Rio+20 en haar randfenomenen

dinsdag 26 juni 2012 11:20

Met alweer een magere klimaattop achter de kiezen, kauwt BOS+ nog even na. Over Rio+20, over de plaats van bossen in het verhaal en over wat duurzame ontwikkeling zeker niet moet zijn, een praktijkvoorbeeld.

Met alweer een magere klimaattop achter de kiezen, kauwt BOS+ nog even na. Over Rio+20, over de plaats van bossen in het verhaal en over wat duurzame ontwikkeling zeker niet moet zijn, een praktijkvoorbeeld.

Welke toekomst willen we?

De declaratie die we van Rio+20 overhouden draagt de titel The future we want. Een criticus kan de ironie niet ontgaan. Het is hoe dan ook een toekomst met veel twijfels en onzekerheden.

Wat de herdefinitie moest zijn van de groene economie, met betrekking tot duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding, en het institutionele kader voor duurzame ontwikkeling moest uittekenen, heeft alweer geen bindende resultaten gebaard.

De zogenaamde groene economie is gebaseerd op inclusieve economische groei, sociale ontwikkeling en milieubescherming. Het resultaat na de onderhandelingen is een actieplan voor de herziening van productie- en consumptiewijzen, dat door alle landen vrijwillig uit te voeren is.

In 2015, wanneer de Millenniumdoelstellingen aflopen, is het de bedoeling om tot een nieuw soort doelstellingen te komen: Sustainable Development Goals. Deze moeten dan de leidraad vormen voor duurzame ontwikkeling.

Met betrekking tot bossen concludeerden de wereldleiders niets wat we nog niet weten of waar BOS+ zich niet al jaren voor inzet. In de slotverklaring wordt erkend dat bossen belangrijke sociale, economische en ecologische voordelen bieden en dat het duurzaam beheer ervan onontbeerlijk is. Duurzaam bosbeheer moet daarom ingepast worden in het economisch beleid en beslissingen.

Wat overblijft is de hoop dat de internationale onderhandelingen in de nasleep van Rio+20 wel concrete streefcijfers en oplossingen zullen formuleren.

Een Vlaamse koffiemissionaris?

Op 21 juni zond Terzake een reportage uit over Wouter De Smet, die op het platteland van China de lokale boeren "leert" over te schakelen van thee- naar koffieteelt. In haar hoedanigheid van ontwikkelingsorganisatie is BOS+ niet te spreken over de foute voorstelling en de ongenuanceerde inhoudelijke argumenten die in de reportage naar voor komen inzake duurzame ontwikkeling.

Tom Van de Weghe, reportagemaker van dienst, noemt de Belg een "koffiemissionaris" en volgt hem op weg naar "één van zijn leerlingen". Dit project kreeg in de marge van Rio+20 een prijs voor duurzame ontwikkeling. BOS+ betreurt dat de VRT bijzonder vaag is over het hoe en het waarom van het project en haar internationale erkenning.

Wouter De Smet krijgt ten persoonlijke titel heel wat erkenning van de Vlaamse media, slechts kort wordt aangehaald dat hij werkzaam is voor een grote multinational: Nestlé. De prijs was dan ook niet voor hem, maar voor zijn werkgever. Enige duiding bij de erkenning is ook gewenst: Nestlé was in de categorie 'Grote bedrijven' één van de winnaars van de World Business and Development Award. De award wordt uitgereikt door UNDP, het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties, maar ook door het International Business Leaders Forum en de International Chamber of Commerce, en focust dus duidelijk op het commerciële aspect van duurzame ontwikkeling. De bekendmaking van de winnaars vond plaats tijdens de Business Day, op 19 juni in Rio, georganiseerd door BASD (Business Action for Sustainable Development), een coalitie van leidende internationale commerciële groeperingen.

