kwam de overheid hieraan tegemoet en maakte zij deze adviesverlening niet langer bindend. Vanaf nu is de vergunning door het College van Burgemeester en Schepenen dus het doorslaggevende document dat de privé-bebosser nodig heeft. De afschaffing van het bindende karakter van deze adviezen opent nieuwe perspectieven voor kandidaat-bebossers. Een administratieve vereenvoudiging die effectieve bosuitbreiding ten goede komt én Vlaanderen een stapje dichter brengt bij de beloofde oppervlakte bos.

Zorgwekkende timing voor de herziening van de subsidiemogelijkheden voor bosbeheer. In 2013 is de huidige subsdidieregeling voor privé-bosbeheer aan herziening toe. Bij de vorige herziening, in 2006, bleek het besluitvormingsproces te traag, waardoor het belangrijkste subsidiekanaal voor de creatie van nieuwe bossen gedurende 2 jaar inactief was. Het risico dat dit opnieuw voorkomt is niet denkbeeldig indien er niet snel gestart wordt met deze herziening. BOS+ is hierover zeer bezorgd en pleit er dan ook met aandrang voor dat dit proces op korte termijn wordt opgestart. Net als bij de landbouwsubsidies zouden onze bevoegde ministers het nodige moeten doen opdat er continuïteit is in de subsidiemogelijkheden voor bosbeheer.

Oppervlakte speelzones blijft groeien. Voldoende, voldoende grote én toegankelijke bossen om in te ontspannen, te start-to-runnen of de hond uit te laten en speelzones in bos- en natuurgebieden om te ravotten, kampen te bouwen, zich vuil te kunnen maken en de natuur aan den lijve te leren kennen: ze zijn noodzakelijk voor het gestresseerde en drukbevolkte Vlaanderen. Om tegemoet te komen aan deze wens werd het concept ‘speelzones’ in de Vlaamse bossen en natuurgebieden geïntroduceerd. In april 2012 beschikte Vlaanderen over 2.475 hectare speelzones waarvan 2.392 hectare gelegen in bos en 83 hectare gelegen in natuurreservaat. Een beperkte toename ten opzichte van de toestand vorig jaar.

Ook oppervlakte FSC-gecertificeerde bossen en bossen met beheerplan neemt toe. De toegenomen aandacht voor duurzaam, multifunctioneel bosbeheer in Vlaanderen reflecteert zich onder andere in de stijgende oppervlakte FSC-gecertificeerde Vlaamse bossen en bijgevolg het stijgende aanbod inlands FSC-gelabeld hout. Begin 2012 was 17.070 hectare bos in Vlaanderen FSC-gecertificeerd, een toename met bijna 300% t.o.v. het jaar 2000. En deze oppervlakte blijft elk jaar sterk stijgen. Ook het aantal bossen met een beheerplan neemt verder toe. In een bosbeheerplan geeft de bosbeheerder gedetailleerd aan welke ecologische, economische en sociaal-recreatieve doelstellingen hij of zij wil bereiken en welke werkzaamheden en ingrepen daarvoor nodig zijn de komende 20 jaar. Gedurende 2011 werd een groot aantal uitgebreide bosbeheerplannen goedgekeurd, goed voor een indrukwekkende 4.751 hectare bos.