Dat Terzake in het kader van Rio+20 dit project naar voren brengt als een succesvol voorbeeld van duurzame ontwikkeling, is een aanfluiting voor tal van Belgische en internationale organisaties die met een holistische en respectvolle visie lokale bevolkingen ondersteunen in hun strijd voor betere leefomstandigheden met oog voor sociale en culturele eigenheid en met respect voor de natuurlijke omgeving. Zonder het project in se ten gronde te willen bekritiseren (daarvoor was de reportage te oppervlakkig), wil BOS+ via deze weg wel reageren op de manier waarop duurzame ontwikkeling wordt voorgesteld in de reportage van Tom Van de Weghe.

Volgens de VN-commissie Brundtland is duurzame ontwikkeling "ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen". BOS+ koppelt daar een win-win-win visie aan waarbij op sociaal, economisch en ecologisch vlak verbeteringen te zien zijn voor de lokale bevolking en hun natuurlijke omgeving, zeker op lange termijn. Bij elk van deze aspecten kunnen in het kader van de reportage kritische vragen gesteld worden.

Koffie is een gewas dat in permanente cultuur (permacultuur) is en dat ook onder een schaduwbos geteeld kan worden, waardoor het een ecologisch verantwoorde productie kan zijn. Of dit ook in het geval van de boeren uit Yunnan het geval is, wordt niet duidelijk in de reportage. Noch wordt een woord gerept over de productiemethoden met betrekking tot meststoffen, pesticiden, energiegebruik, duurzame materialen, enzovoort. De boeren schakelen er met steun van Nestlé over van thee- naar koffieplantages, niettemin is ook thee een permanent gewas. Daarbij komt de culturele waarde van de drieduizend jaar oude, traditionele theeteelt, die – zoals in de reportage wordt toegegeven – nu zwaar onder druk te staan.

De families kunnen door de omschakeling naar koffie tot zes keer meer verdienen. De Smet toont dan ook met trots de investeringen die dankzij de inspanningen gedaan worden. Het dorp is getransformeerd tot een ware bouwwerf en de traditionele houten huizen hebben plaatsgemaakt voor stenen villa's, ook wagens en brommers zijn populaire investeringen. Of de recente welvaart ook welzijn en sociale verbeteringen met zich meebrengt, is minder duidelijk en ook van een lange termijnvisie was er in de reportage geen sprake.

Op de vraag of de stijgende prijzen geen koffiebubbel veroorzaken, reageert De Smet eerder naïef. Hij zegt dat de vraag naar koffie in New York, die de koffieprijs bepaalt, nooit zal dalen. Dat de theeprijzen vier jaar geleden wel zijn ingestort, hoewel de Britten lustig doorgegaan zijn met theekransjes te geven, krijgt verder geen aandacht.

Ook omtrent de organisatorische en sociale situatie tast de kijker in het duister. Wouter De Smet gaat eenmaal per jaar langs bij elke boer en het project heeft al 20.000 personen geholpen. Een beetje ervaring in ontwikkelingssamenwerking leert dat deze opvolging zeer minimaal is. Zijn er lokale partnerorganisaties betrokken? Zijn de boeren georganiseerd of staan de families alleen tegenover de multinational? Is het project levensvatbaar op lange termijn zonder bijkomende steun? Allemaal vragen die voor ontwikkelingsorganisaties cruciaal zijn bij hun werking in het Globale Zuiden.

Volgens BOS+ moet een sociaal en ecologisch verantwoorde bedrijfsvoering toegejuicht worden. Desalniettemin heeft de openbare omroep een informatieplicht die correct en genuanceerd moet zijn. Laat ons niet vergeten dat bedrijven als Nestlé ook in de eerste plaats commerciële instellingen zijn. Er moet omzichtig omgesprongen worden met de berichtgeving die rond duurzame ontwikkeling verspreid wordt, zeker in de sfeer van Rio+20, waarin het onderscheid tussen een groen imago en resultaten op het terrein bijzonder vaag is.

BOS+ vindt dat de natuurlijke rijkdommen in het Zuiden in eerste instantie toebehoren aan de lokale gemeenschappen die er leven. Daartoe is het zinvol processen te stimuleren die ertoe leiden dat de lokale gemeenschappen optimaal en duurzaam kunnen genieten van de voordelen van deze natuurlijke rijkdommen, waarbij de eigenheid en cultuur van de samenleving geëerbiedigd wordt.

« Terug