Positieve trends bij de handhaving van de bos- en natuurwetgeving. Sinds de start van de cel Natuurinspectie van het ANB in 2008 en met de invoering van het Milieuhandhavingsdecreet (MHD), medio 2009, werden grote stappen vooruit gezet om de handhaving van de bos- en natuurwetgeving efficiënter aan te pakken. Het MHD laat toe om, naast de klassieke weg van strafrechtelijke vervolging, ook het administratiefrechterlijke spoor te volgen waarbij bestuurlijke maatregelen en geldboetes kunnen ingezet worden. Van deze nieuwe handhavingsinstrumenten wordt steeds vaker gebruik gemaakt. Het effectief en daadkrachtige optreden van het ANB zorgt ervoor dat misdrijven op gepaste wijze gesanctioneerd kunnen worden en bovendien heeft de nieuwe structuur het mogelijk gemaakt om gespecialiseerde teams uit te bouwen. Teams die gericht kunnen werken, zowel kort op de bal, door bepaalde ongewenste situaties die zich voordoen snel aan te pakken, als strategisch en op lange termijn, door met regelmaat rond bepaalde thema’s campagnes uit te werken en zo een preventieve rol te kunnen spelen. Voor wat betreft het bos zijn de prioritaire aandachtspunten van de Natuurinspectie, zoals blijkt uit het Handhavingsrapport 2011 van het ANB, o.m. de strijd tegen de illegale wijziging van vegetaties (waaronder ontbossingen), acties tegen delicten binnen de recreatieve sfeer in de ANB-domeinen en campagnes tegen bv. stroperij, wildcrossen, en quads, rond de naleving van de kapmachtiging of de natuurvergunning, en ter controle van de verplichte compenserende bebossingen.

Weinig rooskleurige resultaten voor de ecologische functie van de Vlaamse bossen. Uiteraard vormt het uitblijven van de beloofde 10.000 hectare extra bos en 38.000 hectare extra natuur een enorme gemiste kans voor de ontwikkeling van de ecologische bosfunctie. Ook in het kader van de zgn. Instandhoudingsdoelstellingen (IHD) van het Natura 2000-netwerk, blijft er bijzonder veel werk en zullen er bijkomende boshabitats dienen gerealiseerd te worden (6.000 à 9.000 hectare bijkomend bos met grote ecologische waarde). Op het terrein is de toestand voorlopig echter weinig rooskleurig, dat blijkt uit de Natuurindicatoren 2012 van het INBO. Voor de IHD-boshabitats geldt dat 37% ervan zich in ongunstige toestand van instandhouding bevindt, en 62% ervan in zeer ongunstige toestand. De belangrijkste bronnen van de verschillende verstoringen blijven de gebrekkige organisatie van het ruimtegebruik in Vlaanderen, emissies van stikstof, fosfor en broeikasgassen, en de nog steeds sterke import van allerlei uitheemse soorten. Natuur- en bosuitbreiding wordt als essentieel benoemd om het biodiversiteitsverlies een halt toe te roepen, maar ook verbinding tussen bos- en natuurcomplexen zal cruciaal zijn om migratie van populaties toe te laten, zeker in het licht van de effecten van de klimaatverandering. Externe factoren zoals verzuring en vermesting blijven onze bossen ernstig parten spelen. Hoewel de atmosferische depositie van stikstof sinds 1990 sterk verminderd is, blijft de kritische last voor 100% van onze bossen overschreden worden. Ook het aandeel uitheemse planten- en diersoorten blijft sterk in aantal toenemen, waardoor de kans op invasieve soorten toeneemt. Momenteel bevinden er zich in Vlaanderen 89 soorten die internationaal als invasief erkend worden, waarvan er 41 ook problematisch zijn in onze natuur.

Hout – een schaars en kostbaar goed in en voor Vlaanderen. De noodzaak van een eigen kwaliteitsvolle houtproductie in Vlaanderen blijft een belangrijk pijnpunt: Vlaanderen importeert zeer grote volumes hout en afgeleide producten, waaruit dan weer volgt dat we in grote mate onze ecologische voetafdruk naar landen exporteren waar armoede, sociale onrechtvaardigheid en biodiversiteitsverlies vaak nog veel grotere problemen zijn dan bij ons. De problematiek is de jongste jaren bovendien alleen maar acuter geworden, doordat er steeds meer grote biomassacentrales worden gebouwd voor de productie van elektriciteit en warmte. Niet alleen doet dit vragen rijzen over de draagkracht van (onze) bossen m.b.t. de oogst van biomassa voor energie-opwekking; vast staat ook dat om aan de huidige en zekere de toekomstige vraag te voldoen, er belangrijke import van houtige biomassa uit het buitenland nodig zal zijn. De nakende E.U. Timber Regulation (EUTR), die erop gericht is om illegaal hout van de Europese markt te weren, biedt een insteek voor een regulering, al is deze regelgeving alleen zeker nog niet voldoende. Een zeer positieve evolutie is het project KOBE - Kennisondersteuning bij Beheer en Economie van natuur-, groen- en bosdomeinen -, dat in 2011 werd opgestart. Dit samenwerkingsproject focust op kennisvragen omtrent het beheer en de vermarkting van hernieuwbare grondstoffen uit het bos. Zowel rond het thema ‘hout’ als rond ‘biomassa’ wordt momenteel gewerkt aan concrete projecten, zoals aanbod, exploitatie, verkoop, certificering, logistiek, ecologische draagkracht, enz...

Ontbossing wereldwijd neemt af. Wereldwijd blijft het bos heel erg onder druk staan. Zoals hierboven al even werd aangehaald, lijkt de bosoppervlakte minder snel af te nemen dan ze dat in de voorbije decennia deed, maar niettemin blijft de situatie erg zorgwekkend. Niet alleen ligt het netto bosverlies in absolute cijfers schrikbarend hoog, ook de degradatie van waardevolle naar minder waardevolle bostypes blijft aan een moordend tempo voortrazen. Wereldwijd is het bosverlies afgenomen naar iets meer dan 5 miljoen hectare in het voorbije decennium; in de periode 1990-2000 bedroeg het nog meer dan 8 miljoen hectare. Maar ook hier ziet men dat de ontbossing in de meeste landen onverminderd doorgaat, alleen wordt ze nu deels gecompenseerd door grootschalige bebossingscampagnes in landen als Vietnam, Indië en vooral China. In Afrika (bijna 3,5 miljoen hectare) en Latijns-Amerika (meer dan 4 miljoen hectare de voorbije 10 jaar) blijft de toestand zeer onrustwekkend.

Internationaal klimaatbeleid: pas op de plaats. Het internationale klimaatbeleid sputtert. Onderhandelaars slepen zich van COP- naar COP-meeting, zonder dat er veel vooruitgang wordt geboekt, laat staan bindende engagementen worden aangegaan om de klimaatverandering te bestrijden. Men gaat er dan ook van uit dat we op koers zitten naar een temperatuurstijging van gemiddeld 4 graden tegen het einde van deze eeuw. De gevolgen zouden dan ook desastreus kunnen zijn. Voor het bos laten deze zich reeds voelen, o.m. door langdurige droogteperiodes in tropisch vochtige gebieden, door periodes van bosbranden in heel wat regio’s, door de stijgende uitstoot van CO2 uit de verdrogende turf- en veenlagen van de boreale bosgebieden, … Ook als instrument in de strijd tegen klimaatverandering kan bos een belangrijke rol spelen, maar door het vastgelopen onderhandelingsproces wordt er ook op dit vlak weinig progressie geboekt.

Vlaams Fonds Tropisch Bos (VFTB) verder uitgehold. Vlaanderen heeft een specifiek fonds om ontbossing en bosdegradatie tegen te gaan, aan bosuitbreiding te doen en natuurlijke rijkdommen duurzaam te beheren in de tropen. In 2011 werd de inbreng van de Vlaamse overheid in het Vlaams Fonds Tropisch Bos echter andermaal verminderd. Deze dalende trend zet zich al enkele jaren door en wijst op een gebrek aan internationaal engagement naar het behoud van duurzaam bos, het tegengaan en aanpassen aan de klimaatverandering en het behoud van biodiversiteit toe.

Contactpersoon: Bert De Somviele, Tel: ++32 (0)9 264 90 57, GSM: 0474 27 40 94 email: Bert.Desomviele@bosplus.be

« Terug